Een schatgraafster in de vuilnisbelt

Elif Shafak Foto Vincent Mentzel Elif SHAFAK,dichteres,Turkije.foto VINCENT MENTZEL/NRCH.==F/C==Den Haag, 21 januari 2005 Mentzel, Vincent

Elif Shafak: Het luizenpaleis. Uit het Turks vertaald door Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn. De Geus, 476 blz. € 22,50

Het werd tijd, een roman van de Turkse schrijfster Elif Shafak in Nederlandse vertaling. Steevast immers wordt Shafak opgevoerd als ‘de concurrent van Orhan Pamuk’. Wat ze met hem gemeen heeft is de belangwekkende positie die ze inneemt in intellectuele kringen in Istanbul en de grensoverschrijdende visie op ‘oost’ en ‘west’ in haar romans die haar tot een bekende schrijver en commentator buiten Turkije maakte.

Shafak, die in 1971 in Straatsburg werd geboren en die als dochter van een diplomate op diverse plekken woonde, stelde in een interview met deze krant (CS, 25.02.05) dat ze zich verwant voelt met de essentie van de Europese roman, die ze van oorsprong ‘veel gecompliceerder, veel kronkeliger van karakter’ vond dan de Turkse roman.

Kronkelig en gecompliceerd: die termen dekken goed de lading van de speelse, rijke roman Het luizenpaleis. Daarin maken we in afwisselende hoofdstukken kennis met de kleurrijke bewoners van het ‘Zuurtjespaleis’, een afvallig getto-achtig appartementencomplex dat boven op een Armeens graf is gebouwd en dat te kampen heeft met een luizenplaag. De bewoners zijn er tegen wil en dank beland: onder meer de dameskappertweeling Cemal en Celal op nummer 3, die zich ergeren aan de afvalberg tegenover hun zaak, de ‘Ultramarijne Minnares’ die haar minnaars ontvangt op nummer 8, de eenzame atheïstische student Sidar die besluit dat hij zijn hond belangrijker vindt dan een meisje op nummer 2. Op nummer 6 treffen we de bedrogen echtgenote Nadya Onissimovna, die verslaafd is aan de soap ‘Het gif van de passie’ (omdat ze de stem van de soapactrice herkent als degene met wie haar man haar bedriegt) en de Turkse familie Atesmizacoglu (Ziya, Zeren, Zeriye en Zeynep) op nummer 4. De verhalen buitelen over elkaar heen: de Ultramarijne Minnares brengt af en toe een bezoekje aan de kapper, het jonge meisje Su van nummer 9 klopt aan bij de gescheiden man op nummer 7 voor bijlessen Engels, die op zijn beurt in bed kruipt bij de Ultramarijne Minnares.

Cartoon

Shafaks personages zijn op hun best sprookjesachtig, op hun zwakst karikaturaal. De tweeling Cemal en Celal lijkt regelrecht uit een cartoon gestapt, maar de broers krijgen gelukkig ook enige diepgang als we lezen hoe de tweeling op zeer jonge leeftijd voor een dramatische scheiding kwam te staan. Hun vader, die naar Australië was vertrokken om daar als gastarbeider geld te verdienen, stond op een dag ineens weer op de stoep. Hij liet ze een foto zien met daarop een knalgeel huis en een gezette knappe roodharige mevrouw op een schommel. ‘Jullie moeder moet voorlopig even hier blijven.’ Celal besloot zijn ziel niet te verkopen voor rijkdom en luxe en blijft achter bij zijn moeder, maar Cemal ging met zijn vader mee, om later terug te keren naar zijn geboorteland en met zijn broer een kapperszaak te beginnen

Elif Shafak promoveerde in de politicologie en doceerde vrouwenstudies aan de universiteit van Michigan. Tegenwoordig publiceert ze in diverse Turkse kranten; in haar columns schrijft ze onder meer over de relatie die westerse en oosterse vrouwen met hun lichaam onderhouden. In Het luizenpaleis vinden we de politieke laag vooral metaforisch terug in de hoofdstukjes over Tante Madame. Shafak vergelijkt daarin Istanbul met een hoogzwangere, logge vrouw, in wier buik onverzadigbare zielen huizen. De ronde vrouw propt alles naar binnen wat ze tegenkomt, blijft maar eten, zwelt steeds verder op, en scheidt onvermijdelijk stinkende gassen en afval uit. Dat afval kun je verzamelen, op een grote hoop gooien, in blokjes persen, wegstoppen of begraven, maar het verdwijnt daarmee niet. ‘In plaats van te gaan keerde het uiteindelijk terug, als een teleurgestelde vluchteling. Het sijpelde Istanbul weer binnen, via de grond of het water, of de lucht. Via de vuilnisrapers of de meeuwen…’

