Helaas had hij een beschermengel

Of het nu een bom was in een holle pilaar of 500 kilo TNT op een kruispunt van wegen, Hitler ontsprong de dans. Al de vergeefse aanslagen op een rij.

Hitler en Mussolini inspecteren de ravage na de aanslag van 20 juli 1944 Foto collectie Roger-Violet Attentat manqué contre Adolf Hitler le 20 juillet 1944. Adolf Hitler et Benito Mussolini examinant les dégâts causés par la bombe du colonel von Stauffenberg au Q.G. d'Adolf Hitler "L'antre du Loup" près de Rastenburg (Prusse orientale, aujourd'hui Ketrzyn, Pologne). RV-930825 Collection Roger-Viollet

Roger Moorhouse: Killing Hitler. The Third Reich and the Plots against the Führer. Jonathan Cape, 300 blz. € 32,95.

Had Hitler een beschermengel? Zo bespottelijk als die gedachte mag lijken, zo duidelijk zijn de feiten. Van alle plannen om de Führer te vermoorden is uiteindelijk maar een beperkt aantal uitgevoerd. En bij vrijwel al die aanslagen kwam Hitler met de schrik vrij. Soms omdat hij door een speling van het lot niet (meer) op de plaats van handeling aanwezig was, soms omdat hij op nog wonderbaarlijker wijze net aan de dood ontsnapte. De enige uitzondering vormde de aanslag van Von Stauffenberg op 20 juli 1944, waarbij de Führer licht gewond raakte. Is het verwonderlijk dat hij bij die gelegenheid uitriep ‘Ik ben onkwetsbaar! Ik ben onsterfelijk!’ Uiteindelijk bleek alleen hijzelf in staat om zijn leven te nemen, in de laatste uren van het Derde Rijk, terwijl Russische troepen zijn Berlijnse bunker steeds verder insloten. Het verhaal van de aanslagen op Hitler is het verhaal van eenzame individuen en professionele organisaties, van geallieerde mogendheden en van het Duitse verzet.

Bij de enkelingen die een aanslagpoging ondernamen was christelijke inspiratie vaak de drijfveer. De Zwitser Maurice Bavaud zag Hitler zelfs als een reïncarnatie van Satan. Hij probeerde Hitler te vermoorden in november 1938 in München bij de feestelijke herdenking van de Bierhal Putsch (Hitlers mislukte staatsgreep in 1923). Bavaud kon in de mensenmassa buiten zijn pistool niet goed richten en drukte ook niet af. Hij werd gearresteerd en zou drie jaar later worden onthoofd.

De Duitse timmerman Georg Elser pakte het professioneler aan. In dezelfde Bierhal holde hij maandenlang ’s nachts de pilaar uit direct achter het spreekgestoelte. Hij plaatste er zes dagen vóór de herdenking in 1939 een explosieve lading in die moest ontploffen op het moment dat Hitler de aanwezigen toesprak. Maar de Führer had haast die avond. Hij kwam eerder, sprak eerder en vertrok al om 21.07 uur. Dertien minuten later ontplofte de bom. Elser werd opgespoord en gevangengezet. In april 1945 werd hij – enkele weken voor de Duitse overgave – doodgeschoten in het concentratiekamp Dachau.

Over de aanslagpogingen van de Duitse oppositie zijn al vele boeken geschreven. Het interessante van Killing Hitler is nu, dat Roger Moorhouse naast de plannen en pogingen van de Duitse oppositie ook veel aandacht besteedt aan die van de geallieerden en van het verzet in de bezette gebieden. Van de laatste groeperingen was het Poolse verzet wellicht het best georganiseerd en het meest gemotiveerd. Dat had alles te maken met de wrede wijze waarop de nazi’s de Poolse bevolking onderdrukten. Hoewel in Polen naar verhouding de meeste Duitse topofficieren en -ambtenaren werden geliquideerd, wist Hitler steeds de dans te ontspringen. In 1939 bestond uit veiligheidsoverwegingen het publiek langs de route van Hitlers overwinningsparade in Warschau alleen uit Duitse militairen. De 500 kilo TNT onder één van de laatste kruispunten was onopgemerkt gebleven, maar zou om nog altijd onduidelijke redenen nooit tot ontploffing komen. Ook een latere poging in 1942, bij een overval op de Führertrein (treffend ‘Operatie Wiener Blut’ gedoopt), zou op niets uitlopen. De trein ontspoorde weliswaar en in het daarop volgende vuurgevecht werden 200 leden van Hitlers lijfwacht gedood, maar de Führer zelf bleek niet aan boord.

Een jaar later kwam wederom de voorzienigheid te hulp. In februari 1943 stond Hitlers vliegtuig op een vliegveld in de Oekraïne voor een bezoek aan de Duitse troepen. Op een gegeven moment werd Hitlers piloot gewaarschuwd dat Russische tanks het vliegveld naderden en dat er geen Duitse eenheden beschikbaar waren om dit te verhinderen. De Führer weigerde echter te vertrekken en tot ieders verbazing bleven de Russische tanks door benzinegebrek aan de rand van het vliegveld staan.

