‘Examen-quarantaine’ in een hotel

Op de Antillen worden dezelfde examens gemaakt als in Nederland. Maar zes uur later. Om fraude te voorkomen gaan de leerlingen in quarantaine.

Kandidaten in quarantaine op hun hotelkamer. „Ik dacht eerst dat dit ook normaal was in Nederland.” Foto Prince Victor Victor, Prince

De scholieren Donja, Latoya en Lisanne zitten deze week op een hotelkamer met getraliede ramen. In quarantaine. De volgende dag maken de leerlingen van het Curaçaose Vespucci College hetzelfde vmbo-eindexamen Duits dat al uren daarvoor in Nederland is afgenomen. Om te voorkomen dat antwoorden vanuit Nederland worden doorgespeeld zijn zes Vespucci-scholieren van de buitenwereld afgesloten. Zonder mobieltjes of laptops, de tassen zijn er bij aankomst in het hotel op doorzocht.

„De ochtendexamens”, zegt examensecretaris Ilona Schutte, „eindigen in Nederland om tien uur. Op Curaçao is het zes uur vroeger, dus vanaf 4 uur ’s nachts zou iemand de antwoorden kunnen doorgeven.” Het lijkt Schutte sterk dat leerlingen dat zouden doen, want ze verspelen er hun examen mee. In de vijf jaar dat eindexamenkandidaten van het Vespucci College in quarantaine worden geplaatst, zijn er nog nooit problemen geweest.

Het Vespucci College is de enige school die 100 procent Nederlands onderwijs biedt op Curaçao. De privé-school voor vmbo, havo en vwo werd zeven jaar geleden opgericht om kinderen van op Curaçao gestationeerde militairen te behoeden voor onderwijsachterstand tijdens de uitzendperiode in ‘de West’. De laatste jaren is de instroom van Curaçaose leerlingen flink toegenomen; de helft van de tweehonderd leerlingen bestaat uit Curaçaoënaars.

De vaders van Donja Schierick (16), Latoya Molevelt (16) en Lisanne Evers (15) werken allen bij de marine. Voor hen zit de driejarige uitzendtermijn er bijna op. „Balen”, vindt Donja. Ook Latoya wil „écht niet” weg van Curaçao, ze vindt het uitgaansleven op het eiland veel leuker dan in Nederland. „Maar de marine beslist over ons, dat is zo afgesproken.”

Om acht uur ’s avonds hebben ze zich bij het hotel gemeld om in quarantaine te gaan. Eigenlijk best wel spannend, vinden ze. „In Nederland maak je dit echt niet mee”, zegt Latoya. Dat ze de nacht voor een eindexamen niet in haar eigen bed slaapt is wel raar. Daarom heeft ze, net zoals Donja en Lisanne, haar eigen kussen maar meegenomen. „Ik wist helemaal niet”, zegt Donja, „dat ze dit in Nederland niet doen. Dat hoorde ik pas een paar dagen geleden.”

Beneden in de eetzaal zit Louraine Girigori (18). Ze werpt nog een laatste blik in haar aardrijkskundeboeken. Met haar cultuur & maatschappijpakket moet de vwo-scholiere deze eindexamenperiode vier nachten in quarantaine. „Logische maatregel”, vindt ze. „En ergens is het ook wel leuk. Maar vier keer in een week is wel een beetje veel.”

Louraine, geboren in Den Helder uit een Curaçaose vader, een militair, en een Nederlandse moeder in dienst van het ministerie van Defensie, meldde zich dit jaar net te laat aan voor de marechausseeopleiding in Breda. Daarom gaat ze na de zomer eerst een jaar rechten studeren aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Zo kan ze ook de gehele uitzendperiode met haar familie volmaken. „Die drie jaar bestaan toch uit een jaartje wennen, een jaartje genieten en een jaartje afscheid nemen”, zegt Louraine. „Dus ik ben wel blij dat ik het laatste jaar op Curaçao nu niet hoef te missen.”

De andere meisjes lopen de eetzaal binnen. Er wordt een dvd opgezet en zakken chips opengetrokken. Vespucci-begeleiders Ruud Pruis en Gerard Schuurbiers kijken vanachter een tafel toe. Pruis, docent aardrijkskunde, geeft naast ook les op het Maria Immaculata Lyceum (MIL), een rooms-katholieke havo en vwo-school met louter Curaçaose leerlingen. Ook daar worden voor bepaalde vakken Nederlandse examens afgenomen.

„Het MIL voldoet aan alle gemeenschappelijke exameneisen”, zegt Pruis, „maar die leerlingen hebben wel een taalachterstand in het Nederlands.” Collega Schuurbiers, docent natuur- en scheikunde, is niet verbaast dat steeds meer Curaçaose ouders hun kinderen naar Vespucci sturen. „Ouders”, zegt Schuurbiers, „willen toch dat hun kinderen naadloos kunnen aansluiten bij het onderwijs in Nederland. Curaçaose leerlingen van andere scholen begrijpen vaak de eindexamenvragen niet. Je houdt je hart vast als die naar Nederland gaan.” Maar het Vespucci College is niet voor alle Curaçaoënaars weggelegd; de privé-school kost jaarlijks ruim 6.000 euro, terwijl ouders van MIL-leerlingen niet meer dan 700 euro betalen.

Bovendien wordt de bijdrage van de marine aan het Vespucci College afgebouwd, waardoor het schoolgeld in september omhoog gaat. Tegen die tijd zijn Donja, Latoya en Lisanne al van school. Áls ze slagen, maar daar maken ze zich geen zorgen over. „Je moet een beetje chillen”, zegt Donja, „en niet nadenken over wat je niet weet. Gewoon vette lol maken voor je examen, daar word je veel relaxter van.”

    • Miriam Sluis