Poetin wenst toegang tot gasmarkt EU

Brussel, 26 mei. - Als Europese bedrijven gas- en olievelden willen exploiteren in Rusland dan zal de Europese Unie háár energiemarkt moeten openstellen voor Russische bedrijven.

Dat zei de Russische president Poetin gisteren na afloop van een eendaagse Rusland-EU-top in Sotsji, een badplaats aan de Zwarte Zee. „Als onze partners iets exclusiefs willen, zoals toegang tot onze productie- en transportmiddelen, dan willen we iets terugvragen”, zei Poetin. „Zij moeten dan één of andere compensatie bedenken.”

Europa maakt zich grote zorgen over de afhankelijkheid van Russische olie en vooral gas. Een kwart van het gas dat Europa gebruikt, komt uit Rusland. Het Russische staatsbedrijf Gazprom heeft nu de volledige controle over de Russische productievelden en pijpleidingen. De EU wil dat Europese bedrijven die zelf kunnen gaan exploiteren.

De afgelopen maanden waren er flinke spanningen tussen Rusland en Europa op energiegebied. Begin dit jaar stopte Gazprom tijdelijk de leverantie van gas aan Oekraïne na een ruzie over de prijs. Ook EU-landen kregen daardoor minder gas.

Onlangs werd bekend dat Gazprom overweegt de grootste gasdistributeur van Groot-Brittannië te kopen. Toen Britse functionarissen daarop lieten weten dat ze die overname mogelijk willen blokkeren, reageerde Rusland verontwaardigd. Gazprom-topman Alexei Miller zei dat Rusland zijn gas dan maar aan andere landen moet gaan leveren, zoals China. Poetin liet zich in vergelijkbare termen uit.

Gisteren probeerde Poetin de Europeanen gerust te stellen. „China is geen alternatief voor Europa wat betreft energieleveranties”, zei hij na de top. De Russische president suggereerde verder dat Europa hoogwaardige technologie zou kunnen leveren aan Rusland, in ruil voor toegang tot de Russische productievelden.

Concrete resultaten op dat terrein waren er niet na de top, die vooral gold als voorbereiding op een ontmoeting, later dit jaar, van de G8, de zeven rijkste industrielanden plus Rusland. Voorzitter Barroso van de Europese Commissie noemde de sfeer goed, maar erkende dat er nog altijd sprake is van „gevoeligheden”.