Uit de grindbak

Paul Vlaanderen in een mp3-bestand? Het hoorspel is bezig aan een onstuimige comeback. Ingrid van Frankenhuyzen regisseert een hoorspel met Katja Schuurman. „Een hoorspel is een luisterfilm.”

Regisseur Ingrid van Frankenhuyzen en technicus Herko Mulder foto Vincent Mentzel Ingrid van Frankenhuyzen regisseert het hoorspel " Long Distance" van de Hoorspelfabriek,rechts technicus Berko Mulder.VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Oud Loosdrecht,11 mei 2006 Mentzel, Vincent

Boing! Toink! Elk dichtslaand autoportier dat vastgeschroefd zat aan de muur van een hoorspelstudio, had zijn eigen specifiek geluid. Fanatieke luisteraars wisten precies of het de Simca uit de Vara-hoorspelstudio was of de Volkswagen van de AVRO. Maar hoorspelen van omroepen zijn bedreigde diersoorten; sinds de jaren tachtig worden ze alleen nog sporadisch in de ether waargenomen. Series als de Odysseia (NCRV) of Voskuils Het Bureau (NPS) en lossere initiatieven van de RVU of de Humanistische Omroep zijn uitzonderingen op de regel. Alle oude hoorspelstudio’s zijn ontmanteld, de hoorspelinspiciënten (geluidenmakers) zijn omgeschoold, de grindbakken geleegd en de zinken platen voor het donder en bliksem-effect omgesmolten. Het hoorspel leek op sterven na dood.

En toch is het hoorspel bezig aan een onstuimige comeback. Niet zozeer bij de omroepen en niet meer als uitzending met bijbehorend vast tijdstip, maar vooral in de vorm van een cd die in de boekwinkel te koop is of te downloaden als podcast.

Radiocoryfee Willem de Ridder haalt bijvoorbeeld zijn oude idee van een Nationale Hoorspel Academie van stal en laat mensen binnenkort door middel van internethoorspelcolleges zelf geïmproviseerde hoorspelen maken. Vanachter de thuiscomputer. Op zijn website noemt hij het maken van hoorspelen dan ook ‘een game’; luisteraars sturen de uitzendingen zelf en reageren interactief op elkaars maaksels. „Uiteindelijk gaat het om de belevenis, om het helemaal opgaan in een bijna magies aandoende staat van zijn”, schrijft De Ridder in zijn typisch new age-jargon. „Duim in de mond en er helemaal in opgaan. Tijd verdwijnt, ruimte houdt op met bestaan en woorden schieten tekort.” Ook de RVU is actief in het internettijdperk en brengt projecten uit als Screened, een gefictionaliseerde, interactieve stadswandeling die je zo in je mp3-speler laadt.

Byton-studio Loosdrecht, 10 mei

Het contrast kan niet groter: Katja Schuurman acteert met heel haar fragiele lijf voor de microfoon, acteur René van Asten acteert schijnbaar onbewegelijk met het script voor zich. Schuurman en Van Asten zijn de hoofdrolspelers in het debuuthoorspel Long Distance van Hiekelien van den Herik, vorig jaar afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Herko Mulder is de technicus. Ikzelf ben de regisseur van het hoorspel. Het verhaal is beproefd: Leo (René van Asten) is een in scheiding liggende middelbare man op zakenreis in Peking. Hij belt zijn antwoordapparaat thuis maar treft ene Maartje (Katja Schuurman) die bezit heeft genomen van zijn huis. Er ontwikkelt zich door de telefoon een bizarre verhouding tussen de twee.

Schuurman en Van Asten zitten in aparte ruimtes zodat er later dat typische blikken telefoongeluid onder Schuurmans stem gemonteerd kan worden. Ze kunnen elkaar door een glazen deur zien, maar tijd om elkaar aan te kijken hebben ze nauwelijks; een hoorspel betekent lezen en spelen tegelijk. Tekstuele vergissingen kunnen niet gecamoufleerd worden met schmieren of een knipoog naar het publiek. Uit ervaring weet ik dat niet alle (beroemde) acteurs geschikt zijn voor het hoorspel. Vooral acteurs die het in film of op toneel van hun charismatische verschijning moeten hebben, lijken soms het gebrek aan beeld te moeten compenseren met zwaar aangezette articulatie, zwierige klinkers en bijna amateuristische klemtoonuitschieters. Een goed hoorspelacteur durft bescheiden te zijn, durft bijna uitsluitend in zijn hoofd te acteren en een bescheiden natuurlijk spel een stem te geven op de vierkante millimeter.

Miss Hoorspel

Een nieuw initiatief is De Hoorspelfabriek van Marlies Cordia en Vibeke von Saher. Cordia werd in haar TROS-tijd gekscherend Miss Hoorspel genoemd omdat zij zich nog als enige programmamaker fulltime bezighield met radiodrama. In haar geval de auditieve bewerking van literaire romans. Het leverde haar onder meer een Zilveren Reismicrofoon en een Prix Europa op, maar toch nam ze ontslag. Cordia: „De omroepen duwden het genre langzaam aan het culturele afvalputje in. Op een gegeven moment dacht ik: ik sterf uit, waar doe ik het voor. Maar toen ik in Duitsland en Groot-Brittannië de bloeiende hoorspelcultuur zag, dacht ik: dat moet hier ook kunnen.” Samen met Vibeke von Saher is zij toen in 2005 begonnen hoorspelen op cd uit te brengen.

