Soedan akkoord met VN-missie

Onder zware internationale druk is de Soedanese regering er gisteren mee akkoord gegaan een missie van de Verenigde Naties toe te laten die de legering van een VN-vredesmacht in de westelijke regio Darfur moet voorbereiden. Maar wat Khartoum betreft zal die vredesmacht een veel kleinere rol spelen dan westerse leden van de VN-Veiligheidsraad voor ogen staat.

VN-afgezant Lakhdar Brahimi zei gisteren in Khartoum dat de Soedanese toestemming „een belangrijke stap” vormde in de samenwerking tussen de wereld en Soedan. Soedan heeft zich lange tijd op het standpunt gesteld dat de oorlog in Darfur een Afrikaanse kwestie is die door Afrikaanse troepen moet worden aangepakt. Na de ondertekening van een vredesakkoord met plaatselijke rebellen op 5 mei, matigde Khartoum zijn verzet tegen vervanging van de bestaande, zwakke vredesmacht van de Afrikaanse Unie door een aanzienlijk sterkere van de VN, hoewel het nog steeds niet met zoveel woorden daarmee is akkoord gegaan.

De Veiligheidsraad gaf de Soedanese regering vorige week een week de tijd om de voorbereidingsmissie toe te laten; VN-secretaris-generaal Kofi Annan zond de Algerijnse oud-minister Brahimi naar Khartoum om de autoriteiten tot medewerking te bewegen.

Kort vóór Brahimi’s persconferentie verklaarde de Soedanese minister van Buitenlandse Zaken Lam Akol dat áls Khartoum akkoord gaat met een nieuwe troepenmacht, dat zou gaan om „een macht voor supervisie en niet een macht voor vredesimplementatie”.

In Darfur zijn meer dan 180.000 mensen om het leven gekomen, merendeels als gevolg van ziekte en hongersnood, en 2,5 miljoen ontheemd geraakt sinds februari 2003. Toen ontlokte een etnisch Afrikaanse opstand een verwoestend tegenoffensief door de Arabische Janjaweed-militie die met steun van de regering een campagne van verkrachtingen, moord en plunderingen startte. Het vredesakkoord van 5 mei heeft niet geleid tot beëindiging van het geweld. (AFP, AP)