Atlantis in de Waddenzee

Het waddeneiland Bosch verdween in 1717 voorgoed onder de zeespiegel. Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum wijdt er nu een tentoonstelling aan.

Bosch (dat niet verwijst naar bos, maar Indogermaans is voor uitbreiding, een plaat die uit zee groeit) lag ruim vier eeuwen lang voor de kust van Groningen. De zandstrook met helmgras en duinen bevond zich tussen 1300 en 1717, toen het definitief onder de zeespiegel verdween, tussen het huidige Schiermonnikoog en Rottumeroog. Museumconsulent Yvonne Nijlunsing uit het Groningse Den Andel ontdekte het eilandje een paar jaar geleden op een oude landkaart uit 1568. Ze had er nooit van gehoord en het prikkelde haar verbeelding. Wie woonden er, wie waren de eigenaren, waarom is het verdwenen? Fragmentarische kennis was er wel, maar die was alleen bekend bij een kleine groep geïnteresseerden. Een jaar geleden startte een groep Nederlandse en Duitse wetenschappers, verenigd in de Werkgroep Verdronken Land, met een studie naar Bosch. Die vormde de aanzet tot nader onderzoek naar verdwenen Waddeneilanden waaronder het Duitse Buise en Heffesant. In het plaatselijke museum in Warffum is deze week een tentoonstelling geopend die het verhaal van Bosch met zijn wisselende gebiedsgrootte en bezitsverhoudingen vertelt.

Uit landkaarten en eigendomsstukken blijkt dat Bosch moet zijn ontstaan rond 1300. Toen ook was het op zijn grootst. Het zeegat Lauwers, tussen Bosch en Schiermonnikoog, voedde het eiland met zand. Mogelijk was het eiland in de veertiende eeuw een uitvalsbasis voor piraten, toen diverse zeerovers de noordelijke zeeën afstroopten. Zo typeerde de Groningse geleerde Ubbo Emmius Bosch althans. Tussen 1530 en 1717 had Bosch diverse eigenaren, die er zelf overigens niet woonden. De eerste waren de monniken van de Cisterciënzerorde van het klooster in Aduard. Onderzoekster Mariëtte Bosch vermoedt dat gelovigen Bosch schonken aan de abt. Kloosters bezaten meer eilanden. Schiermonnikoog was eigendom van klooster Klaarkamp en Rottumeroog van het Sint Julianaklooster te Rottum. Op Bosch was strandvond (aangespoelde goederen en wrakstukken) vermoedelijk de inkomstenbron van het zelfvoorzienende Aduarder klooster. In 1530 schonk de abt de helft van het eilandje aan Geert Lewe, telg uit een Gronings adellijk geslacht. Hij stelde een strandvoogd aan die met zijn gezin op het onbewoonde eiland neerstreek. De voogd tekende een contract voor een jaar. Zijn salaris bedroeg 40 gulden en een kwart ton boter per jaar, zo vermeldt een processtuk uit 1646. Het andere eilanddeel werd in 1551 opgeëist door de nieuwe landsheer van Groningen, Karel V, die het eiland blijkbaar strategisch belangrijk vond. Misschien wilde hij de vaarroutes controleren of de piraterij op de Waddenzee, die in die tijd welig tierde, aanpakken. In 1636 moest strandvoogd Harmen Roeleffs op Rottumeroog gaan wonen. Bosch, dat steeds verder in oostelijke richting opschoof, was te klein geworden.

De grootste stormvloed uit de Nederlandse geschiedenis, de Allerheiligenvloed van 1570, overspoelde Bosch en slokte het voor een groot deel op. Toch was het niet gedaan met het eilandje. Na 1588 ontstond opnieuw duinvorming, al bleef het een zandplaat. Maar de kenmerkende dynamiek van de Waddenzee pakte voordelig uit voor Bosch. Na 1640 voerden de geulen van de Lauwers meer zand aan en kwam Bosch weer boven water te liggen. De grote overstroming van 1717 echter, de Kerstvloed, maakte een einde aan Bosch: het vergleed voorgoed in de golven. Op een kaart van 1745 staat het nog wel als hoge zandplaat afgebeeld onder de trieste vermelding 'Plaat alwaar het eijland Bos gelegen heeft.'

De exacte locatie van Bosch is onder het huidige meest oostelijke punt van Schiermonnikoog, zo ontdekte de Werkgroep Verdronken Land. Vorig jaar kwamen de provincies Groningen en Friesland overeen dat Schier altijd Fries zou blijven. Door afkalving was het oostelijk deel op Gronings grondgebied geschoven. Bosch is dus postuum Fries eigendom geworden.

De tentoonstelling duurt tot 20/08, informatie: www.hethoogeland.com