het beeld

Er zijn nogal wat televisieprogramma’s over Nederlanders die een camping in het buitenland beginnen. De RVU-serie Le rêve volgt elke woensdag een ander stel dat in Frankrijk worstelt met de taal, vergunningen, de waterleiding en de seizoenen. Het levert sympathieke plaatjes en praatjes op en bevordert de ondernemingslust, maar spannend wordt het nooit.

Met frisse tegenzin begon ik dus woensdag te kijken naar de aflevering van Dokwerk (VPRO) over een Hollands paar dat een camping in Tsjechië wil opzetten. De documentaire Het nieuwe Westen bleek echter grotendeels over een heel ander onderwerp te gaan, dat bijna niemand op televisie aandurft. Fred Gijsbers en zijn vriendin Nathalie verlieten namelijk Nederland als „maatschappelijk teleurgestelden”. De internetondernemer werd als LPF-lijsttrekker niet gekozen in de gemeenteraad van Oss, ging failliet en kreeg toch geen uitkering. Het is niet erg om belasting te betalen, maar wel om als je zelf aan de beurt bent te worden overgeslagen. Het is de schuld van „het maatschappelijk uitschot”, het gepeupel dat het in Den Haag voor het zeggen heeft. Die kunnen niets en worden toch verkozen door de mooie meneer uit te hangen.

Gelukkig is „het Oostblok” – zo heten in deze kring nog steeds de nieuwe EU-lidstaten in Midden-Europa – het nieuwe Westen: „Daar gaat een markt open!” Met een camper trekken Fred en Nathalie oostwaarts. Ze gedragen er zich eerder als kolonialen dan als kolonisten. De indianen „komen erachter dat je die maffe Hollanders niet in het ootje moet nemen”. Men verbroedert in de kroeg waar de potentiële problemen met zigeuners worden doorgenomen. Een toezegging van de burgemeester wordt uitgelegd als de belofte binnen een dag voor welk plan dan ook een vergunning te verlenen. Een plaatselijke aannemer heeft minder fiducie in de bureaucratie van het land dat Kafka voortbracht. Maar de arbeid is er goedkoop, vooral die van tuchtschoolleerlingen: „Tsjechen zijn nooit honderd procent te vertrouwen”.

De volwassen dochter van Fred, Lonneke, wordt soms een beetje moe van het gekanker en gescheld: „Jullie versimpelen alles tot niks”, verzucht ze en legt haar handen op de oren. Ze kijkt ontstemd in de camera van haar vriend, filmmaker Luuk Bouwman: „Hou nou ’es op. En jij ook!”

De familieband tussen regisseur en hoofdpersonen garandeert niet alleen intieme toegang, maar stelt de kijker ook in staat zich te identificeren met de ergernis over al dat simplisme van wat rechtstheoretica Dorien Pessers zondag in Buitenhof aanduidde als „rancuneuze kleinburgers”. Je vindt ze overal in het werelddeel waar men nog moet wennen aan het verlies van de hegemonie: in België, Frankrijk, Oostenrijk, Italië en zeker in Tsjechië, Slowakije, Polen, Hongarije en oostelijk Duitsland. Het verschil met Nederland is dat we lang niet wilden geloven dat ze hier ook bestaan. De ouders van Fred, Brabantse plattelanders, laten zien dat boosheid over „Turkse schooiers” en hun sultan niet van vandaag of gisteren is.

Die jarenlange ontkenning van het fenomeen van een boze minderheid leidt nu tot een diepe, schuldbewuste buiging van de verzwakte elite. Een liberale partij, een zender als Nederland 3, ze worden zonder slag of stoot vergeven aan de simplisten.