Tante Madame snuffelt tussen het afval naar bijzondere spullen waarvan ze vindt dat je ze, hoe modern het nieuwe Turkije ook mag zijn, niet zomaar weg mag gooien. Vanaf haar balkon ziet ze intussen toe hoe de afvalberg bij het huis zich steeds verder opstapelt totdat ze opgeruimd zal worden door een vuilnisbedrijf, in de stad waar de opvatting heerst dat je ‘niet het weggegooide vuil moest verzamelen, maar het verzamelde vuil moest weggooien.’

Shafaks belangstelling voor de positie van vrouwen in relatie tot hun seksualiteit, herkennen we onder meer in de figuur van de Ultramarijne Minnares. Deze vrouw draagt een geheim met zich mee: ze kan niet huilen, maar verwondt zichzelf om de pijn te voelen. Als haar minnaar is overleden, troost de gescheiden man van nummer 7 haar. ‘Toen ze zich in het donker opkrulde en mij links liet liggen moest ik wel onder ogen zien dat ik haar helemaal niet kende. Denken dat je bij de vrouw met wie je vrijt ieder stukje van haar lichaam kunt zien als je haar vagina openduwt, dat je haar diepste diepten kunt bereiken wanneer je bij haar binnendringt, dat is onvergeeflijk naïef….’

Deze man van middelbare leeftijd van nummer 7, de enige ik-figuur in de roman, is ongetwijfeld het meest markante personage in het boek en wat mij betreft een meesterlijke creatie: het is een feest om in het hoofd van deze drinkende bullebak te duiken, die zijn ex-vrouw Aysin en zijn huidige minnares Ethel genadeloos weet te typeren, maar in feite vooral zijn eigen tekortkomingen daarmee blootgeeft. ‘Ethel had haar hele vermogen ten dienste gesteld van haar lelijkheid. Ze deed niet alleen geen enkele poging haar lelijkheid eronder te krijgen, ze probeerde die evenmin te verbergen of te bedekken, op te doffen op uit te dossen.’

Springerig

Het luizenpaleis is geen perfecte roman. Daarvoor lijkt het te veel op een luizenpaleis zelf met de bijbehorende mankementen: springerig, chaotisch en zo vol dat het je het zicht op de verborgen schoonheid van het paleis soms ontneemt. Het ene appartement is nog niet verkend of de schrijfster is al overgesprongen naar een nieuwe plek. Voordat je toegang krijgt tot Shafaks verbeeldingsrijke wereld moet je je bovendien soms door ellenlange, gekunstelde en geconstrueerde stapelzinnen worstelen die iets weg hebben van datzelfde appartementencomplex dat snakt naar frisse lucht. Mogelijk heeft de Turkse taal iets met deze zwaarte te maken: in het al genoemde interview met deze krant liet Shafak weten dat ze pas ten volle humor kon gebruiken toen ze in het Engels ging schrijven (haar twee meest recente romans verschenen in het Engels). In het Turks ging dat niet: „Taal is er geen spel, en dus hield ik me in.”

Maar toch: wat een charmant boek is Het luizenpaleis. Het barst uit zijn voegen van het vertelplezier, van ideeënrijkdom, sprookjesachtige verbeelding, creativiteit. Een formidabel einde geeft het boek tot slot zijn legitimatie voor de Duizend-en-één nacht-achtige structuur.

En Elif Shafak als ‘de concurrente’ voor Orhan Pamuk? Jazeker, beslist: een frisse en welkome afwisseling. Maar waarom zouden ze eigenlijk moeten concurreren? Literatuur is geen wedstrijd tussen mannen en vrouwen. En toch. Laat ze nu eens snel voortmaken om, net als bij Pamuk, álle boeken van Shafak ogenblikkelijk in het Nederlands te vertalen, zowel de Turkse als de Engelse. We hebben lang genoeg gewacht.

Elif Shafak wordt op 11 juni geïnterviewd tijdens de Turkije Express in de Gemeentebibliotheek Utrecht, Oudegracht 167. Aanvang 13 uur, toegang gratis. www.umut.nl 030-2145593

    • Stine Jensen