Cordia hoorde schrijver Bernlef ooit zeggen dat het hoorspel een vierderangs medium voor vijfderangs schrijvers was. Ze maakt zich er tot op de dag van vandaag kwaad over: „Gelul! In Duitsland of Engeland koesteren ze bij de radio hun jonge schrijvers van meet af aan. Auteurs als Elfriede Jellinek of Tom Stoppard blijven gewoon hoorspelen schrijven, ook als ze al hoog en droog beroemd zijn geworden. Ze vinden het geweldig. Een hoorspel is een luisterfilm, zeg ik altijd; we leveren alles aan behalve het beeld. Dat moet je er zelf, in je eigen hersenpan, bijmaken.”

Byton-studio Loosdrecht, 10 mei

Schuurman gooit haar armen woest in de lucht. Op toneel zou het er misschien overdreven uitzien, maar Schuurman blijkt een briljante hoorspelactrice die met haar mooie rafelige stem de kleinste psychologische nuances tevoorschijn tovert. Het enige dat in de eerste opnames verraadt dat dit haar debuut is, is het schuiven van het papier bij het omslaan van de bladzij. Even later behoort ook het laten vallen van een ‘witje’ bij het omslaan tot Schuurmans verleden.

Paniek of de dood

In 1924 werd het eerste Nederlandse hoorspel van de latere AVRO-directeur Willem Vogt uitgezonden. Er werden weliswaar in die tijd al toneelstukken voor de radio gedeclameerd, maar iets speciaal voor radio geschreven was een novum. In de jaren dertig deed de thriller zijn intrede; aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog startte de fameuze serie over amateur-detective Paul Vlaanderen. De meeste mensen denken dat Paul Vlaanderen een typisch Hollandse hoorspelserie was, maar de serie is zo Brits als het maar zijn kan. Regisseur Kommer Kleyn vernederlandste de verhalen van schrijver Francis Henry Durbridge (1912-1998) over speurneus Paul Temple. Durbridge was een van de eersten die meesterlijk gebruik maakte van de cliff hanger en precies dit nieuwe spanningselement zorgde ervoor dat Paul Vlaanderen miljoenen gezinnen rond kachel en radio gekluisterd hield. Afgezien van spelletjes hadden gezinnen niet veel anders te doen: andere radioprogramma’s waren er nauwelijks, televisie ontstond pas in de jaren zestig en toen het er was, was er één zender die niet eens elke dag uitzond.

De meeste hoorspelen waren uitvergroot realistische, huis-tuin-en-keukendrama’s of soaps, zo genoemd naar de zeepfabrikant die in de jaren dertig in de Verenigde Staten de hoorspelen sponsorde. Met de komst van de televisie, zouden series als Goede Tijden Slechte Tijden en Baantjer de soapfunctie van de hoorspelen overnemen.

Dat het experiment het genre aanvankelijk vreemd was blijkt uit een voorval in 1938 dat geschiedenis zou schrijven; in New York regisseerde Orson Welles zijn wekelijkse hoorspel. Die keer in oktober stond de bewerking van een sciencefictionroman van H.G. Wells uit 1898 op het programma: The War of the Worlds. Omdat regisseur en producent het script over de invasie van Marsbewoners eigenlijk maar saai vonden, goten zij het in de vorm van een nieuwsuitzending. Het realistische spel van de acteurs was zo geloofwaardig dat veel luisteraars in paniek de straat oprenden of gingen zitten wachten op hun naderende dood.

Zo realistisch werd doorgaans niet geacteerd in het Nederlandse hoorspel. De onnatuurlijke speelstijl in het hoorspel is legendarisch, ondanks het feit dat er in 1947 een eigen radio-acteursgroep, de Hoorspelkern, werd opgericht compleet met driejarige opleiding. Waren het gemankeerde acteurs die er deel van uitmaakten? Niet noodzakelijkerwijs, want Rijk de Gooijer begon er bijvoorbeeld zijn loopbaan, net als Jos Brink. Toch lijkt die oubollige toon in het collectief onderbewustzijn opgeslagen. Deels heeft het te maken met de speltraditie van de deftige spraak. Actie Tomaat maakte in 1968 van alle declamerende deftigheid op toneel gehakt, in het hoorspel hield de traditie langer stand.

Volgens Marlies Cordia is de gedateerde speelstijl echter niet zozeer de acteurs aan te rekenen: „In het begin bestond de groep uit veertig acteurs, bij de opheffing in 1986 nog maar uit zes bijna-pensioengerechtigden. De Hoorspelkern werd dus nooit van vers bloed voorzien. Maar belangrijker is, dat sommige regisseurs routinematig hun hoorspelen eruit kakten, als ik het zo mag zeggen. Die maakten zich niet druk om typische hoorspeltoontjes, die hielden zich onder het regisseren bij wijze van spreken bezig met de boodschappen voor het avondeten. Oudere luisteraars waren er inmiddels aan gewend geraakt en vonden het allemaal wel lekker herkenbaar.”

