De andere oorlog in Irak: voetbal Arbil-Najaf: 1-0 na een strafschop

Irak glijdt af naar een burgeroorlog. Maar de spelers van Koerdisch Arbil en shi'itisch Najaf blijven gewoon voetballen.

Er is één ingang in het Franso Hariri stadion in de Koerdische hoofdstad Arbil. Ongeveer 15.000 mensen, allemaal mannen, weten zich er doorheen te persen. De toegang is gratis, want vandaag is er een belangrijke wedstrijd. De Koerden van 'Arbil' spelen tegen de shi'ieten van Najaf, die hun team ook naar hun stad hebben genoemd.

'Hewler!', klinkt het uit duizenden kelen. Het is de Koerdische naam voor Arbil, de hoofdstad van Noord-Irak. Mannen proppen zich vol met nootjes en ijsjes. Een 'uitvak', voor de toeschouwers uit Najaf, is niet nodig: ze zijn niet gekomen. Koerdische politiemannen met overgewicht staan desondanks behangen met wapens langs het veld. Gaas en prikkeldraad scheiden de Koerdische fans van de voetballers. En dat is maar goed ook, zo zal later blijken.

Irak mag dan steeds verder afglijden naar een burgeroorlog, er wordt nog steeds tussen de verschillende bevolkingsgroepen gevoetbald. Het team van de sunnitische stad Falluja heeft geen veld meer om op te spelen - de lijken van het laatste Amerikaanse offensief zijn er begraven. Maar andere steden spelen nog gewoon mee in de competitie. Vandaag gaat het om een plaats in de bekerfinale en een ticket voor de Asia Cup, de competitie voor het Midden- en Verre Oosten.

Gehurkt en in een traditionele pofbroek zit Azad Saleh (25) achter het doel van de Najafi's. Naast hem buitelen de Koerdische fans over elkaar heen. IJs- en frisdrankverkopers dragen piepschuimen dozen boven hun hoofd en worstelen zich een weg door de menigte.

'Ik ben nog nooit in Najaf geweest', bekent Saleh. Hij steekt een sigaret op. 'Ik zou daar niet heen reizen, veel te gevaarlijk. Daarom zijn hun fans ook niet hier gekomen', vertelt Saleh.

In de eerste helft zijn er veel hoge ballen, val- en duwpartijen. Een commentator loeit 'Hewler! Hewler!' door de luidsprekers. Iedereen klapt en zingt.

Irak

'Als het Barcelona was geweest, hadden we al twee doelpunten gezien', zeggen twee jongentjes teleurgesteld. In de rust gaan veel Koerden bidden tussen het stof en restjes nootjes die overal liggen. Pubers springen als sprinkhanen in de loopgracht tussen veld en toeschouwers.

Vóór de Amerikaanse inval van 2003 leefden de Koerden dan wel in hun semi-autonome regio, ze voetbalden gewoon samen met teams uit de rest van het land. Dat was destijds, onder het bewind van Saddam Hussein. De Koerdische spelers reisden zonder problemen naar Ramadi en Basra en de Irakezen kwamen zonder bedreigingen naar Noord-Irak.

Maar daar is verandering in gekomen. Tien minuten in de tweede helft wordt het geduw en getrek de scheidsrechter te veel. Een speler van Najaf krijgt een rode kaart en Arbil een strafschop. De shi'ieten protesteren en een regen van waterflessen en brokken ijs daalt neer op alle spelers en de scheidsrechter. De bankzitters van Najaf verschuilen zich achter een losstaand doel, maar diverse reserves worden geraakt. 'Gooien, gooien', brullen de toeschouwers.

Spelers beginnen met elkaar te vechten. Een jongen klimt over het prikkeldraad en gooit een grote steen naar een speler van Najaf. De commentator heeft vrolijke muziek opgezet en de politie deeltklappen uit aan spelers en toeschouwers.

Er ontstaat een kluwen van circa honderd vechtende mannen op het veld, het is onduidelijk of de wedstrijd dan nog rechtstreeks op tv is te zien. Het hoofd van de Koerdische veiligheidsdienst, in pak en met zonnebril, lijkt de supporters op te jutten nog meer te gooien. Hij zwaait met zijn handen in de lucht. Door het hele stadion vliegen nu blikjes, plastic flessen en brokken vriesijs dat de drankjes koel moest houden.

Uiteindelijk kan Arbil toch de strafschop nemen (hij zit). Dan vlucht de scheidsrechter, een Iraakse Arabier, het stadion uit. De spelers van Najaf zitten angstig op de middenstip terwijl de oproerpolitie de tribunes op is geklommen. Een agent is met iets geraakt en nu zijn ze echt boos. De materiaalman van Najaf verzamelt vlug al zijn spullen. Hij wordt op een haar na gemist door een steen.

Politiemannen richten hun wapens op de toeschouwers om de spelers van Najaf veilig de catacomben in te loodsen, maar het mag niet baten. Een aantal spelers moet terug naar de middenstip na een zoveelste regen van projectielen. 'Down, Down Najaf!', roepen de Koerden.

'Dit heb ik nog nooit gezien', zegt de 14-jarige nootjesverkoper Ibrahim Ziad vertwijfeld.

De wedstrijd wordt afgebroken. Juichend keren de Koerden huiswaarts. Buiten wordt luid getoeterd. Maar niet iedereen is tevreden. 'Hoe met het verder met Irak?', verzucht een Koerd. 'Kijk eens wat er gebeurt na één strafschop. Hoe kunnen we ooit samen beslissingen gaan nemen in dit land?'

    • Thomas Erdbrink