Maatpak is weer terug

Ambachtelijk gemaakte pakkenmogen weer wat kosten.

Een pak koop je voor het leven, niet voor een seizoen.

Foto’s Eiko Waleson Waleson, Eiko

„Niemand past confectie.” Hans van Goch (36), eigenaar van atelier New Tailor, zet zijn espresso met een stellige klap op tafel. „Iedereen heeft eigenlijk een maatpak nodig. Je hebt altijd wel een beetje scheve schouders en niemand heeft de ideale maten.” Zelf draagt Van Goch vandaag een pak dat met de hand gemaakt is. Een experimenteel pak, noemt hij het. Het heeft een Engelse belijning, wat betekent dat het iets weg heeft van een ouderwets uniform. Het nachtblauwe jasje zit strak om zijn smalle schouders en waaiert onderaan wijd uit. Hij heeft het vier keer gepast voordat het precies klopte bij zijn lichaam. „Er zijn maar twee soorten mensen die aan een mannenlichaam mogen komen: de kapper en de kleermaker.”

Exclusieve maatpakken zijn terug. Een jaar of tien geleden was het slecht gesteld met de kleermakersbranche; confectie werd de norm. Ook was de term maatpak aan erosie onderhevig. „Een beetje innemen in de winkel, en het heette al een maatpak”, zegt Roel Wolbrink (35), zakelijk partner van Van Goch. Inmiddels mag een pak, mits ambachtelijk gemaakt, weer wat kosten. Er is weer vraag naar pakken waarvoor na een lange sessie van maten opnemen en voorkeuren uitspreken een patroon is uitgezet. Volgens imagostyliste Dyanne Beekman, onder meer bekend van het tv-programma Passion for Fashion is een goed pak niet echt aan mode onderhevig. Wel past de terugkeer van het ambachtelijke, tailormade pak goed bij de modetrends van komende winter. „We gaan weer terug naar kwaliteit, naar het authentieke. Een perfect gesneden, rustig pak past daarbij.” Volgens Beekman moet iedere man, naast modieuze confectiepakken, een of twee goede maatpakken in de kast hebben hangen. „In Nederland vinden we het vaak belangrijk dat er een merkje in een pak zit. Terwijl het juiste maatpak je nét de kracht kan geven om die zakelijke deal binnen te halen.” Roel Wolbrink merkt dat mensen het weer leuk vinden om iets voor zichzelf te laten maken. „Mannen van nu willen niet zomaar iets wat in de rekken voor het grijpen hangt.” Van Goch en Wolbrink staan voor een grote, donkerhouten kast in hun winkel. Op de planken liggen honderden boeken, met daarin tienduizend stoffen. Tweed, zijde, kasjmier, kamgaren, linnen. De duurste stof uit de collectie heet guana shina, wol dat is gemaakt van de buikharen van een klein geitje uit de Himalaya. Het lapje proefstof voelt teer en zacht. Het kost 1100 euro per strekkende meter en voor een gemiddeld pak heb je 3,5 meter nodig.

De prijs van een maatpak is ook afhankelijk van hoe het pak gemaakt wordt. Voor zogenaamde bespoke pakken worden maten opgenomen en een patroon getekend, maar ze worden met een machine gemaakt. Die pakken beginnen bij 700 euro. Dat lijkt veel, maar dan heb je wel een echt maatpak. „Voor een Hugo Boss betaal je ook 600 euro”, zegt Van Goch, „en dat is confectie.” De tweede categorie maatpakken wordt handgemaakt in een atelier in Polen, maar wel in Nederland aangemeten, vanaf ongeveer 1250 euro. Voor de rijkeren heeft New Tailor ook een couture-atelier, waar kleermaker Cees Janssens met de hand pakken maakt, die beginnen bij zo’n 2.000 euro. Eén pak kost hem 50 uur. Janssens trekt met krijt lijnen op de delen stof. Om hem heen staan paspoppen met halve jasjes, nog zonder mouwen. Voor de leek zien ze er niet bijzonder uit. „Ik maak pakken waar de vorm van die persoon in zit. Op een hanger lijkt het een gewoon jasje, maar als je hem aantrekt zie je hoe goed het valt.”

Volgens Dyanne Beekman is het vooral belangrijk dat bij het kiezen en passen van een pak goed wordt doorgesproken wat de wensen van de drager zijn. Iemand die het snel warm heeft, moet geen dikke wol kiezen. „Bij een goede kleermakerij kun je over dat soort dingen gewoon praten. Het is, net als bij het uitzoeken van een trouwjurk, bijna psychologie. Wie ben je, en hoe verpakken we dat?”

Martijn Martens (29), managementtrainee bij een grote verzekeraar, moet voor zijn werk vaak in Londen zijn. Hij haalt zijn maatpakken op Seville Row, de bekendste plek in Engeland voor maatpakken. In Nederland vond hij het lang moeilijk om een goede kleermaker te vinden. Inmiddels is er weer meer aanbod, onder andere van het jonge bedrijf Suitsupply uit Hoofddorp, dat ook met bespoke pakken werkt. „Ik liet mijn pakken aanmeten in een atelier, en haalde ze bij de volgende zakenreis weer op. Nu wordt het in Nederland ook weer beter.”

Martens, die het liefst ingetogen, donkergrijze pakken met een heel lichte krijtstreep draagt, vindt dat je in de managementwereld met een echt maatpak serieuzer genomen wordt. „De kenners zien het verschil wel. Het kan ook een onderwerp zijn tijdens een zakelijk diner. Dan bespreken we waar je de beste pakken haalt, en hoeft het even niet over het werk te gaan.”

Kan iedereen zich prettig voelen in een op maat gesneden pak? Dyanne Beekman: „Als alle maten goed zijn opgemeten, zal het nooit een verkleedpartijtje worden. Ook niet voor mensen die normaal niet snel een pak zullen dragen.”

Modegrillen gaan aan maatpakken grotendeels voorbij, alleen al omdat tussen het eerste gesprek en de laatste pas-sessie een paar maanden zitten. Een pak koop je voor het leven, niet voor een seizoen. Toch zijn er volgens Van Goch wel trends te zien in de pakkenwereld. „De laatste maanden zijn de pakken chiquer. Het draait meer om de finesse. We maken geen mode, maar de wens van de klant past zich wel aan.” Zo verschuift de smaak van de Nederlanders langzaam van een pak met drie knopen naar een met twee, in Italië en Engeland al gebruikelijk. Van Goch: „Nederlanders hobbelen een beetje achter de mode aan.”

    • Janna Laeven