‘Dit is de schatkist van een architect’

De 'Droom van Poliphilius' in de vertaling van Ike Cialona Foto Jaime Haluega Halegua, Jaime

Eén ding is zeker: Hypnerotomachia Poliphili (De droom van Poliphilus) uit 1499 is een bizar, geheimzinnig boek. Het was dan ook een kwestie van tijd voor het een rol zou spelen in een van de vele puzzelthrillers met een min of meer historisch gegeven die na het succes van Dan Browns De Da Vinci Code zo populair zijn. Vorig jaar was het dan zover: de Amerikanen Ian Caldwell en Dustin Thomason publiceerden The Rule of Four, in het Nederlands vertaald als Venetiaans Geheim. In The Rule of Four gaan vier Amerikaanse studenten op zoek naar de geheime boodschap die in De droom van Poliphilus verscholen zit. Tijdens hun zoektocht, die gepaard gaat met moorden, komen de studenten tot dezelfde conclusie als de Italiaanse kunsthistoricus Maurizio Calvesi, die in 1965 beweerde dat de schrijver, Francesco Colonna, niet een monnik uit de Veneto was, maar een Romeinse edelman.

Volgens Liane Lefaivre, hoogleraar theorie aan de faculteit bouwkunde van de Technische Universiteit Delft, hebben ze het mis. Bijna tien jaar geleden schreef ze een studie die moet bewijzen dat de renaissance-geleerde Leon Battista Alberti (1404-1472) De droom van Poliphilus heeft geschreven.

Alberti schreef boeken over onder meer de schilderkunst, de beeldhouwkunst en het familieleven. Maar hij wordt nu vooral herinnerd als de auteur van tien boeken over architectuur, De Re Aedificatoria, en als architect van onder meer de Sant’ Andrea in Mantua. Ook De droom bevat veel beschrijvingen van en verhandelingen over architectuur. „Maar een belangrijkere reden om te veronderstellen dat Alberti De droom heeft geschreven is dat er op precies dezelfde wijze over architectuur wordt geschreven als in De Re Aedificatoria”, zegt Lefaivre. „Alberti was de uitvinder van een nieuw begrippenapparaat voor architectuur. Alberti was de enige die voldoende kennis bezat om zo over architectuur te schrijven als in De droom.”

Ook stilistisch zijn er grote overeenkomsten tussen de boeken van Alberti en De droom. „Alberti was ook een filoloog en had een grote belangstelling voor oude en nieuwe talen. Hij was een van de weinigen in de 15de eeuw die Grieks kenden, een van de talen die in De droom, voorkomen. Bovendien zie je ook in zijn boeken over architectuur en schilderkunst al een wilde, bizarre stijl.”

Behalve architectuur zijn er nog andere inhoudelijke overeenkomsten tussen het oeuvre van Alberti en De droom. „Alberti wordt nu vooral gezien als een rationalist. Maar hij had ook een hartstochtelijke kant. Het is niet zo bekend, maar Alberti heeft ook liefdesverhalen geschreven. En De droom is tenslotte ook een erotisch sprookje. Ik geloof dat De droom van Poliphilus een soort schatkist is waarin Alberti al zijn kennis heeft willen doorgeven aan het nageslacht.”

Een andere aanwijzing is een obsessie met beweging. „Alberti dacht en schreef aan een instrument om bewegingen weer te kunnen geven. In De droom van Poliphilus komt zo’n instrument voor. Het bevat ook een passage van 50 bladzijden met een beschrijving van een gebouw dat wordt gezien door een bewegend oog.” Dat Alberti een pseudoniem gebruikte past ook bij hem. „Hij gebruikte wel vaker pseudoniemen, zoals Lepidus. Bovendien speelt hij ook in andere boeken met personages en alter ego’s.”

Lefaivre’s these is controversieel. Anthony Grafton, een hoogleraar aan Princeton University die in 2000 een biografie schreef over Alberti, verwierp haar theorie in een bespreking van Leon Battista Alberti’s Hypnerotomachia Poliphili . Ook Ike Cialona, die De droom nu voor het eerst in het Nederlands heeft vertaald, gelooft niet in het auteurschap van Alberti. „Daarvoor komt er bijvoorbeeld te veel Venetiaans dialect in voor”, zegt ze. „Bovendien schreef Alberti veel zuiverder en zakelijker dan Colonna. De droom van Poliphilus is echt geschreven door een architectuurleek.”

Liane Lefaivre: Leon Battista Alberti’s Hypnerotomachia Poliphili. Re-Cognizing the Architectural Body in the Early Italian Renaissance. MIT Press.