‘Hebben ze geen brood? Dan eten ze toch taart!’

‘Marie Antoinette’ vertelt een bekend verhaal anders.

De film ‘Indigènes’ vertelt een onbekend verhaal juist zo precies mogelijk.

Kirsten Dunst als Marie Antoinette in de gelijknamige film van Sofia Coppola Actress Kirsten Dunst is shown in this undated publicity photo in a scene from the film Marie Antoinette by U.S. director Sofia Coppola. The film is one of 20 films in competition at the 59th International Film Festival in Cannes, which begins May 17, 2006 NO SALES NO ARCHIVE REUTERS/Handout REUTERS

Je hebt geschiedenis en geschiedenis. De meeste mensen weten wel zo’n beetje wie Marie-Antoinette was. Vrijwel niemand weet dat Algerijnen tijdens de Tweede Wereldoorlog de Elzas hebben bevrijd. De filmmaker die zich op Marie Antoinette stort heeft andere besognes dan het navertellen van de geschiedenis. De filmmaker die zich om de Algerijnse infanteristen bekommert, wil juist niets liever dan geschiedenis schrijven. Of nog preciezer: die wil de Algerijnen de geschiedenis ín schrijven. De eerste film werd weggehoond bij de eerste persvoorstelling op het festival van Cannes, de tweede kreeg gisteren een ovationeel applaus.

Sofia Coppola heeft zich Marie Antoinette toegeëigend als was het een van de Amerikaanse pubermeisjes die ze portretteerde in haar debuut, ‘The Virgin Suicides’ uit 2000. En eigenlijk is dat ook het geval. Een van de virgins van toen werd vertolkt door Kirsten Dunst en zij speelt nu de Oostenrijkse prinses die de laatste koningin van Frankrijk was, voordat de guillotine in 1789 een eind maakte aan haar leven en het Ancien Régime. Deze Marie Antoinette is niet hautain en kil zoals de mythe het wil doen geloven. Deze giechelt en bloost, ze huppelt en ze schreit om haar hondje Mops dat ze in Oostenrijk moet achterlaten, zoals ze alles moet achterlaten wanneer ze Frankrijk betreedt.

De verstikkende wereld van de achttiende eeuw is wel vaker onderwerp van films geweest, met zijn absurde protocol en de decadentie tegelijkertijd. Coppola ontkomt er niet aan die te tonen en te becommentariëren. Maar zij zet er op twee manieren haar eigen stempel op. In de eerste plaats door Marie Antoinette de onbevangenheid van een schoolmeisje te geven, die er een hartgrondig ‘dat is belachelijk’ kan uitflappen en die in haar eentje opspringt om een opera te bejubelen, terwijl de etiquette voorschrijft dat je blijft zitten.

Het tweede contrapunt is de muziek. Coppola heeft de achttiende eeuw verrijkt met de New Wave-light van Bow Wow Wow en The Cure, zoals Baz Luhrmann dat met Romeo+Juliet en Moulin Rouge deed. Koetsen denderen langs op de tonen van ‘Kings of the Wild Frontier’. Het moet de achtergrondmuziek van Coppola’s middelbare-schooltijd zijn geweest. „Rock ´n´ rococo” schreef een Engelstalig filmtijdschrift gevat.

Helpt het? Een beetje, maar niet helemaal. Marie Antoinette biedt Coppola in de eerste plaats de gelegenheid een sfeer te tonen. Daar is ze goed in, getuige ook ‘Lost in Translation’. Coppola laat ons meevoelen met dit opgewekte kind. Als deze Marie Antoinette hoort dat zij van de hongersnood in het land gezegd zou hebben: ,,Hebben ze geen brood? Dan eten ze toch taart!’’ werpt zij die suggestie verre van zich. ,,Zoiets zou ik nooit zeggen.’’ En wij geloven haar. Maar de film wil geen commentaar op de geschiedenis zijn, die wil hovelingen laten zien, schoenen, pruiken, spiegels en veel taart.

De Frans-Algerijnse filmer Rachid Bouchareb wil met ‘Indigènes’ (inboorlingen), zei hij na afloop op de persconferentie, een vergeten bladzijde van de Franse geschiedenis opslaan. Hij heeft jaren onderzoek gedaan om die juist zo precies mogelijk vertellen. Hij volgt een groepje Algerijnse mannen die in 1943 zo van het land worden geplukt om ,,het moederland” te bevrijden van de Duitse bezetting. Ze gaan massaal. Omdat ze denken dat de oorlog van Europa hun betere vooruitzichten biedt dan de armoede van Afrika. Maar ook omdat ze werkelijk bezield zijn van het idee dat Frankrijk hun moederland is.

Wat Bouchareb vooral overtuigend laat zien, is dat de Fransen daar heel anders over denken. De pieds-noirs worden heus toegejuicht als bevrijders in Marseille en Toulon, maar ze krijgen geen verlof zoals de blanken en ze worden niet gepromoveerd, hoe dapper ze ook vechten. Bouchareb – ook producent van een andere competitiefilm in Cannes, ‘Flandres’ – brengt al deze zaken tamelijk rechttoe rechtaan voor het voetlicht. Er zijn scènes die hij direct aan het oorlogsepos van Steven Spielberg lijkt te hebben ontleend – ‘Saving Private Saïd’. Ook deze film eindigt met een overlevende op een erebegraafplaats en ook deze soldaat heeft zo zijn gedachten over wat daar gebeurd is en of de wereld hun offer al vergeten is.

Wat dat niet-vergeten betreft kan Bouchareb gerust zijn, de ontvangst van zijn film was meer dan warm. Hij zal door zijn toegankelijkheid ook buiten Frankrijk wel een publiek vinden. ‘Indigènes’ lijkt met ‘Volver’ en ‘Babel’ een serieuze kans te maken op een van de gouden palmen of andere prijzen die zondag worden verdeeld.

    • Bas Blokker