Politiek machtsbederf beheerst Washington

Het was gisteren een meeslepende dag in Washington. President Bush gaf fouten over Irak toe, terwijl het immigratiedebat in de Senaat zijn finale beleefde. En de schandalen buitelen over elkaar.

De Amerikaanse president Bush en de Britse premier Blair (rechts) erkenden gisteren dat er fouten zijn gemaakt in de oorlog in Irak. Foto Reuters British Prime Minister Tony Blair listens to a question as he and U.S. President George W. Bush speak to reporters after their meeting about Iraq at the White House in Washington May 25, 2006. Blair said on Thursday it was the duty of the entire international community, as well as Britain and the United States, to support the new Iraqi government. REUTERS/Kevin Lamarque REUTERS

Het beloofde de dag te worden van de honderdduizenden illegalen die de laatste maanden overal in de Verenigde Staten de straat opgingen. Zij zouden worden beloond voor hun moed. En dat werden ze ook: de Senaat nam aan het eind van de dag een immigratiewet aan die waarschijnlijk voorkomt dat alle illegalen in één klap criminelen worden, zoals het Huis van Afgevaardigden eerder wilde.

Maar het bericht werd overschaduwd door ontwikkelingen in twee andere dossiers die de geloofwaardigheid van Washington al zolang ondermijnen: de oorlog in Irak en het Republikeinse schandalenregister.

Vooral op het laatste punt was het weer eens goed raak. En er speelt al zoveel. Vier prominente Republikeinen verkeren al geruime tijd in problemen: voorzitter Tom DeLay van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden moest dit jaar aftreden wegens een witwasonderzoek en banden met een corrupte lobbyist. Tegen voorzitter Bill Frist van de Republikeinen in de Senaat loopt onderzoek wegens misbruik van voorwetenschap. De ex-stafchef van vice-president Dick Cheney, Scooter Libby, wordt vervolgd in een strafzaak naar de georganiseerde wraak op een criticus van de oorlog in Irak. En de belangrijkste adviseur van president Bush, Karl Rove, is daarin eveneens onderwerp van onderzoek.

Gisteren bleek dat de aanklager in de vervolging van Scooter Libby heeft vastgesteld wie Libby destijds aanzette om wraak te nemen op de criticus van de oorlog: het was vice-president Cheney zelf. Het gevolg is, liet de aanklager weten, dat Cheney waarschijnlijk zal moeten getuigen in de strafzaak tegen Libby. De vice-president achter het hekje: de nieuwste slogan van de Democraten – dat de Republikeinen een ‘cultuur van corruptie’ hebben gevestigd – kan amper beter geïllustreerd worden.

Intussen werd een zesde leidinggevende Republikein, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Dennis Hastert, in verband gebracht met een corruptieonderzoek. ABC News meldde dat de FBI zijn relatie met de corrupte lobbyist Jack Abramoff natrekt (die eerder DeLay al ten val bracht). Ook Hastert zou zich in ruil voor financiële steun hebben ingespannen voor een klant van de lobbyist. In eerste instantie ontkende Hastert het bericht en schoot justitie hem te hulp – maar nadat ABC voet bij stuk hield, verklaarde Hastert de belastende berichtgeving uit het feit dat justitie wraak op hem wil nemen.

Dat heeft óók weer te maken met corruptie. Het zit zo. Vorig weekeinde werd het kantoor van een onbekend Democratisch Congreslid op Capitol Hill doorzocht op verdenking van, uiteraard, corruptie. In een ongebruikelijke eensgezindheid verzetten Democraten en Republikeinen zich hierna principieel tegen doorzoekingen op Capitol Hill. Hastert leidde dit verzet, en dat bracht de FBI er volgens hem toe zijn naam in diskrediet te brengen.

Op de achtergrond speelt een in potentie grotere politieke affaire. Er loopt al maanden een onderzoek naar personen die The New York Times hebben ingelicht over het binnenlandse afluisterprogramma waartoe president Bush na 11 september opdracht gaf. Dit weekeinde zei minister van Justitie Alberto Gonzales dat hij niet uitsluit dat de journalisten van de Times vervolgd worden voor hun publicatie.

Bush zei eerder dat met dit bericht een staatsgeheim is prijsgegeven dat „de nationale veiligheid ernstig heeft geschaad”. De FBI wil ook de bronnen van de krant vervolgen. In dat kader zouden enkele hooggeplaatste Democraten onderwerp van onderzoek zijn. En volgens cynische waarnemers hebben zij, net als Hastert, er alle belang bij de FBI buiten de deur te houden.

Terwijl al deze kwesties over elkaar heen buitelden, stemde de Senaat gisteravond na weken van debat in met de een immigrantenwet die illegalen een kans op verblijfstitel geeft. Ook introduceert de wet een gastarbeidersprogramma. Dit staat diametraal tegenover een anti-illegalenwet die eerder in het Huis werd aangenomen. Het is een overwinning voor de demonstranten én de Democraten – terwijl de conservatieve achterban van Bush het nakijken heeft. Maar afgevaardigden uit beide lichamen moeten nu een compromis uitdokteren, dus het kan nog anders worden.

Intussen kwam de Britse premier Tony Blair op bezoek bij Bush. Op een persconferentie aan het einde van de dag verkozen zij een nederige houding inzake Irak. Er waren „tegenslagen en vergissingen” geweest, zei Bush. Hij had zich soms te stoer uitgelaten over de vijanden in de oorlog tegen terreur. De impact van ‘Abu Ghraib’ was onderschat. Maar met Blair benadrukte hij dat ze op de goede weg zijn in Irak.

Het maakte, na een lange dag waarin bijna alles draaide om machtsbederf, een dagdromerige indruk. Zeker toen president Bush zich liet verleiden te vertellen wat hij het meest zal missen als Blair straks geen premier meer is (antwoord: zijn rode dassen).

    • Tom-Jan Meeus