Vier je vrouwelijkheid... ...maar niet op het podium

Met dirigente Marin Alsop (49) staat er voor het eerst sinds 1915 weer een vrouw voor het Concertgebouworkest. „Voor vrouwelijke chef-dirigenten na mij zal de weg minder rotsachtig zijn.”

Marin Alsop foto Grant Leighton Dirigent Marin Alsop foto Grant Leighton Leighton, Grant

Een zwart broekpak heeft ze aan. De rode voering wordt alleen bij de vurigste passages van Brahms Vierde symfonie even zichtbaar. Kort blond haar, stevige schoenen. Marin Alsop (New York, 1956) is een vrouw, maar wie haar op de rug ziet dirigeren, heeft dat niet onmiddellijk door.

Omdat de Royal Albert Hall wordt verbouwd, speelt het London Philharmonic Orchestra tijdelijk in de Queen Elizabeth Hall. De zaal is vol. Voor Londen is Alsop een bekende naam; de luisteraars van BBC 3 verkozen haar deze maand nog tot Favorite Figure van de klassieke muziekwereld.

Vanavond is Brahms Vierde gekoppeld aan Schumanns Pianoconcert. Solist Melvyn Tan en Alsop komen samen op. Hij laat háár, de dame, voorgaan. Maar zij doet kordaat een stapje terug en dwingt hém, de solist, voor te gaan. Een violiste in het orkest grijnst breed.

Alsop straalt autoriteit uit, maar ook humor, bescheidenheid zelfs. Ze lacht naar de musici, gaat na afloop onzichtbaar achter de vleugel staan om niet te delen in de ovatie voor pianist Tan.

„Orkestmusici hebben iets dubbels in wat ze prettig vinden in een dirigent”, zegt ze de ochtend na het concert. „Enerzijds willen ze dat je een halfgod bent; raadselachtig, onaantastbaar. Maar als je je écht zo gedraagt, krijgen ze binnen de kortste keren een hekel aan je. Ik streef naar discipline in een informele sfeer. Grapjes mogen, mits iedereen zijn best doet. Als een orkest met me gaat sollen, ontdekt het dat er opeens niets meer te lachen valt.”

Humor als wapen. Is dat typerend voor vrouwelijke dirigenten?

„Nee, dat geloof ik niet. De werkwijze van een dirigent is vooral een afspiegeling van diens persoonlijkheid. Ik geloof wel dat vrouwen humor vaker gebruiken als afweer en afleiding – dat doe ik zelf in elk geval. Maar in de samenwerking met het orkest is het voor mij puur een manier om een band met de musici op te bouwen.”

In de wereld van de grote dirigenten is Marin Alsop de uitzondering die de regel bevestigt: dirigeren is geen vrouwenvak. Terwijl vrouwelijke musici oprukken in alle grote orkesten, blijven dirigentes relatief zeldzaam. Voor het Ensemble Intercontemporain staat de Finse Susanna Mälkki; de opera van Hamburg wordt geleid door de Australische Simone Young. Maar de Amerikaanse Alsop is de spraakmakendste.

In Nederland is ze nog betrekkelijk onbekend. Ze leidde concerten van het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Residentie Orkest en het Radio Kamerorkest. Een breder publiek kan haar volgende week in Amsterdam aan het werk zien, als ze in de grote zaal van het Concertgebouw het gratis Promenadeconcert van het Concertgebouworkest leidt – de opvolger van het vroegere openluchtconcert.

Alsop werkt de laatste jaren vooral veel in Groot-Brittannië. Ze is er chef van het Bournemouth Symphony Orchestra, waar ze voorlopig ook aanblijft. Haar komst naar Bournemouth was in 2002 breaking muzieknieuws. Maar haar benoeming als musical director van het Baltimore Symphony Orchestra, met ingang van volgend seizoen, zorgde er afgelopen najaar voor dat haar gezicht opdook naast dat van Oprah Winfrey in de ‘machtige vrouwen’-special van het tijdschrift Newsweek.

Alsop is de eerste vrouw die leiding gaat geven aan een belangrijk Amerikaans symfonieorkest. Haar benoeming verliep niet soepel. Alsop grinnikt. „Dat is een understatement. Het was een slopende bevalling.” Op de dag dat haar naam bekend werd gemaakt, tekenden de musici protest aan. Ze vonden de keuze voorbarig, al had Alsop al verschillende succesvolle producties bij het orkest geleid. Ze heeft het orkest achter gesloten deuren streng toegesproken, maar maakte in de pers geen geheim van haar gekwetste gevoelens – te meer daar ze de baan zelf niet zonder aarzeling had geaccepteerd. „Er moet een tekort van tien miljoen dollar worden weggewerkt, en de zaal zit vaak maar half vol. Het is geen gespreid bed”, vat Alsop nuchter samen. „Daar komt bij dat het een collectief onbehagen genereert dat ik ‘de eerste vrouwelijke chef ooit’ ben. Ik hoop dat dat verdwijnt als het orkest en ik wat successen hebben geboekt. Voor vrouwelijke chef-dirigenten na mij zal deze weg minder rotsachtig zijn.”

Ik moest er gisteravond eerlijk gezegd ook aan wennen – een vrouw op de bok.

„Je bent de enige niet. Toen ik in het vliegtuig eens in de cockpit keek en daar vrouwen zag zitten, schrok ik me dood. Wij zijn niet gewend aan vrouwen in leidinggevende posities, dus voelen we er ons ongemakkelijk bij. Dat verontschuldigt onze reactie, niet de situatie. Het is deerniswekkend dat er in de 21ste eeuw nog zoveel ‘eerste keren’ zijn waarmee je als vrouw geschiedenis kunt schrijven. Daarin is de klassieke muziekwereld niet anders dan het zakenleven of de politiek. Alleen treden wij ook nog op in de mode van honderd jaar geleden.”

