Congresleden in de kast

De lesbische dochter van de vice-president verdient de grootste verachting: homostrijd in de hoofdstad.

Chris Crain Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Je kunt hier worden overvallen door de ridicuulste Nederlandse trots .

Waarom? Waarom nu weer zo Nederland-gidslanderig tegen Chris Crain zitten opscheppen over het huge amount of homoseksuele politici in Nederland, relatief gezien?

Chris Crain heeft net verteld dat het Amerikaans Congres slechts drie openlijk homoseksuelen telt. Twee democraten en één republikein. Daar kwam het door. 'Als piepklein Nederland er al meer homo's in de politiek heeft', zegt Crain nu, 'dan móeten er Congresleden in de kast zitten. En dat is fout!'

Vorig jaar werd Chris Crain op koninginnedag in Amsterdam in elkaar geslagen, omdat hij hand in hand liep met zijn vriend. Crain is hoofdredacteur van de invloedrijke gay-krant The Washington Blade en directeur van de uitgeverij die ook de gay-kranten van New York, Atlanta, Houston en Fort Lauderdale in handen heeft. Toen hij een stuk over zijn mishandeling publiceerde met een foto van zijn toegetakelde gezicht erbij, werd dat nieuws in Amerika.

We wandelen van zijn redactie naar de onvermijdelijke Starbucks. Hier wordt het verzoek 'een kop koffie graag' met de gebruikelijke ontreddering ontvangen. Tall vanilla? Cinnamon? Frappuccino? 'Just coffee, please.' Het komt voor dat ze niet weten waar ze dat vandaan moeten halen. Diversity is nogal in de mode, in de koffie tenminste.

We bakkeleien over de strategie van de homo-activisten. Zij maken hier fanatiek bekend welke Congresleden en hun medewerkers in stilte homoseksueel zouden zijn. Vooral als ze anti-gay zijn, vanzelfsprekend.

Er zijn hier homo's die het fascistisch noemen om mensen, omdat ze niet denken zoals jij, in hun persoonlijk leven te treffen. Chris Crain vindt dat flauwekul. Volgens hem komt er voor Republikeinse homo's een moment 'dat je verplicht bent te erkennen dat jouw partij vreselijke dingen doet voor homoseksuelen.'

Het belastend materiaal komt als vanzelf naar hem toe. Twee jaar geleden lag bijvoorbeeld een cassettebandje in zijn brievenbus met opnamen van Congreslid Ed Schrock. Conservatief, Vietnam-veteraan, getrouwd, in de zestig al. En altijd tegen, als het om gelijke rechten voor homo's ging. Ed Schrock zocht op dat bandje, via een lijn voor telefoonseks, contact met een jongen ('Just to play - I like him to be in very good shape').

Seksuele voorkeur is volgens Chris Crain geen persoonlijke kwestie. Maar hoe onthul je die? Het bewijs, zoals Schrocks geluidsbandje, is volgens de principes van Crain vaak wel een privézaak. Een kopie van het bandje kwam in handen van activisten. Hoe, dat zegt Crain niet te weten. Toen zij de opname publiek maakten, heeft ook The Blade alle details gepubliceerd. Schrock verdween uit het Congres.

En Mary Cheney, de lesbische dochter van de vice-president? Zij voerde campagne voor haar vader, nam haar levensgezellin Heather Poe mee, maar zei al die tijd geen woord over het door George Bush en de zijnen verfoeide homohuwelijk. Deze maand verscheen haar boek Now It's My Turn, waarin ze voor het eerst duidelijk maakt dat zij en haar vader het op dat punt oneens zijn met de Bush-clan.

De gevestigde media vonden dat best dapper van Mary Cheney. Zij waren welwillend in zorgvuldig geregisseerde interviews. Maar de Washington Blade vergeeft haar nooit dat ze destijds niet uit een van de homo-onvriendelijkste verkiezingscampagnes ooit is gestapt en publiceert brieven waarin Mary Cheney de grootst mogelijke verachting wordt gegund.

The Washington Blade kent geen genade, zeg ik.

Voor deze mensen niet, zegt hij.

Chris Crain kent ze te goed. Hij is zelf de zoon van diep religieuze republikeinen uit Tennessee. Studeerde aan Harvard. Vond een baan bij een belangrijk advocatenkantoor in Washington en zat hij in het campagneteam van George Bush senior, die voor zijn herverkiezing streed. 'Ik stond daar volkomen achter. Ik wás republikein.' Dat hij ook homoseksueel was, wist hij alleen.

Toen kwam de republikeinse conventie in Houston, 1992. Crain was erbij. Hij stond onder het podium stiekem een vriendje te bellen. En boven zijn hoofd stapte Pat Buchanan het toneel op om voor het eerst de culturele oorlog af te kondigen. Het 'gevecht om de ziel van Amerika'. Homoseksuelen kregen er ongenadig van langs.

Bush steeg die avond in de polls als nooit tevoren. Het was alsof iemand de kast met één ruk opentrok. Die dag stapte Chris Crain zijn wereld in.

    • Margriet Oostveen