Siberische kaaskoppen

Omslag van het Bob den Uyl Prijs-winnende boek (detail)

Bart Rijs: Het hemels vaderland. Hollanders in Siberië. Atlas, 365 blz. € 22,50

De val van het communisme lijkt de Hollandse gemeenschap in het Siberische dorpje Pichtinsk de das om te doen Eeuwenlang hebben ze hun identiteit behouden, deze afstammelingen van al in de 16de eeuw gevluchte Hollandse protestanten en wederdopers. Maar de heilige Markt van het post-communisme doet hen als gemeenschap verdwijnen, betoogt journalist Bart Rijs aan het eind van Het hemels vaderland, waarvoor hij deze week de Bob den Uyl Prijs, voor het beste reisboek, ontving.

Rijs, ex-correspondent van de Volkskrant in Moskou, gaat al reizend na wat er waar is van een verhaal dat er in Siberië dorpen staan waar Hollanders wonen – en dan niet een paar communisten die in de jaren dertig zo onverstandig zijn geweest om naar het land van socialistische belofte te verhuizen, maar echt hele gemeenschappen. Rijs heeft ze als eerste gevonden en hun verhaal gereconstrueerd. Nadat zij vanaf de 16de eeuw in de buurt van het huidige Gdansk waren neergestreken, is hun wedervaren een weerspiegeling van de politieke historie van deze streken.

In het begin van de 20ste eeuw hebben sommige van deze Hollanders deel genomen aan programma’s van de tsaristische overheid, om de Siberische vlakten door Europeanen te bevolken. Deze groep, waar het Rijs in het bijzonder om gaat, deelt vervolgens in alle tragiek van de Sovjet-geschiedenis: de terreur van de jaren dertig, de deportatie van de mannen naar strafkampen na de Duitse inval in de Sovet-Unie (omdat de Hollanders voor Duitsers worden aangezien), de collectivisatie onder Stalin.

Rijs vertelt het vol beeldende détails, in een persoonlijke stijl vol met inkijkjes in de psyche van betrokkenen. Of iets in de zeventiende eeuw of in de jaren zestig van de vorige eeuw heeft plaatsgevonden, maakt voor de benadering van de auteur niet uit. Dat geeft ook de beperking van het boek aan – een wetenschappelijke studie is het niet. Rijs pretendeert dat ook niet, en laat veel vragen open: waarom heten die Pools-Siberische Hollanders bijvoorbeeld ‘Holandry’ in plaats van het courant-Russische ‘Gollandtsi’? Hoe verhoudt hun hardnekkig bewustzijn door de eeuwen heen, Hollanders te zijn, al wisten ze misschien niet waar Holland lag, zich met het zelfbewustzijn van latere Hollandse golven emigranten in Rusland in de Achttiende en Negentiende eeuw? Waren de ‘Golandry’ misschien niet toch niet écht voor een deel etnisch-Duitsers, of althans afkomstig uit streken die wijzelf niet meer als Hollands zouden beschouwen, zoals Oost-Friesland? Deze vragen doen aan aan Rijs’ boek echter niet af: hij heeft een vergeten geschiedenis naar boven gehaald, en het leest buitengewoon prettig.