Kinderen van Magnolia

In Cannes is de mozaïekfilm à la Magnolia hard op weg een genre te worden. Dus massale emoties, die niet worden getoond, maar toegediend.

Shortbus Regie: John Cameron Mitchell Komische seksproblemen in New York. Homostel Jamie en James hebben na vijf jaar ineens relatietherapie nodig. Die krijgen ze van Sofia, die door haar man Rob in alle standen wordt geneukt maar desondanks nog nooit een orgasme heeft gekregen en daar totaal van in paniek raakt. In de heftige (homo)seksclub Shortbus gaat ze op zoek naar hulp en als ze ergens van orgasmen weten, dan daar wel. De SM-meesteres Séverine ontfermt zich over haar en onthult en passant dat ze eigenlijk Jennifer Anniston heet. Sleutelzin: „Het is net als in de jaren zestig, maar dan wanhopiger.” scene uit de film Short Bus

Wie veel gezondigd heeft, zal veel vergeven worden. Dan moet er de laatste tijd wel flink gezondigd zijn, want de bioscopen worden overspoeld met louteringsfilms. En dan hebben we het niet over de loutering die we zo goed uit de filmgeschiedenis en de schrijf-je-eigen-scenarioboeken kennen: held worstelt met dilemma, kan het niet oplossen, geraakt in crisis en komt gelouterd uit de crisis tevoorschijn, waarna hij rustig het beeld uit loopt, op weg naar een betere toekomst. Dat is het schema waarvoor dramadocenten en scriptdokters steevast verwijzen naar de grote Griekse geleerde Aristoteles en diens omschrijving van de ideale tragedie.

Maar de eenvoudige catharsis-na-crisis voldoet kennelijk niet meer. Mássalouteringen krijgen we nu voorgeschoteld, van soms tientallen mensen die op miraculeuze wijze gelijktijdig ieder hun eigen crisis doorstaan en bij wie op een en hetzelfde moment een glimlach doorbreekt in het besef gelouterd te zijn. Op het festival van Cannes waren de eerste week al vier, vijf films te zien die op deze leest geschoeid waren, van Il caimano tot Babel en van Fast Food Nation tot Selon Charlie. En ze volgen allemaal het stramien van Paul Thomas Andersons Magnolia uit 1999.

Magnolia was een meesterlijke film waarin over een breed front personages werden geïntroduceerd, na een korte proloog over de aard van het toeval. Alle hoofdpersonen hadden een persoonlijk verdriet waarmee zij in de loop van de film werden geconfronteerd of waarmee zij zichzelf confronteerden. Soms was dat verdriet een geheim dat in de loop van de film werd onthuld. Op het toppunt van ellende smeedde Anderson zijn droeve figuren aaneen met het lied Wise up van Aimée Mann. Daarna kwam een gesynchroniseerde catharsis, onderstreept door een waarlijk bijbelse plaag, een kikkerregen boven Los Angeles. De film eindigde met een lach door haar tranen heen van een door incest getraumatiseerde vrouw.

De overdrijving maakte Magnolia zo sterk, de veruiterlijking van crisis en catharsis in muziek en mirakel. Maar het kwam niet alleen daardoor; dan zou de film louter briljante vorm zijn gebleven. Magnolia werd bijeengehouden door een maker die werkelijk iets te beweren had over spijt, berouw en vergeving. Ook als de spijt oneigenlijke gronden had, kon het berouw oprecht zijn en was vergeving mogelijk.

Anderson had zijn fascinatie voor loutering al eerder laten zien in Boogie Nights, in een vergelijkbare vorm. Hij koesterde zijn fascinatie bovendien in een filmcultuur die nog altijd werd gedomineerd door handelende hoofdpersonen, doelbewust op zoek naar confrontatie en overwinning. Deze cultuur is het best verwoord in Once Upon a Time in the West – zij het met veel ironie – in de oneliner van aartsschurk Frank: „My weapons might look simple to you, Mr. Morton, but they can still shoot holes big enough for our little problems.” Om dan Tom Cruise huilend aan het sterfbed van zijn vader wanhopig ‘klootzak’ te laten zeggen, zoals Anderson in Magnolia deed, dat was echt iets anders.

Sindsdien denken filmmakers dat ze, om iets wezenlijks menselijks te vertellen, vooral veel personages tegelijk in de puree moeten brengen en ze er weer uit moeten halen ook. Mozaïeken van beproeving en, meestal, overwinning. Het trieste van die films is dat de personages wel gelouterd worden door de scenarioschrijver, maar dat de film de toeschouwer niet loutert, zoals Aristoteles het graag zag. Voor hem moest de ideale tragedie bij het publiek een catharsis teweegbrengen.

Bij deze films steekt het scenario-skelet zo duidelijk door alle personages heen, dat je tegen het eind op je vingers gaat zitten aftellen wie er nog niet gelouterd is en wie dus nog moet volgen. Tien kleine negertjes voor geestelijke groei.

Crash was er zo een, en Syriana en Leef! van Willem van de Sande Bakhuyzen. Op het filmfestival van Cannes kun je zien dat de mozaïekfilm geen stijlmiddel meer is, maar een mode en misschien zelfs op weg een genre te worden. Voor scenarioschrijvers en regisseurs is een genre vooral een efficiënte manier van vertellen. De belangrijkste ingrediënten van een genre worden door het publiek vanzelf herkend, het is een stelsel van afspraken tussen filmer (of schrijver) en toeschouwer. Zodoende kunnen hele stukken van de ontwikkeling van verhaal of personage worden weggelaten. Het publiek heeft aan een half woord genoeg.

