Aruba: voetbal op een veld zonder lijnen

Sinds de status aparte gaat het Aruba voor de wind, maar de overheidsfinanciën zijn zorgwekkend. Tekorten op de begroting lopen op. Parlementaire controle ontbreekt.

Het kantoor van de Algemene Rekenkamer van Aruba, gelegen tegenover de azuurblauwe Caraïbische Zee, oogt ietwat verlaten. Bij de voordeur schieten hagedissen weg onder de struiken, binnen is de vergaderzaal grotendeels leeg. Aan de muur hangt een portret van koningin Beatrix en prins Claus uit de jaren tachtig.

Niet dat er bij de Rekenkamer niet hard wordt gewerkt. De vraag is eerder of het instituut door de Arubaanse regering serieus wordt genomen. Sinds Aruba in 1986 de status aparte verwierf, en een autonoom land binnen het koninkrijk werd, is geen van de door de Rekenkamer gecontroleerde jaarrekeningen in het Arubaanse parlement vastgesteld.

'Op 1 september', legt Rekenkamervoorzitter Hubert Toppenberg uit, 'moet de jaarrekening bij het parlement te zijn. Als dat niet zo is, horen parlementariërs te vragen waar de rekening blijft, maar dat gebeurt niet. Het lijkt erop dat het hen niet kan schelen.'

Volgens de secretaris van de Rekenkamer, Emmy de Cuba, zijn de jaarrekeningen niet eenvoudig te controleren. Niet uitgezochte balans- en exploitatierekeningen in combinatie met een gebrekkige onderbouwing van kosten leidden ertoe dat sinds 1990 alleen globale controles zijn uitgevoerd. 'Dat mag je eigenlijk niet eens een controle noemen', zegt De Cuba.

Vanaf 1997 zouden de jaarrekeningen worden onderworpen aan accountantscontrole, maar dat leidde twee jaar op rij tot accountantsverklaringen van afkeurende strekking. Daarop begon de Centrale Accountantsdienst in 1999 weer globaal te controleren, met de afspraak dat er richtlijnen zouden worden opgesteld. 'Het parlement', zegt De Cuba, 'zou met een plan van aanpak komen, maar dat is nog niet gelukt.'

Parlementariër Rudy Lampe van de eenmansfractie RED vindt dat het werk van de Rekenkamer eindelijk serieus moet worden genomen. In zijn zalmroze kantoor in het Arubaanse parlementsgebouw fulmineert hij tegen het fiscale beleid van de Arubaanse overheid. Hij ziet gebrek aan integriteit, veroorzaakt door ontbrekende controle, als de kern van het probleem. 'De Algemene Rekenkamer en de Centrale Accountantsdienst', somt Lampe op, 'zijn onderbezet en worden niet serieus genomen. Het parlement is een stempelparlement en controleert de regering niet. Nederland controleert ook niet uit angst beticht te worden van neokoloniale trekjes. Wat kan je verwachten van een land als Aruba?'

Sinds de status aparte maken politieke partijen Movimiento Electoral di Pueblo (MEP) en de Arubaanse Volkspartij (AVP) praktisch om beurten de dienst uit op het 100.000 inwoners tellende eiland. De kleinschalige samenleving, een relatief laagopgeleid electoraat en het daaruit voortvloeiende systeem van politieke patronage maken het politici moeilijk om boven de partijpolitieke belangen uit te stijgen.

Volgens Rob Henriquez, directeur van de Centrale Bank van Aruba (CBA), is het hoog tijd dat een gezamenlijke discussie over fiscale discipline op gang komt. Hij wijst op de Arubaanse staatschuld, die sinds de ingang van de status aparte van 200 miljoen Arubaanse gulden, omgerekend 88 miljoen euro, is opgelopen naar omgerekend 840 miljoen euro. Vooral de laatste vijf jaar ging het hard; de schuldenlast groeide van 28 procent van het bnp naar bijna 46 procent.

Reden voor de AVP om de schuld bij de thans regerende MEP te leggen, maar Henriquez ziet de schuldpositie in een breder perspectief. 'In de jaren negentig', zegt de CBA-directeur, 'waren we al verkouden. Nu hebben we een longontsteking, maar dat komt ook omdat er niets aan gedaan is.'

In tegenstelling tot zustereiland Curaçao kent Aruba een goedlopende economie, drijvend op een toeristenindustrie die jaarlijks 1,2 miljoen - veelal Amerikaanse - bezoekers verwelkomt.

De economie verbloemt het ziektebeeld. De Arubaanse overheid leent al decennia geld om lopende zaken te dekken. De helft van begroting gaat op aan ambtenarensalarissen; 6.000 Arubanen (13 procent van de beroepsbevolking) zijn in overheidsdienst.

Zowel de AVP als de MEP heeft in het verleden een sanering van het ambtenarenapparaat doorgevoerd, maar binnen de kortste keren resulteerden politieke benoemingen weer in de status quo. Omdat 70 cent van iedere Arubaanse belastinggulden opgaat aan lonen, blijft er weinig geld over voor investering in onderwijs, rechtshandhaving en infrastructuur.

Henriquez begon vorig jaar aan een publicitair offensief. Zijn boodschap: leg fiscale verantwoordelijkheid vast, zodat het begrotingtekort niet uit de hand loopt. Het is hem niet in dank afgenomen, sindsdien vindt hij de politieke druk op de CBA in de media 'onverantwoord'. Henriquez voelt zich een roepende in de woestijn. Sinds 1986 heeft de CBA zes directeuren versleten en of Henriquez' contract volgend jaar wordt verlengd is onzeker. 'We spelen hier voetbal op een veld zonder lijnen. Het politieke spel laat niet toe dat je genoeg kracht kan zetten om lijnen te trekken.'