Strijd in Mogadishu breidt zich nog uit

De gevechten in de Somalische hoofdstad Mogadishu hebben zich sinds woensdag over de hele stad uitgebreid. Na het recente oplaaien van geweld in het noorden, wordt er nu ook geschoten in de rest van de stad.

Milities van de Unie van Islamitische Rechtbanken zijn vanuit het noorden een inval begonnen in de zuidelijke stadsdelen, waar de seculiere Alliantie voor het Herstel van de Vrede en Antiterrorisme (ARPCT) haar hoofdkwartier heeft. Beide partijen bestookten elkaar met machinegeweren, raketten en artillerie. Daarbij vielen zeker 60 doden. De Unie slaagde erin verschillende strategische punten te bezetten. Duizenden inwoners zijn op de vlucht geslagen. Het wapenstilstandsakkoord van 14 mei lijkt definitief opgeblazen.

Westerse inlichtingdiensten verdenken de Unie ervan banden te hebben met Al-Qaeda. De Unie ziet zichzelf als een alternatieve kracht om de orde te herstellen in het land dat sinds 1991 geen centraal gezag meer heeft. Ze zou er op uit zijn de shari’a, het islamitische recht, in te voeren. Om de islamitische krachten te stuiten richtte een aantal seculiere krijgsheren in februari de ARPCT op. De Unie beschuldigt op haar beurt het ARPCT ervan voor de Amerikaanse inlichtingendienst CIA te werken. Volgens diplomaten krijgt de ARPCT financiële steun van de VS. De VS willen die steun bevestigen noch ontkennen.

Vier van de krijgsheren uit de Alliantie zijn ministers in de huidige overgangsregering in de stad Baidoa. Minister van Binnenlandse Veiligheid Qanyare ontkende gisteren dat de Alliantieministers ontslag zouden hebben genomen uit de regering. Wetgevers uit de regering vinden dat de krijgsheren die betrokken zijn bij de gevechten moeten opstappen. Tijd om te regeren hebben de ministers alleszins niet. „Mogadishu staat in lichterlaaie”, aldus een lid van de Alliantie. (Reuters, AP, AFP, BBC)