Nanni Moretti, bekend als filmauteur, gebruikt dit procédé op deze manier in zijn film Il Caimano. De onsuccesvolle pulpproducent Bruno Bonomo (goedmans) worstelt met het feit dat zijn vrouw wil scheiden en met de problemen bij het maken van een film over Berlusconi. Als alle problemen op een kookpunt zijn gebracht, heeft zijn vrouw een uitvoering van haar koor. Bruno zit in de zaal. Hij heeft zijn vrouw gezien met een andere man. Zijn assistente doolt door de failliete studio. Zijn zoontje zoekt wanhopig naar een ontbrekend stukje lego om zijn ruimteschip af te maken. Bruno loopt naar het podium, staat naast de verbaasde dirigent en roept tegen zijn vrouw: „Wat heb ik je misdaan?” Zijn assistent doet het licht uit in zijn kantoor. Zijn zoontje slaat het hele ruimteschip stuk. Crisis.

Alles kleeft aan elkaar op Händels koormuziek. De volgende scène zitten Bruno en zijn vrouw bij een notaris voor hun echtscheiding en dan geven ze elkaar even een hand. Op de terugweg, ieder in hun eigen auto, rijdt Bruno nu eens voor, dan weer naast, dan weer achter zijn vrouw. Ze kijken en zwaaien. Can’t take my eyes off of you, zingt Damien Rice er vijf keer bij. Catharsis!

Moretti hoeft ons nu geen blij zoontje meer te laten zien of de financiële redding voor de zieltogende productiemaatschappij. In deze ene scène brengt hij over dat het leven doorgaat en dat liefde niet verloren is als je het moeilijk hebt, dat je nog verliefd kunt zijn op je vrouw op de dag van je scheiding en dat zij je vergeeft voor het feit dat je haar lievelingstrui hebt verscheurd en misschien ook nog wel haar banden hebt lek gestoken. We kunnen er allemaal weer tegenaan. Moretti heeft die emoties niet getoond, laat staan onderzocht, hij heeft ze toegediend door de sonde van het genre.

Is het heel calvinistisch om te stellen dat vergeving iets is wat je moet verdienen met oprecht berouw en beloofd beterschap, niet een aflaat die je krijgt als je naar een toepasselijk plaatje hebt geluisterd?

Il caimano gaat nog vooral over één man en zijn loutering. In Fast Food Nation van Richard Linklater zijn het hele volksdelen rond een hamburgerketen die door het vagevuur van de scenarioschrijver gaan. Een kort gesprek met een oom maakt van een serveerster een milieuactiviste, een omhelzing verlost een Mexicaanse arbeidster van haar drugsverslaving en een ontmoeting met een oude cowboy opent de hamburgerbaas de ogen.

Shortbus van John Cameron Mitchell oogt wel radicaler dan de film van Linklater, doordat hij zich afspeelt in een heftige seksclub en ons zeer expliciete (homo)seks te zien geeft (inclusief een acrobatische orale zelfbevredigingsscène). Maar de film volgt intussen keurig het Magnolia-stramien. De introductie op vele fronten. Ieder wat persoonlijk verdriet op zijn rug. Confrontaties, schaamte, schreeuwen, huilen en een grote sequentie waarin alle verdriet wordt uitgebannen in een orgastische schreeuw die en passant New York weer van elektriciteit voorziet – want Shortbus is vooral een komedie.

De overeenkomst tussen deze films is de functie van de hoofdpersonen. In Magnolia stonden die voor zichzelf, hun catharsis was voor henzelf bestemd. Zij waren geen symbool voor een sociaal fenomeen of representant van een maatschappelijke klasse. In Fast Food Nation, in Shortbus, in Babel van Alejandro González Iñárittu – allemaal in Cannes te zien – maar ook in Syriana of Crash zijn de personages niet zozeer mensen als wel manieren om maatschappelijke problemen te behandelen.

Babel: een rijk Amerikaans echtpaar wordt per ongeluk beschoten door een Marokkaans jongetje met een geweer dat via een Japanse plezierjager in de woestijn is terechtgekomen. Zo kan de regisseur de sociale ongelijkheid in Amerika (via Mexicaanse oppas), de westerse angst voor terrorisme en de maatschappelijke onthechting in hypermodern Japan tegelijkertijd laten zien. Hij gebruikt zijn personages als ledenpoppen om zijn publiek enorme opdoffers te geven.

Juist die exemplarische behandeling lijkt de verklaring te bieden voor het plotse succes van de louteringsfilm. Alle scenario’s zijn zwanger van doem. Wie zou niet wanhopig worden in de donkere tijden waarin de (Westerse) wereld beland is? Als de seksclubeigenaar zijn klanten bekijkt, zegt hij: „Het zijn net de jaren zestig, maar dan wanhopiger.’’ Daar wil de schrijver iets aan doen, want misschien kunnen we de dingen ten goede keren door bewust te leven.

De personages in al die films zijn rondrennende mensen in totale verwarring. Ze zoeken naar een antwoord op al hun vragen en als er geen antwoord is, willen ze in elk geval horen dat het niet hun schuld is. Dat wat er ook voor slechts is in de wereld waar ze wonen, hoeveel shit er ook aan hun hamburgers zit, dat zíj geen vuile handen krijgen als ze er eentje eten. De collectieve loutering van exemplarische personages is een collectieve absolutie voor het publiek. Hun apathie zij hun vergeven.

De Italiaanse regisseur Marco Bellocchio zei eerder deze week in een interview dat „de jongeren van nu vrijwel verlamd door hun machteloosheid” zijn. Wie naar de grote boze wereld kijkt in Syriana of Babel, ziet hoog boven zijn hoofd problemen opdoemen als een onneembare bergketen.

De louteringsfilms venten, indachtig de laatste lach uit Magnolia, hoop uit, maar in feite zijn het de meest wanhopige films van de wereld.

    • Bas Blokker