Wonder van Berlijn

Het idee lag bijna voor de hand: een speelfilm over het wereldkampioenschap in 2006. Op het moment van verschijnen zou het tien jaar geleden zijn. Ook over de invalshoek hoefde de scenarioschrijver niet lang na te denken: „We mogen er weer zijn.” De parallel met het wereldkampioenschap van West-Duitsland in 1954 drong zich op. „Wir sind wieder wer” was immers de kreet die het Duitse gemoed destijds zo pakkend had verwoord. Het veroverde voetbalgoud maakte dat de Duitsers voor het eerst sinds de oorlog weer rechtop durfden te lopen. In de film Das Wunder von Bern (2004) werd dat prachtig weergegeven: sentimenteel, haast kitscherig maar op een beeldschone manier doeltreffend.

Zo was het na de Nederlandse zege in 2006 ook gegaan, vond de scenarist. Goed, de schaamte over de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en de vlucht van Ayaan Hirsi Ali naar Amerika was dan wel niets vergeleken bij wat de holocaust teweeg had gebracht, maar toch: aan het begin van de eeuw was het Hollandse zelfvertrouwen lager dan ooit geweest. Het oude zelfbeeld van een vrijzinnige natie die overal ter wereld op sympathie kon rekenen, het aangename gevoel bij het afdalen van een vliegtuigtrap in onverschillig welk land – ik, Nederlander, ben oké – was bij het ingaan van de nieuwe eeuw verpulverd onder fraudekwesties, etnische spanningen, agressie op straat.

Tijdens vier heerlijke weken in de zomer van 2006 sloeg de trend van stress en opgestoken middelvingers plotseling om. De zegetocht van Marco van Basten en zijn jongens bracht het antieke Holland terug, het land van soepele geesten die anderen de ruimte gunnen. Het verzorgde positiespel van Dirk Kuijt en zijn mede-positivo’s beheerste het toernooi van begin tot eind. Oranje gekleurde carnavalsmassa’s verspreidden het begrip ‘ludiek’ in de Duitse voetbalsteden net zoals hun voorgangers in 1974 hadden gedaan.

Vergeten waren de sarcastische opmerkingen in buitenlandse kranten over de Hollandse benepenheid. In plaats daarvan werden juichende beschouwingen uitgeknipt over de ontspannen coach Van Basten, de passes van Cocu, de dribbels van Robben.

Net als Das Wunder von Bern begint de film mistroostig. Rode draad is een vader-zoon-relatie. Na zijn ontslag uit de gevangenis (hij is gestraft in verband met een bomaanslag op een moskee) terroriseert de vader – gefrustreerd, werkloos – zijn gezin. De zoon is bevriend met moslimjongeren en weigert zijn gezag te erkennen. Uiteindelijk vallen ze elkaar in de armen na de gewonnen finale tegen favoriet Brazilië.

De recensenten vinden de film niet bijster origineel. De titel, Het Wonder van Berlijn, al helemaal niet. Toch breekt de verkoop van bioscoopkaartjes en dvd’s alle records. De zomer van de herboren trots is iets waar Nederland tien jaar later maar al te graag aan terugdenkt.

    • Auke Kok