Politiek blijft lang keuzes maken over de omroep

De Kamer moet de nieuwe Mediawet ruim voor de verkiezingen behandelen. De omroep kan daarna toch een verkiezingskwestie worden.

Iedereen in Hilversum wist het zeker: de mediawet van staatssecretaris Van der Laan (Cultuur, D66) zou niet uitgevoerd worden. Die wet regelt dat vanaf 2008 de organisatie van het omroepbestel verandert.

Maar woensdag maakte het kabinet bekend het plan te steunen. Het is voor behandeling naar de Tweede Kamer gestuurd. Een advies van de Raad van State over de wet was „positief” zei minister-president Balkenende op de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad. Hij zei daar niet dat de raad ook zorgen heeft over mogelijke gevolgen ervan.

Van der Laan belegde later die dag zelf ook een persconferentie. Daar zei ze dat ze al met de coalitiepartners had gesproken over de behandeling van het wetsvoorstel. Van der Laan heeft haast, omdat ze wil voorkomen dat de toekomst van de omroep inzet wordt van de komende verkiezingsstrijd. Op haar persconferentie zei ze dat de coalitiepartners net als zijzelf willen proberen het wetsvoorstel snel te behandelen: voor de kerst.

Dit is opmerkelijk, omdat coalitiepartners CDA en VVD op allerlei manieren afstand hebben genomen van de plannen. Toenmalig VVD-fractievoorzitter Van Aartsen zei dat die plannen „niet de schoonheidsprijs” verdienden. Het CDA opperde in november dat de omroep reclamevrij zou moeten – terwijl in de plannen juist staat dat dat niet moet. En CDA-fractieleider Verhagen zei dat een nieuwe zenderindeling in strijd is met coalitieafspraken.

Hij doelt op afspraken in het zogenoemde Paasakoord. De interpretatie daarvan wordt de komende maanden belangrijk, heeft CDA’er Atsma laten doorschemeren. Want aan die afspraken zegt het CDA zich te willen houden. Maar als Van der Laan dingen anders heeft uitgelegd dan het CDA ze had bedoeld, zal die partij dat kunnen gebruiken om onder de afspraken uit te komen.

Zo zegt Paasakkoord dat omroepen „autonoom zijn ten aanzien van de inhoud van programma’s”. Volgens het CDA kan dat in strijd zijn met de vergaande bevoegdheden die de overkoepelende raad van bestuur krijgt om programma’s te ‘bestellen’ bij omroepen. Ook de financiële positie van de omroepen baart het CDA zorgen.

Die financiën kunnen onder druk komen te staan in het nieuwe plan, schrijft de Raad van State in zijn advies. De reclame-inkomsten dalen. De raad van bestuur in Hilversum heeft dit jaar al gezegd dat er bezuinigd moet worden op programma’s. Om dat te illustreren is de zomerstop dit jaar alvast verlengd.

In het wetsvoorstel van de staatssecretaris staat dat een eventuele daling van reclame-inkomsten niet ten koste mag gaan van nieuwsprogramma of de opiniërende programma’s van de omroepen. Alleen de culturele programma’s blijven dan over. De Raad van State schrijft dat door deze constructie een „verschraling” van het programma-aanbod dreigt.

Het kabinet legde deze kritiek woensdag terzijde. De keuze voor een reclamevrij bestel is een politieke, zei Van der Laan. Zij wil in ieder geval niet dat reclame wordt afgeschaft. Dat betekent dat de burger 200 miljoen extra moet betalen”, zei ze daar eerder over, en dat wil ze niet. Ook voor de VVD is extra geld voor de publieke omroep onbespreekbaar. Het CDA wil die keuze wel maken, en Atsma probeert dit in het verkiezingsprogramma te krijgen.

Kamerlid Van Dam (PvdA) vindt dat het CDA dubbel spel speelt. „Ik heb sterk de indruk dat het CDA helemaal niet naar dit model toe wil. Je kunt niet nu de plannen steunen en dan alvast in je verkiezingsprogramma iets anders zetten.” Maar volgens Atsma zijn dat twee „heel verschillende dingen”.