Toestand van de volksziel

Er was eens een land dat zichzelf Gidsland noemde. De mensen die daar woonden vonden van zichzelf dat ze wegens hun deugdzaam leven, hun orde en netheid en hun rijkdom een voorbeeld voor de hele wereld waren. De rest van de wereld geloofde dat ook, kwam kijken hoe de Gidsers het aanpakten, en dan werden er bewonderende, soms zelfs afgunstige artikelen geschreven. Toen kwam er een welbespraakte man die vertelde dat het in het Gidsland een grote rotzooi was, en dat hij als minister-president pas echt orde op zaken zou stellen. Hij werd vermoord. Daarna stemde bijna één derde van alle Gidsers op zijn partij. Er kwamen mensen aan de macht die uit de Driestuiversopera gerecruteerd waren. Die verdwenen weer. De nieuwe Akela van de Gidsers preekte normen en waarden. Daarna werd er meer gescholden, gevloekt, beledigd, gekwetst, gespuugd, geslagen dan ooit sinds misschien de Beeldenstorm. Dat is ons recht, riepen de Gidsers, die ervan overtuigd waren dat ze nu pas echt voor de vrijheid vochten. Een mevrouw die uit Afrika was gevlucht om in het oude Gidsland van de beroemde vrijheid te genieten, ontdekte dat er nog veel aan mankeerde. Ze maakte met een vooraanstaande vrijheidsvechter een filmpje om de moslimvrouwen uit hun onderdrukking te verlossen. Of deze vrouwen er mee zijn opgeschoten, weten we niet. Wel werd de cineast vermoord. Opnieuw volgde een jaar van groot tumult, en toen moest de mevrouw het Gidsland uit, omdat ze veertien jaar geleden uit Afrika komend, had gejokt. Weer tumult. De Gidsers maakten volop gebruik van hun vrijheid door nog meer te schelden, vloeken, beledigen, kwetsen, spugen en slaan. Intussen vond de mevrouw die de Afrikaanse eruit had gegooid, dat ze zich daarmee een ware Gids had getoond door haar rug recht te houden. Toen ze dat had gezegd, werd er nog veel meer gescholden, gevloekt, beledigd, gekwetst, gespuugd en geslagen. Met de vrijheid van meningsuiting leek het in het Gidsland in ieder geval weer dik in orde. Nadat het nieuwe tumult een beetje was weggeëbd, bleek dat de Afrikaanse toch mocht blijven. Volgens oud-gidsige gewoonte was er een mouw aangepast. Maar te laat, want de vrijheidsvechtster had al besloten, naar Amerika te vertrekken.

Vier jaar vaderlandse geschiedenis. Vorige week heb ik hier een paar verhalen van Belcampo genoemd. Hij is een van de weinige schrijvers die gezien heeft dat in onze volksziel behalve een arrogante gids, een gezellige burgermens en een nijvere werker ook een genadeloze gelijkhebber woont. Krijgt hij niet waarop hij recht denkt te hebben, dan verandert hij in een rancuneuze barbaar. Het poldermodel was, voor de tijd waarin het bloeide, een geniale constructie waarin iedereen zijn eigen gelijk genoot, zonder met andermans gelijk in botsing te komen. In die georganiseerde harmonie konden we ons gemakkelijk als Gidsland presenteren. Door de grote reorganisatie van de maatschappij waartoe ook de immigratie hoort, is daarin een radicale verandering gekomen. Daardoor zijn de voormalige Gidsers overrompeld en ze hebben er chaotisch op gereageerd.

Van het buitenland gezien is Nederland op het ogenblik een kluwen van vechtende en scheldende pummels. We worden hoofdschuddend, met een lichte ondertoon van leedvermaak bekeken. Het toegevoegde nadeel is, dat we dit zelf niet begrijpen. Het ontbreekt aan een zelfbeeld. Een begaafde historicus of een documentairemaker – in ieder geval niet iemand uit een denktank – zou door de regering of een mecenas in staat moeten worden gesteld om het voormalige, nu zwaar overspannen Gidsland van de afgelopen vier jaar te beschrijven of in beeld te brengen. Dat werk zou dan vóór de komende verkiezingen klaar moeten zijn. Maar misschien zijn de Nederlanders op het ogenblik niet meer in staat, afstand van zichzelf te nemen. Dan moet er een buitenlander komen. Vraag Michael Moore.

    • H.J.A. Hofland