Russische plannen voor een moordaanslag op Hitler dateren al van vóór de oorlog. In 1939 hadden agenten van Stalins geheime dienst NKVD (voorloper van de KGB) het oog laten vallen op het restaurant Osteria Bavaria in München dat de Führer regelmatig bezocht. Hij waande zich er zo veilig (de eigenaar was een strijdmakker van hem uit de Eerste Wereldoorlog) dat hij er met slechts twee lijfwachten temidden van alle andere gasten de maaltijd gebruikte en daarom zou een aanslag slechts ‘kinderspel’ zijn. De plannen gingen echter niet door, omdat Stalin met Hitler het Brest-Litovsk-pact sloot, waarbij de beide dictators het Poolse grondgebied onderling verdeelden.

Ook latere Russische plannen – medio 1943 – voor een aanslag in Berlijn werden door Stalin geschrapt, uit angst dat de Duitse militairen na Hitlers dood eenzijdig vrede zouden sluiten met het westen om vervolgens de oorlog voort te zetten in het oosten.

Britse plannen varieerden qua uitvoering van pistoolkogels bij een militaire parade tot een bombardement door de Royal Air Force van de Berghof, Hitlers verblijf in de Beierse Alpen. Dit laatste plan werd overigens ook uitgevoerd, maar pas in april 1945. Met een overmacht van niet minder dan 359 bommenwerpers en 16 jachtvliegtuigen werd het complex in Berchtesgaden bestookt. Veel gebouwen werden beschadigd, maar de Führer zat in Berlijn.

Verder waren na Stalingrad alle liquidatieplannen opgeschort omdat, zoals de toenmalige Britse Chef Staf aangaf,het vanuit een strikt militair oogpunt juist wenselijk was dat Hitler opperbevelhebber van de Duitse Wehrmacht bleef, gezien de strategische blunders die hij daarbij maakte.

Van alle plannen zijn de samenzweringen van Duitse topofficieren en -ambtenaren het meest dramatisch. Niet alleen vanwege de risico’s die zij daarbij liepen, maar ook vanwege de worsteling die met name de militairen doormaakten met hun eed van trouw en hun militaire traditie. De eerste plannen voor een aanslag/staatsgreep dateren van 1938. De samenzweerders waren lid van de Duitse Generale Staf en de top van de Abwehr, de Duitse Militaire Inlichtingendienst. Zij keerden zich tegen de militaire aanvalsplannen van Hitler en beschouwden een directe oorlogsdreiging als de enig mogelijke aanleiding voor een staatsgreep. Het ‘verraad van München’, de papieren overeenkomst van de Britse premier Chamberlain met Hitler, nam op het oog echter alle oorlogsdreiging weg en daarmee de basis voor de coupplannen.

Een belangrijk centrum van de militaire oppositie vormden de legerstaven aan het oostfront. Hier werden verschillende plannen voor aanslagen ontwikkeld, zoals de explosieven die in cognac-flessen aan boord van Hitlers vliegtuig werden gesmokkeld. De explosieven kwamen in de lucht, onderweg van Smolensk naar Hitlers hoofdkwartier in het Oost-Pruisische Rastenburg, echter niet tot ontploffing, mogelijk door de extreme koude ter plaatse.

Kenmerkend voor Hitlers feilloze intuïtie was de mislukte aanslag in maart 1943 bij een tentoonstelling in Berlijn van buitgemaakte Russische wapens. De Führer zou een bezoek van een half uur brengen en rondgeleid worden door een jonge stafofficier die onder zijn lange officiersjas allerlei explosieven op scherp had staan. Zodra Hitler binnenstapte werd hij echter nerveus en onrustig en binnen twee minuten verliet hij zonder een woord te zeggen via een zij-uitgang het gebouw. De jonge officier haastte zich naar het toilet om het tijdmechanisme uit te schakelen.

De bekendste aanslag is ongetwijfeld die van de groep rond kolonel Claus Schenk, graaf Von Stauffenberg. Maandenlang voorbereid, vanwege de staatsgreep die erop zou volgen, werd tot vier maal een poging gewaagd. Tweemaal (op 6 en 11 juli 1944) werden explosieven de Berghof binnengesmokkeld en tweemaal (op 15 en 20 juli) de Wolfschanze, Hitlers hoofdkwartier in Oost-Pruisen. Op de 20ste juli kwamen de explosieven tot ontploffing in aanwezigheid van Hitler, maar de Führer raakte slechts licht gewond. Von Stauffenberg was echter al op weg naar Berlijn voor het in gang zetten van de staatsgreep, in de vaste overtuiging dat Hitler de aanslag niet had overleefd. Het tij keerde toen duidelijk werd dat de Führer nog leefde en er vanuit Rastenburg orders kwamen om de samenzweerders te arresteren. Diezelfde avond stierf Von Stauffenberg met drie lotgenoten voor een vuurpeleton.

Veel samenzweerders waren erfgenamen van de Pruisische militaire traditie en stamden vaak uit oude Pruisische Junkergeslachten. Hun bijdrage aan de oppositie tegen het nazi-regime zou pas jaren later door de Duitse geschiedenis worden erkend en kon niet voorkomen dat de geallieerden na de oorlog het Pruisische militarisme als de belangrijkste motor achter het Derde Rijk zouden beschouwen.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel ‘Helaas had hij een beschermengel’ (Boeken, 26.05.06) staat dat Stalin met Hitler het Brest -Litovskpact sloot. Dit vredesverdrag dateert van 1918. Bedoeld werd het Molotov-Ribbentroppact tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie, getekend op 23 augustus 1939 in Moskou en genoemd naar de ondertekenaars.

    • Kees M. Paling