‘En zo zijn we terug bij de oorlog die bij gebrek aan argumenten nog altijd goede diensten bewijst’

De praatjes op straat, de sfeer in de politiek, je moet wel afgestompt zijn als je niet af en toe denkt aan de Weimarer Republik van tussen de beide wereldoorlogen. De vooravond van een explosie, een falende elite en een feestelijke volksbeweging. Een deel van de elite die het rancuneuze volk opvrijt, intellectuelenhaat, vreemdelingenhaat, populisme. Het wantrouwen jegens de officiële politiek. De roep om militairen en meer politie. Sociale verhoudingen die veranderen zonder een adequaat antwoord van de instanties.

Het komt erg bekend voor.

De geschiedenis herhaalt zich nooit, klinkt het meteen, je mag geen appels met peren vergelijken. Maar zonder vergelijkingen kunnen we niet. Literatuur, fantasie, prestaties, de mens zelf – hoe bestaan ze zonder ijkpunt? Goddelijk is de mens. Beestachtig is de mens. De hemel is blauw als een korenbloem. De aarde is groen als een biljartlaken. In Nepal heersen middeleeuwse toestanden. Hoge belastingen zijn het gevolg van het socialisme. Mijn buurman gedraagt zich als Attila de Hun.

Vergelijkingen zijn waar en soms een beetje minder waar. Ze besparen je veel argumentatie.

Mag iemand Rita Verdonk met het nationaalsocialisme associëren? Het gebeurde de laatste tijd nogal eens. Een hoogleraar in de rechtshistorie vergeleek op de treurbuis haar adagium ‘regel is regel’ met ‘Befehl ist Befehl’. Een ander nam, doelend op het asielzoekersbeleid, de woorden Schreibtischmörder en Kadaverdisziplin in de mond, een speciaal Duits. Een derde uitte zijn woede door te spreken van de Ausbürgerung van Ayaan Hirsi Ali.

Stoere vrouwen, ferme vergelijkingen.

Van J.J.A. van Doorn mag het allemaal niet. In Trouw noemt hij vergelijkingen met de oorlog de allerplatste vuilspuiterij.

Waarom moet de Tweede Wereldoorlog altijd buiten schot blijven? Waarom zijn – niet alleen voor J.J.A. van Doorn – vergelijkingen met die oorlog onveranderlijk taboe? Waarom geniet de Tweede Wereldoorlog zo’n status aparte? ’t Lijkt of hij niet plaats mag hebben gehad, wie weet niet eens plaats hééft gehad. Is J.J.A. van Doorn een ontkenner van de holocaust? Was het nazisme een fantasiegebeurtenis, te heilig om aan te raken? Waren fascisten sprookjesfiguren, niet voor imitatie vatbaar?

Als de Tweede Wereldoorlog inderdaad zo erg is geweest als ze zeggen, wat is er dan tegen hem als ijkpunt te gebruiken? Wat is er vuil aan de verwijzing naar dat ijkpunt zodra iemand ook maar even ontrouw wordt aan de les die in ‘Dit Nooit Meer’ ligt besloten? Er schijnt in die oorlog een manneke te hebben rondgelopen met een snor die bijzonder kwade dingen deed. Als we hardop zijn lugubere naam prevelen, elke keer als iemand in zijn voetsporen dreigt te treden, dan is dat manneke nog ergens goed voor geweest. De vogelverschrikker van dienst. Dan zijn de miljoenen slachtoffers die hij maakte niet zinloos gestorven. Gewoon sterven is al zinloos genoeg.

Dan is de Tweede Wereldoorlog niet het folkloristisch intermezzo geweest waarvoor J.J.A. van Doorn hem aanziet.