Liegen over je identiteit is noodzaak

Keer op keer heeft Ayaan Hirsi Ali verteld hoe en waarom zij loog over haar naam en geboortejaar. Dat onthullen haar boeken maar ook vele vele buitenlandse kranteninterviews.

Ayaan Hirsi Ali op het Boekenbal, 12 maart 2003; naast haar schrijfster Jessica Durlacher Foto Vincent Mentzel Jessica Durlacher begeleidt Ajaan Hirsi Ali op het Boekenbal. foto VINCENT MENTZEL/NRCH ==F/C==Amsterdam,Boekenbal 11/12 maart 2003 Mentzel, Vincent

‘Ayaan Hirsi Ali wordt in 1969 in Somalië geboren als de dochter van Hirsi Magan, een bekende oppositieleider die het opneemt tegen dictator Mohamed Siad Barre.’ Zo luidt de eerste zin van Hirsi Ali’s bundel De zoontjesfabriek uit 2002. De identiteit en het geboortejaar van de publiciste-politica zijn feiten van algemene bekendheid. Haar in grote oplagen verschenen publicaties vertellen het vluchtverhaal, de naamsverwisseling en de bij de asielaanvrage onjuist opgegeven geboortedatum.

Het is denkbaar dat minister Verdonk, vriendin en partijgenote, hiervan niet op de hoogte was, zoals zij meedeelde naar aanleiding van de documentaire van Zembla – die ze naar eigen zeggen overigens ook niet zelf had bekeken. Maar als Verdonk de wetenschap over de identiteit van Hirsi Ali inderdaad ontbeerde, betekent dit dat zij geen boeken leest, zelfs niet als die over haar beleidsterrein gaan, evenmin als Nederlandse of buitenlandse kranten. De zoontjesfabriek is (evenals de in 2004 verschenen bundel De Maagdenkooi) in zo’n tien talen vertaald en in talrijke Nederlandse en buitenlandse kranten uitvoerig besproken. Naar aanleiding van de verschijning van haar bundels in Frankrijk onder de titel Insoumise werd ze precies een jaar geleden geïnterviewd door Le Monde. Daarin werd Hirsi Ali als volgt voorgesteld: ‘Ze is geboren in Somalië in 1969 als dochter van Hirsi Magan Isse.’ Ook Le Figaro plaatste een paginagroot vraaggesprek met het VVD-Kamerlid, met de vermelding: ‘Zij vervalste haar identiteit, vroeg politiek asiel aan (wat ze heel makkelijk kreeg) werkte als schoonmaakster en vervolgens als tolk voor sociale instellingen en de Immigratiedienst.’

Al deze informatie haalden de interviewers uit haar boeken en hetzelfde gebeurde in gezaghebbende Duitse, Italiaanse en andere Europese kranten. Daarbij is het van belang dat in al deze publicaties wordt ingegaan op de redenen voor de onjuiste opgave van naam en geboortejaar. Die redenen springen naar voren in vrijwel al haar uitspraken over haar specifieke achtergrond als vrouwelijk lid van een belangrijke Somalische clan, waarvan zij de eer niet straffeloos kon schenden.

Achterneef

Hirsi Ali schond die eer door te vluchten nadat ze was uitgehuwelijkt aan een verre achterneef uit Canada, een man die van haar eiste dat zij hem zes zonen zou baren. ‘Om hun toekomstige functie als zoontjesfabriek zo goed mogelijk te vervullen, wordt meisjes van jongs af aan geleerd om zich te schikken. Naar God, vader, broer, familie, clan,’ schreef ze in De zoontjesfabriek. Let hier even op de rol van de broer.

Het televisieprogramma Zembla spoorde Hirsi Ali’s broer op en betaalde hem een onkostenvergoeding. Het wekt nauwelijks verbazing dat hij erop uit was twijfel te zaaien over haar motieven om de clan te ontvluchten. In De zoontjesfabriek schrijft Hirsi Ali over de ernstig verstoorde relatie met de broer. Al in Nederland woonachtig, had ze hem in vertrouwen genomen over haar verliefdheid op een Nederlandse jongen met wie ze samenwoonde, waarop hij eiste dat ze de relatie onmiddellijk zou beëindigen. Want de eer van de clan...

Misschien had Hirsi Ali, wier vader behalve op het gebied van polygamie en uithuwelijking volgens haar beschrijvingen tamelijk verlicht is, niet direct van haar naaste familie te vrezen. Maar feit is dat ze in september 2002 moest onderduiken op last van de politie, nadat een internationaal opererende islamistische organisatie Ayaans in Londen verblijvende vader had gesommeerd zijn dochter ‘tot de orde te roepen’ op straffe des doods. Het ligt voor de hand dat een van de redenen voor Ayaan om bij haar asiel- en naturalisatieaanvraag niet de naam van haar vader te noemen juist de behoefte was om behalve zichzelf ook haar naaste familieleden te beschermen.

