‘Het was vijf jaar monnikenwerk’

De monnik Francesco Colonna schreef in 1499 een erotische Venetiaanse droomvertelling in een soort onzintaal, een mix van Latijn en Italiaans en Grieks.

Ike Cialona: „Het was puzzelen.” Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Vertaalster Ike Cialona Foto NRC H'Blad, Maurice boyer 060524 Boyer, Maurice

Na 507 jaar is Hypnerotomachia Poliphili eindelijk vertaald in het Nederlands. Hoe lang de monnik Francesco Colonna uit de omgeving van Venetië precies werkte aan dit in 1499 gepubliceerde erotische droomverhaal waarin Poliphilus de liefde van Polia probeert te winnen is niet bekend – men schat een jaar of twintig. Maar zeker is dat vertaalster Ike Cialona er vijf jaar over heeft gedaan.

„Ook voor mij was het monnikenwerk”, vertelt Cialona in haar woning in Amsterdam. „Ik vertaalde ongeveer één bladzijde per dag. Dat is niet het tempo dat een vertaler haalt bij bijvoorbeeld een boek van Dan Brown. Hypnerotomachia zal ook geen bestseller worden. Rijk zal ik er dan ook beslist niet van worden. Maar gelukkig wel.”

Ciolana kwam op het idee om Hypnerotomachia te vertalen, nadat ze Dante’s La Divina Commedia had vertaald. „In 2000 woonde ik een kleine conferentie over het boek bij in Amsterdam”, vertelt ze. „Eerlijk gezegd kende ik het nauwelijks. Er zijn maar een stuk of twintig mensen in Nederland die het boek in de originele taal hebben gelezen, en het is vooral geliefd onder kunst- en architectuurhistorici. Maar toen ik een paar voordrachten over het boek hoorde, wist ik het meteen: dit wordt mijn volgende vertaalwerk. Mijn uitgever stemde onmiddellijk in.”

Een van de redenen waarom de vertaling van Hypnerotomachia Poliphili (De droom van Poliphilus) zo lang duurde is de taal van Colonna. Het boek is geschreven in een mengeling van Latijn en Italiaans. Ook komen er regels Grieks in voor en enkele opschriften zijn in het Arabisch en Hebreeuws. „Colonna heeft het de lezer niet gemakkelijk gemaakt”, legt Cialona uit. „Dat was een bewust humanistisch streven: je moet moeite doen om iets te bereiken. Colonna schreef het in een heel eigen taal: Latijn en Italiaans vormen één kluwen. Latijnse woorden verboog hij bijvoorbeeld vaak op Italiaanse wijze. En hij gebruikte ook Venetiaans dialect. Colonna’s taal is wel eens burlesk genoemd, maar ik zou het eerder pedantesk noemen.”

Cialona’s vertaling bestaat niet uit een mengelmoesje van Latijn en Nederlands, maar uit alleen Nederlands. Ze heeft zichzelf herhaaldelijk vervloekt tijdens het vertalen. „Er komen heel maffe, tomeloze zinnen voor in Hypnerotomachia, zinnen zonder einde en zonder gezegde of onderwerp”, vertelt ze. „Soms was ik de wanhoop nabij. Maar ik wilde Colonna’s zinnen niet omzetten in onzintaal. Ik wilde de Nederlandse lezers niet opzadelen met gekmakende passages.”

Het vertalen van Colonna’s mengelmoes in begrijpelijk Nederlands, was een kwestie van langdurig gepuzzel, legt Cialona uit. „De laatste tien jaar heb ik vooral poëzie vertaald, eerst Orlando furioso van Ludovico Arosto, en vervolgens Dante”, zegt ze. „Dat is ook meer gepuzzel dan het vertalen van proza. Het vertalen van Hypnerotomachia leek op het oplossen van heel moeilijke scryptogrammen. Daar moest ik alleen niet te lang mee doorgaan. Ik moest er voor zorgen dat ik ´s avonds laat nog iets doms deed, tv kijken bijvoorbeeld. Anders lag ik ’s nachts nog te malen.”

De Nederlandse vertaling van de Hypnerotomachia Poliphili is niet de eerste vertaling. Eerder werd het boek al vertaald in het Frans, Italiaans en, in 1999, in het Engels. Wel is Ciolana de eerste vrouw die het werk vol lange passages over onmogelijke droomarchitectuur en gedetailleerde beschrijvingen van tuinen heeft vertaald. „Ik geloof dat dit wel een verschil maakt. Colonna schreef ook heel uitvoerig over eren. Hij weidt uit over allerlei lintjes, sluitinkjes en hij was een schoenefetisjist. Als vrouw die ook van schoenen houdt, heb ik dat toch beter kunnen vertalen dan mijn mannelijke voorgangers.”

Boeken Bijlage pag. 25

    • Bernard Hulsman