Alsop – dochter van twee orkestmusici – besloot dirigent te worden toen ze Leonard Bernstein aan het werk had gezien. Ze was negen. „Het kwam niet bij me op dat het níet zou kunnen – een vrouw op de bok”, vertelt ze. „Pas in de pubertijd ontdekte dat ik een mannenberoep had gekozen. Toen heb ik een tijdlang een beetje heimelijk gedaan over mijn ambitie. Maar thuis werd ik van harte aangemoedigd. Mijn ouders kochten zelfs mijn eerste dirigeerstokjes voor me. Ze vonden het fantastisch. ‘Go Girl!’ ”

Ze studeerde viool aan Juilliard in New York, maar werd er afgewezen voor de dirigentenopleiding. Alsop, toen eenentwintig, besloot zelf een orkest op te richten met het geld dat ze als violiste had verdiend. Haar beide ouders speelden gratis mee. Een Japanse mecenas hielp met fondsenwerving en het opzetten van een Board of Directors.

Naar hem en naar haar eerste eigen orkest vernoemde Alsop ook de beurs die ze in het leven riep voor jonge vrouwelijke dirigenten; de Taki Concordia Conducting Fellowship.

Met die beurs biedt u dirigentes de kans die u niet had. Wat leert u ze?

„Ik deel mijn ervaringen. Jonge dirigenten denken vaak dat ze alleen maar het podium op moeten stappen, en dan vanzelf weten wat ze moeten doen. Maar zo werkt het niet. Dirigeren is een praktijkvak. Het is cruciaal zo vroeg mogelijk zoveel mogelijk oefengelegenheid te genereren, zodat je er klaar voor bent als een professioneel orkest je een kans geeft. Met één kans mag je al blij zijn, maar vervolgens moeten ze je ook nog terugvragen. En dat gebeurt alleen als je je vak verstaat.”

Bestaat dat moment, dat je als dirigent je vak volkomen beheerst?

„Voor wat betreft de methodologische kennis: ja. Maar daaronder speelt de zen van het dirigeren; hoe je mensen kunt inspireren en stimuleren. Dat is ontzettend moeilijk. Zeker binnen de miljoenenorganisaties die orkesten in de Verenigde Staten zijn, en waarin gefrustreerde musici zich vaak geen kunstenaars voelen, maar kogellagers in een commerciële reuzenmachinerie.”

Maar uw beurs is alleen voor vrouwelijke dirigenten. Dat suggereert...

„Natuurlijk praat ik ook met ze over vrouwenzaken. Wat je aantrekt, hoe je woorden en gebaren worden geïnterpreteerd.”

U dirigeert zelf in een pak – altijd. Mogen dirigentes geen jurk aan?

„Dat hangt ervan af wat voor vrouw je bent – je moet je er vooral prettig in voelen. Maar er zijn wel algemene don’ts . Laatst begeleidde ik een studente die een groot gouden kruis om haar hals droeg. Niet doen! Je mag geloven wat je wil, maar zo’n hanger leidt enorm af. Los haar in je gezicht – ook niet doen. Het terugschuiven van lokjes herinnert musici en publiek er voortdurend aan dat je een vrouw bent.”

En dat mag niet?

„Nee. Daar moeten mensen niet bij stilstaan. Musici moeten alleen denken aan de muziek. Dat betekent niet dat ik mijn vrouwelijke collega-dirigenten ervan af wil houden vrouwelijk te zijn – viér je vrouwelijkheid! Maar niet op het podium. Daar gaat het om je succes, en daartoe moet je het accent leggen op wat je kunt en niet op wie je bent. Helaas. Maar dat is nu eenmaal de realiteit waarin wij leven.”

Naast haar vaste verbintenissen in Bournemouth en Baltimore doet Alsop nog steeds veel gastdirecties. „Ik zou liever langer bij mijn eigen orkesten zijn”, zegt ze. Niet om de rust, niet om meer thuis te kunnen zijn bij haar drie-jarige zoon. Ze lacht verontschuldigend. „Ik ben een klassieke workaholic. Een dirigent als George Szell was als chef van het Cleveland Orchestra decennialang voortdurend aanwezig. Hij kon echt zijn stempel drukken op dat orkest. Als je nu als dirigent succes hebt, wordt van je verwacht dat je voortdurend overal dirigeert. Ik vind dat bedroevend. Een chef-dirigentschap moet voor een orkest ook echt een tijdperk markeren, opdat orkesten echt een eigen klankkarakter behouden.”

Op 8 juni maakt Alsop haar debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest, in een programma met werken van Sjostakovitsj. Eerdere persberichten noemden haar de eerste vrouwelijke dirigent in de 118-jarige geschiedenis van het orkest, maar in 1915 mocht componiste Catherina van Rennes ook al eens een eigen werkje komen dirigeren. Alsop moet er schor om schateren. „God wat heb ik gelachen toen ik dát ontdekte! Het maakt het alleen maar nóg absurder. Alsof het orkest na ampel beraad heeft besloten dat er elke honderd jaar een vrouw voor het orkest moet staan.”

Promconcert ‘Sjostakovitsj+’ door het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Marin Alsop met Simon Trpceski (piano): 8/6 Concertgebouw, A’dam. Aanvang 20.30 uur; toegang gratis.

    • Mischa Spel