Als Verdonk nu maar Hirsi Ali’s boeken had gelezen, zou ze hebben geweten welke bijzondere omstandigheden er aan de naamsverandering ten grondslag liggen. In een essay uit 2002, eerder gepubliceerd in Het 23ste jaarboek voor het democratisch socialisme van de Wiardi Beckman Stichting en opgenomen in De zoontjesfabriek schreef ze dat een vrouw de eer van haar vader en daarmee die van zijn clan bezoedelt, bijvoorbeeld door niet in passende kleding buitenshuis te gaan of te vrijen vóór het huwelijk. ‘De straffen die hierop volgen variëren van een verbale waarschuwing en mishandeling tot uitstoting en moord.’

Wie – zoveel jaren na verschijning – die bundel weer eens ter hand neemt, zal opmerken hoe genuanceerd Hirsi Ali tegenover de islam als godsdienst staat. ‘Ik heb niets tegen religie als bron van troost. Rituelen en gebeden kunnen houvast bieden en ik verlang van niemand om dat op te geven.’ En, in reactie op een hetzerig artikel in HP/De Tijd van Paul Frentrop: ‘Het advies van Frentrop om de islam te verbieden, los van het feit of dat überhaupt kan, valt niet echt serieus te nemen.’

Waar Hirsi Ali zich in deze publicaties tegen verzette was een overheidsbeleid, gericht op het in stand houden van groepsculturen waarin de onderdrukking van vrouwen op grond van de vrijheid van godsdienst wordt gelegitimeerd. Dat was haar kritiek op de Partij van de Arbeid, die in haar ogen uit respect voor moslims en hun cultuur meisjes gevangen hield in hun groep en ze daarmee behandelde als ‘tweederangsburgers’. Des te cynischer dat een minister van de liberale partij waar Hirsi Ali haar toevlucht bij zocht haar zelfs dat tweederangs burgerschap niet gunde.

Liegen over je identiteit kan een bittere noodzaak zijn. Had Verdonk behalve De zoontjesfabriek toch ook Hirsi Ali’s tweede bundel De maagdenkooi maar gelezen, waarin ze aan de hand van vier case stories uit de Somalisch-islamitische praktijk vertelt wat er gebeurt met zich emanciperende vrouwen die geen rekening houden met de wraak van hun familie of clan. De maagdenkooi eindigt met ‘10 tips voor moslima’s die weg willen’. De rillingen lopen je over de rug als je leest wat islamitische meisjes kan overkomen als hun familieleden erachter komen dat ze voor een eigen leven kiezen. Een van de belangrijkste tips is ontdekking te voorkomen. Onderduiken, schuilnaam.

Rushdie

Met andere woorden: wie de naam van hun vader/broer/oom/neef/clan aanhouden, begeven zich in zulke omstandigheden in gevaar. Iedereen die zich, zeker beroepshalve of beleidsmatig, met integratie bezighoudt, behoort zich het lot van zulke meisjes aan te trekken en deze tips te lezen. In Duitsland liet de uitgever die Hirsi Ali’s bundels publiceerde onder de titel Ich klage an, de tekst voor de grote Turkse gemeenschap daar zelfs in het Turks vertalen. In Amerika las Salman Rushdie De maagdenkooi in de Engelse vertaling, onder de titel The Caged Virgin: An Emancipation Proclamation for Women and Islam.‘ Hij noemde het ‘een immens belangrijk boek, hartstochtelijk, uitdagend en noodzakelijk. Het zou zo massaal mogelijk gelezen moeten worden, omdat het de waarheid vertelt – de onverbloemde, oncomfortabele waarheid.’

Eén van die waarheden luidt: ‘Wanneer een moslima [...] in opstand komt, moet de staat haar beschermen tegen de woede en boosheid van haar familie. Dan moeten wij als medeburgers – buren, leerkrachten – haar vriendschap, schuiladressen, kennis en zelfvertrouwen geven waarmee ze zich zonodig zonder haar familie zal kunnen redden.’ Als ze dat soort bescherming niet krijgen, schrijft Hirsi Ali, zal de familie zich wreken. ‘Niet zelden worden deze moslima’s ‘‘gelokt’’ met een vakantie naar de geboorteplaats van hun ouders. Eenmaal daar wordt hun paspoort afgepakt en kunnen ze geen kant meer op.’

Het detail over de afgepakte paspoorten is na de brief van minister Verdonk aan haar partijgenote, waarin zij haar paspoort afpakte, wel bijzonder wrang. Als het aan de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie ligt hoeven gevluchte moslima’s niet eens meer door hun familie gelokt te worden om hun paspoort kwijt te raken. Dat kan door het bewust en kwaadwillig verkeerd interpreteren van een arrest van de Hoge Raad in een handomdraai in Den Haag worden geregeld.

Ayaan Hirsi Ali: De maagdenkooi. Augustus, 79 blz. € 9,95

    • Elsbeth Etty