Een pikzwart scenario in Zuid-Afghanistan

Na het recente geweld in Zuid-Afghanistan moet Nederland „geen slappe knieën krijgen”. Een Ame-rikaanse deskundige vindt dat VS hier moeten blijven.

Nog voordat de ISAF-missie in het zuiden van Afghanistan op 1 augustus officieel is begonnen, is er in dat land sprake van een dramatische verslechtering. De strijd in Afghanistan ‘irakiseert’, aldus de Franse legerleiding gisteren bezorgd in het dagblad Le Monde: de Talibaan maken, naast aanvallen op buitenlandse troepen waaraan honderden strijders meedoen, in toenemende mate gebruik van zelfmoordaanslagen en bermbom-men, en lijken erop uit de wil van de NAVO-landen te testen. Een vooraanstaande Amerikaanse Afghanistan-expert, Barnett Rubin, noemt de verscherping van de situatie ‘verrassend’ en betwijfelt of de VS het zich wel kunnen veroorloven om hun troepen deels uit Zuid-Afghanistan terug te trekken, als ISAF daar begint.

In de politieke steun in Nederland voor de ISAF-operatie – waaraan minstens 1.400 Nederlandse militairen meedoen – maakt de verslechtering, die volgens een bron op Defensie verder gaat dan de zwartste scenario’s in Den Haag ten tijde van de parlementaire instemming in januari – voorshands geen verschil. „Dit is niet het moment voor zigzaggen op grond van dagkoersen”, meent PvdA’er Koenders. „De verslechtering is zorgelijk, maar we moeten in geen geval toegeven aan wat de Talibaan proberen: ons commitment testen”. VVD’er Van Baalen meent dat de verslechtering begin dit jaar wél was voorzien en dat „het dus zeker niet het moment is om slappe knieën te krijgen. Natuurlijk is het denkbaar dat er onder de ISAF-troepen vele doden vallen, maar we zitten erin. Na de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog kon je ook niet zeggen: er vallen slachtoffers, laten we er maar mee ophouden”.

Het Kamerlid Bakker (D66), in januari tegenstander van het zenden van militairen, ziet zijn sombere voorgevoelens van toen nu bevestigd: „Ik waarschuwde toen al voor ‘irakisering’. De grote vraag blijft, wat we daar nu precies gaan doen: de stabiliteit handhaven, zegt men, maar van stabiliteit is steeds minder sprake”. Als Nederland volhardt in het zenden van troepen, meent Bakker, dan wordt het tijd om de doelstellingen, en wellicht ook de samenstelling van de missie, grondig te herzien. Een aanvankelijk voor vorige week voorzien Kamerdebat over Afghanistan is inmiddels uitgesteld tot 13 juni.

De ‘irakisering’ waarover de Franse legerleiding haar zorg uitspreekt, doet zich in heel Afghanistan voor. In Irak en Tsjetsjenië opgeleide specialisten organiseren voor de Talibaan bom- en zelfmoordaanslagen, terwijl groepen van soms 100 tot 200 strijders op diverse plaatsen professionele aanvallen op buitenlandse troepen uitvoeren. Deels is het toegenomen aantal gevechten te verklaren uit de toenemende activiteit van het Afghaanse regeringsleger, aldus de Franse analyse. De Talibaan zijn erop gericht onder buitenlandse troepen zo veel mogelijk slachtoffers te maken, teneinde de politieke wil in het Westen op de proef te stellen.

Barnett Rubin, verbonden aan New York University, betoogde eerder in een rapport voor de Council on Foreign Relations dat de Talibaan tijdens de aanwezigheid van de Amerikaanse coalitietroepen in Zuid-Afghanistan de afgelopen jaren niet verzwakt zijn, maar juist versterkt. En dat de NAVO zich er derhalve op moeten voorbereiden de strijd met de Talibaan aan te gaan. Nu zegt Rubin dat het recente geweld hem toch nog verrast heeft – dat de Talibaan ook steden zouden aanvallen, zoals Kandahar, had hij niet verwacht, wel dat de Talibaan de nieuwe buitenlandse troepen, zoals de Nederlanders, op de proef willen stellen. Irakisering vindt Rubin geen juiste term: „Dat is onnauwkeurig en emotioneel. De situatie in Kabul is veel veiliger dan in welke stad in Irak ook”.

Wat het oplaaien van het geweld nog eens duidelijk heeft gemaakt, stelt Rubin, is dat de NAVO genoeg troepen moet sturen en dat ze gevechtsklaar moeten zijn. „In dit soort situaties is het aantal troepen omgekeerd evenredig met het aantal slachtoffers. Vertrouwen op je vuurkracht is gevaarlijk, want dan maak je veel burgerslachtoffers. Beter is veel mensen op de grond”. Het Amerikaanse plan om, na de nieuwe ISAF-ontplooiing in Zuid-Afghanistan, 3.000 militairen terug te trekken, kan beter worden heroverwogen, vindt Barnett: „Vanwege het psychologische effect. Het zou nu toch een beetje op een nederlaag lijken, zowel voor onze bondgenoten als voor de vijand.”

Dat de ISAF-missie voor een belangrijk deel een vechtmissie wordt, is inmiddels in de Nederlandse politiek onomstreden. Maar het moet dat niet alleen dát zijn, meent de PvdA’er Koenders, die vragen heeft gesteld over een recent bombardement op Talibaan-strijders bij Kandahar, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. „We moeten heel scherp in de gaten houden welke methoden worden toegepast”, aldus Koenders. „Zo’n incident is een voedingsbodem voor recrutering van Talibaan-aanhangers. Dit toont aan hoe belangrijk het is dat bij ISAF krachtig militair optreden hand in hand gaat met opbouwwerk.”