Marie Antoinette als onbevangen schoolmeisje

Sofia Coppola’s kostuumfilm Marie Antoinette is vriendelijk gezegd in Cannes met gemengde gevoelens ontvangen. Een film over de rol van Algerijnse soldaten bij de bevrijding van Frankrijk kreeg wel een ovatie.

Kirsten Dunst als Marie Antoinette in de film van Sofia Coppola Foto Leigh Johnson scene uit de film Marie Antoinette Kirsten Dunst Johnson, Leigh

Je hebt geschiedenis en geschiedenis. De meeste mensen weten wel zo’n beetje wie Marie Antoinette was. Vrijwel niemand weet dat Algerijnen tijdens de Tweede Wereldoorlog de Elzas hebben bevrijd. De filmmaker die zich op Marie Antoinette stort heeft andere besognes dan het navertellen van de geschiedenis. De filmmaker die zich om de Algerijnse infanteristen bekommert, wil juist niets liever dan geschiedenis schrijven, de Algerijnen de geschiedenis ín schrijven. De eerste film werd woensdag weggehoond bij de persvoorstelling op het festival van Cannes, de tweede kreeg gisteren een ovationeel applaus.

Sofia Coppola heeft zich Marie Antoinette toegeëigend als was het een van de Amerikaanse pubermeisjes die ze portretteerde in haar debuut, The Virgin Suicides uit 2000. En eigenlijk is dat ook zo. Een van de virgins van toen werd vertolkt door Kirsten Dunst en zij speelt nu de Oostenrijkse prinses die de laatste koningin van Frankrijk was, voordat de guillotine in 1789 een eind maakte aan haar leven en het Ancien Régime. Van Marie Antoinette heeft de geschiedenis niet veel meer dan een fameuze oneliner overgeleverd. Toen zij hoorde dat de mensen in het land van de honger stierven, zou ze hebben gezegd: „Hebben ze geen brood? Dan eten ze toch cake!” En dat zou voor de opstandelingen aanleiding zijn geweest om de Bastille te bestormen en de Franse Revolutie te beginnen.

Maar Coppola’s Marie Antoinette is absoluut niet hautain en kil zoals de mythe wil. Deze giechelt en bloost, ze huppelt en ze schreit om haar hondje Mops dat ze in Oostenrijk moet achterlaten, zoals ze alles moet achterlaten wanneer ze Frankrijk betreedt.

De verstikkende wereld van de achttiende eeuw was vaker onderwerp van films, met het absurde protocol en de decadentie tegelijkertijd. Coppola ontkomt er niet aan die te tonen en te becommentariëren. Maar zij zet er op twee manieren haar eigen stempel op. In de eerste plaats door Marie Antoinette de onbevangenheid van een schoolmeisje te geven. Ze kan er een hartgrondig ‘dat is belachelijk’ uitflappen en in haar eentje opspringen om een opera te bejubelen, terwijl de etiquette wil dat ze blijft zitten.

Het tweede contrapunt is de muziek. Coppola heeft de achttiende eeuw verrijkt met de New Wave-light van Bow Wow Wow en The Cure, zoals Baz Luhrmann dat met Romeo+Juliet en Moulin Rouge deed. Koetsen denderen langs de monumentale paleizen op de tonen van Adam and the Ants, Kings of the Wild Frontier. Het moet de score van Coppola’s middelbare-schooltijd zijn geweest. „Rock ’n’ rococo”, schreef een Engelstalig filmtijdschrift gevat.

Helpt het? Een beetje, maar niet helemaal. Marie Antoinette biedt Coppola in de eerste plaats de gelegenheid een sfeer te tonen. Daar is ze heel goed in, getuige Lost in Translation. De geur van marshmellows en zomer dampt van het scherm. Vooral de sfeer van de scènes die zich in het buitenpaleisje Petit Trianon afspelen, is zó pregnant dat het lijkt of je de bloemen in de tuin kunt plukken. Coppola laat ons meevoelen met dit opgewekte kind dat vrolijk en vriendelijk blijft in deze bizarre omgeving, met die brave, maar seksueel dooie echtgenoot.

Als déze Marie Antoinette hoort wat zij over haar hongerige landgenoten zou hebben gesneerd, werpt zij die suggestie verre van zich. „Zoiets zou ik nooit zeggen.” En wij geloven haar. Maar de film wil geen commentaar op de geschiedenis zijn. Coppola maakt liever een choreografie van de buigingen van hovelingen. Ze laat de camera rond ingewikkelde haartooien wentelen, gefabriceerd door een haarhomo die zo uit Los Angeles lijkt te zijn weggelopen. Ze tuurt naar de taartjes, roze en romig als de wangen van Marie Antoinette en als de hele film.

Misschien dat de Franse kijkers daar woensdag zo ontstemd door raakten. Hun grootse revolutie wordt hier getoond als een akelige onderbreking van een meisjesleven. De gehate Oostenrijkse is hier een dappere koningin die tot het laatst bij haar man blijft, terwijl iedereen haar aanraadt te vluchten. Dat is niet de geschiedenis die de Fransen graag zien.

Het was vooraf de vraag of diezelfde Fransen wel plezier zouden beleven aan Indigènes (inboorlingen) van de Frans-Algerijnse filmer Rachid Bouchareb. Die toont een pijnlijke en vergeten bladzijde van de Franse geschiedenis. Bouchareb heeft jaren onderzoek gedaan om die zo precies mogelijk vertellen. Hij volgt een groepje Algerijnse mannen die in 1943 zo van het land worden geplukt om ‘het moederland’ te bevrijden van de Duitse bezetting. Ze gaan massaal. Omdat ze denken dat de oorlog van Europa hun betere vooruitzichten biedt dan de armoede van Afrika. Maar ook omdat ze werkelijk bezield zijn van het idee dat Frankrijk hun moederland is.

Wat Bouchareb vooral overtuigend laat zien, is dat de Fransen daar heel anders over denken. De pieds-noirs worden heus toegejuicht als bevrijders in Marseille en Toulon, maar krijgen geen verlof zoals de blanken en worden niet gepromoveerd, hoe dapper ze ook vechten. Bouchareb – producent van een andere competitiefilm in Cannes, Flandres – brengt dat alles goed en tamelijk rechttoe rechtaan voor het voetlicht. Er zijn scènes die zo aan het oorlogsepos van Steven Spielberg lijken te zijn ontleend – Saving Private Saïd. Ook Indigènes eindigt met een overlevende op een erebegraafplaats en ook deze soldaat heeft zo zijn gedachten over wat er is gebeurd is en of de wereld hun offer al vergeten is.

Wat dat niet-vergeten betreft kan Bouchareb gerust zijn, de ontvangst van zijn film was meer dan warm. Hij zal door zijn toegankelijkheid ook buiten Frankrijk wel een publiek vinden. Indigènes lijkt met Volver en Babel een serieuze kans te maken op een gouden palm of andere prijzen die zondag worden verdeeld.