Donker Nederland

Vreemde dagen hebben we beleefd in de week waarin de redelijkheid en billijkheid tot verstomming werden gebracht. Nederland was niet in de war. Het land, ons land, was vervreemd van zichzelf geraakt. Terecht maakten emoties en woede zich meester van velen. Het ging om meer dan alleen Ayaan Hirsi Ali. Waarden, normen en rechtsbeginselen waren in het geding. Het paspoort en het daaraan verbonden burgerschap waren in het geding. Een behekste minister raasde in Den Haag en vertrapte bijna alles waarin een westerse democratische rechtsorde gelooft: recht, rechtvaardigheid, zorgvuldigheid, redelijkheid, eerlijkheid en naastenliefde.

Natuurlijk moet een streng asielbeleid worden uitgevoerd, moeten de problemen van de multiculturele samenleving ernstig worden genomen en moeten integratiebevorderende maatregelen worden getroffen, enzovoort. Maar waartoe dient dit alles? Wat willen we daarmee bereiken? We hadden de consensus bereikt dat we in het licht van burgerschap en omwille van het behoud van de democratische rechtsorde de strenge, noodzakelijke maatregelen zullen nemen. Het einddoel is het verinnerlijken van ons burgerschap met zijn uiterlijke verschijning: het paspoort.

Het blijkt nu dat het Nederlanderschap, het burgerschap, geliquideerd mag worden. En niet wegens het massaterrorisme of het verzwijgen van internationale misdrijven, maar ten bate van het lijsttrekkerschap onder het mom van Regels zijn Regels, Gesetz ist Gesetz. Het burgerschap is een onherroepelijk besluit: je kunt nooit iemand tot nader order tot Nederlander verklaren. Of zeggen: ik verklaar je tot Nederlander mits je - ondanks het feit dat ik je al lang ken - gegevens kloppen. Een voorwaardelijk Nederlanderschap is geen Nederlanderschap. Er bestaat zelfs nog geen overeenstemming over het intrekken van het burgerschap van massaterroristen die thuishoren in de categorie internationale misdadigers.

Het verlenen van het staatsburgerschap is zowel juridisch als menselijk een dramatisch moment. De naturalisandus aanvaardt militaire en politieke loyaliteit jegens zijn of haar nieuwe vaderland. Vanaf dat moment is hij verscheurd tussen twee werelden: zijn oude en nieuwe vaderland. Hij belichaamt die strijd. Dat is het lot van de nieuwe Nederlander om telkens de tegenstrijdigheden met elkaar te verzoenen: oost en west, noord en zuid. De genaturaliseerde Nederlander kent aan zijn moedertaal de status van een dialect toe om in de taal van de Grondwet, de bron van staatsburgerschap te kunnen wonen. Ons burgerschap is, zoals de soevereiniteit van de staat, een onvervreemdbare en ondeelbare hoedanigheid van een persoon.

Wanneer iemand zijn of haar burgerschap wordt ontnomen, is die persoon civiel doodverklaard. Daarom schreef Aristoteles dat wie door zijn oorsprong, en niet door toeval, apolis (zonder polis, stad, en dus ook burgerschap) is, een wezen is dat boven de mens staat, of minder is dan een mens. En wie aan zichzelf genoeg heeft, of niet in staat is in de polis te leven, moet in de ogen van Aristoteles een beest of een God zijn. Vandaar dat ook koning Oedipus van mening was dat de vadermoordenaar de zwaarste straf, namelijk de doodstraf verdiende. En wanneer Oedipus ontdekt dat hij zelf de dader is, en niemand hem wil doden, hij voor een andere straf kiest die even zwaar is: 'dat gij me uit dit land verbant nu'. Hij kiest om als apolis te leven: als mens zonder burgerschap. Hij rukt zijn ogen uit. Wat voor nut een oog nog voor een apolis kan hebben die niet meer door het spectrum van het zien (de polis) kan zien en kan worden gezien. Voor een apolis zonder het vermogen te zien in den vreemde, is er nog de hoop op genade en gastvrijheid. En wanneer een staat, georganiseerd, formeel of informeel zijn lastige burgers tot apolis verklaart, begaat deze staat de politieke misdaad. Dat doet onze staat, dankzij het parlement, niet.

Maar minister Verdonk? Wie het weet mag het zeggen. Zij is niet geërotiseerd door de macht, want dan zou zij moeten weten hoe balancerend macht werkt. De macht kan echter haar slaven en slavinnen laten prostitueren. Dan verraadt de macht zichzelf: zij laat zich misbruiken en misbruikt de anderen. Macht is door en door ambigu. Macht zonder eer oefent een prostituerende kracht uit. Daarom treden weleens normale politici af om de macht te behoeden voor het wederkerige misbruik.

Is dit alles dichterlijke nonsens? Nee. Burgerschap is het wezen van een politieke orde, en in dit licht krijgen de juridische procedure een betekenis. Wie dit ontkent, leeft in een wereldorde waarin de wet niet voor de mens en de wet zonder het recht heerst alsof de wet een bevel is van de soeverein. En de dichters? Zij kunnen ons nog steeds dichterbij de waarheid van het recht brengen, omdat hun werk de extreme veelzijdigheid van de mens probeert te ontsluiten. De juristen van de Hoge Raad, de ministeries en de faculteiten kunnen daarom veel leren van Sofokles, Dostojevski en Kafka.

Het Nederlanderschap wordt niet aan een naam, maar aan een persoon toegekend. Het abstraheren van een persoon tot een naam is een buitengewoon pervers gevolg van de moderne tijd. Deze kafkaiaanse abstractie kan slechts in dit tijdperk plaatsvinden. Vandaar dat CDA-fractievoorzitter Verhagen, tijdens het parlementaire debat over Ayaan Hirsi Ali, wanhopig opmerkte dat we het toch steeds over dezelfde persoon hebben, die we ook kennen. De Verdonkiaanse wereld wordt gedomineerd door de persoonsgegevens en niet door de persoon en wat de persoon is. Waarvoor hebben we bij de naturalisatie de persoonsgegevens nodig? Om iemans antecedenten te kunnen nagaan. En om de vraag te kunnen beantwoorden of iemand een gevaar oplevert voor de nationale veiligheid, de gezondheid, de zeden en de orde.

Nederland is verdonkerd. Met Wouter Bos en Femke Halsema hoop ik dat deze discussie niet alleen een red-Ayaan-ronde was, maar leidt tot een bezinning op het burgerschap.

    • Afshin Ellian