Het verklaart ook de tuttige sfeer die het fenomeen Hollands hoorspel aankleeft. Terwijl ook in de hoorspelen van de jaren zestig en zeventig driftig geëxperimenteerd werd montage- en verteltechnieken en met verbosonica of radiofonie, aan elektronische muziek verwante vorm van geluidscompositie (‘klankdicht’) waarbij de menselijke stem ‘vervormd’ wordt. Volgens Cordia is het een kwestie van nostalgie: „Het is een verlangen naar de jaren vijftig, de tijd waarin alles nog eenduidig was. De kinderen waren in bad gegaan, met natte platgekamde haren mochten ze samen met papa en mama naar een hoorspel luisteren. Daar komt die spruitjeslucht vandaan. Dat het hoorspel niet is blijven stilstaan en zich wel degelijk heeft doorontwikkeld, is de massa ontgaan. De omroepen drukten het hoorspel weg naar de kunsthoek, en er werd ook nog eens uitgezonden op onmogelijke tijdstippen. Niemand die zo nog een modern hoorspel hoorde en dus bleef iedereen herinnerd aan die jaren vijftig-oubolligheid.”

Byton-studio Loosdrecht, 11 mei

Ook voor acteur Hylke van Sprundel en Pink Steenvoorden (die de minnaar van Katja Schuurman speelt) is het hun hoorspeldebuut. Van Sprundel duikt achter de geluidsschotten weg, op zoek naar het autoportier. Het hangt er, hij schatert: het bestaat echt! Zijn zoektocht naar de grindbak eindigt in de desillusie van een kartonnen doos waarin, in een plastic zak, een kleine hoeveelheid los grind ligt.

Van Sprundel speelt het type gladjakker in de hotelkamer naast die van René van Asten. Technicus Berko Mulder zoekt naar dat typische ‘doffe-door-murengeluid’ en stuurt Van Sprundel met zijn gezicht de opgehangen doeken in. Weggedoken in het zware zwarte katoen kan hij zijn tekst nauwelijks lezen maar het klinkt als een muur in een degelijk hotel.

In diezelfde ruimte spelen Katja Schuurman en Pink Steenvoorden tegelijkertijd hun erotische scène op een feestje. Met elk een eigen microfoon, worden Steenvoordens handtastelijkheden uiteraard gemimed en Schuurmans hijgende opwinding wordt apart opgenomen om die later in een rondlopende ‘loop’ onder de tekst te monteren.

Hoorspel in bed

Is, Bernlef indachtig, het hoorspel een eigen kunstvorm of toch een afgeleide van literatuur dan wel toneel? Marlies Cordia: „Ik vind het woord kunst wel weer een heel dik woord maar het is absoluut een eigen discipline. Bij een toneelstuk zit je in de zaal met z’n allen tegelijk emoties te delen. Er is dus afstand tussen wat geboden wordt en de ontvanger. Het leuke aan een hoorspel is, net als in literatuur, de één-op-één-beleving. Je staat in direct contact met je eigen verbeelding en geestesoog. Dat past ook in deze tijd. Jongeren zitten niet meer met z’n allen vastgespijkerd naar een televisieprogramma te kijken maar kiezen individueel hun tijdstippen en onderwerpen uit.”

Cordia vertelt een anekdote over een cafébezoek in Duitsland. Toen een groepje mensen wilde doorzakken in een volgend café, zei een jonge jongen dat hij liever naar huis ging om in bed nog even naar een hoorspel te kunnen luisteren. Cordia was stupéfait over de in haar ogen nieuwe jongerengewoonte die in Duitsland blijkbaar de normaalste zaak van de wereld was. „Dankzij de individualisering komt de audiocultuur terug, wordt het hoorspel hip en cool. En wat is er bijvoorbeeld prettiger dan een hoorspel in je koptelefoon zonder het geblaat van een bellende medepassagier in de trein?”

Byton-studio Loosdrecht, 16 mei

Hoe klinkt het interieur van een rijdende taxi in Peking? Technicus Herko en ik zijn er nooit geweest en uit het gigantische geluidenbestand kiezen we uiteindelijk voor een Ford Escort uit 1994. Weliswaar een automaat en een Amerikaans model maar een kniesoor die daarop let. Berko voorspelt minstens één reactie van een luisteraar die gaat zeggen dat er geen Ford Escort-taxi in Peking rondrijdt. Zouden ze ook het merk deodorant kunnen onderscheiden dat ik in een badkamerscène ‘live’ onder de tekst van Katja Schuurman en René van Asten spray?

Langzaam aan trekken we Long Distance uit het realisme. De computer vervormt een stem om de toenemende gekte van personage Leo vorm te geven. Geluidseffecten als een hakbijl ‘knippen’ we ritmisch, als een muziekstuk, aan elkaar. Met ogen dicht zien we alles voor ons.

    • Ingrid van Frankenhuyzen