De steriele oppositie

De VS willen in Polen en Tsjechië installaties bouwen voor een raketschild.

De crisis rond Iran wordt zo overgebracht naar Oost-Europa. Maar wie heeft een alternatief?

In de tijd van president Reagan werd het ‘Star Wars’ genoemd, het plan om in de ruimte een antiraketsysteem te bouwen dat het mogelijk zou maken iedere kwaadwillige lancering, waar dan ook op de planeet, in de kiem te smoren. Daarmee zouden de kernwapens weliswaar nog niet de wereld uit zijn, maar in de woorden van de president „verouderd en nutteloos” zijn geworden. Een mooie visie, maar de techniek van de jaren ’80 was nog niet in staat aan de eisen van dit idealisme te beantwoorden.

Daarmee was het denkbeeld niet verdwenen. Als je een vliegtuig kunt neerschieten, moet het ook mogelijk zijn met een ingewikkelder wapen een raket te raken. Zolang er landen zijn die aan kernraketten werken, is het absoluut zeker dat andere zullen zoeken naar de doeltreffende verdediging.

Het ligt dus in de lijn van de onvermijdelijke ontwikkeling dat Noord-Korea en Iran met hun nucleaire ambities Star Wars een nieuwe impuls zouden geven. De vraag was alleen, op welke manier.

Dat wordt nu duidelijk. Het Pentagon heeft plannen om in Polen of Tsjechië de benodigde installaties te bouwen. De eerste investering is begroot op 56 miljoen dollar; een betrekkelijke kleinigheid vergeleken met de miljarden die aan Star Wars-achtige projecten al zijn uitgegeven. Volgens in de New York Times geciteerde deskundigen werkt het systeem nog verre van feilloos.

De permanente crisis in het Midden- Oosten laat zich op een nieuwe manier in Europa gelden. Of Iran een kernbom wil hebben, weten we nog altijd niet zeker. Als de Iraniërs nu bezig zijn zo’n wapen met de bijbehorende raket te bouwen, zal het volgens de beste schattingen in 2011 klaar zijn. Maar ook de beste schattingen zijn aan veranderingen onderhevig. Het zou dus verstandig van de Amerikaanse regering kunnen zijn om nu al met de verdediging tegen het aanstaande gevaar te beginnen. Is dit de beste oplossing? Die installaties zouden dan ook in 2011 voltooid moeten zijn.

De Polen, trouwe bondgenoten van Washington, voelen er wel iets voor, ook al omdat de bouw van zo’n installatie en de permanente Amerikaanse aanwezigheid in het belang van hun economie en hun veiligheid zou zijn. De Russen zijn tegen. De chef van de Russische generale staf voorziet geen nucleair conflict tussen zijn land en het Westen, maar waarschuwt het buurland. Het kan op zo’n manier betrokken raken in een conflict dat ook Rusland aangaat. Dat is voorzichtig uitgedrukt. Een militaire basis in een buitenland is altijd van invloed op de verhoudingen in de regio.

Tsjechië, dat ook op de nominatie staat om een Amerikaans verzoek te ontvangen, wil op het ogenblik niets van een openbare discussie weten. De volgende maand worden daar verkiezingen gehouden.

De Britten, die vanouds de Amerikanen alle mogelijke militaire gastvrijheid hebben gegeven, komen op het ogenblik niet in aanmerking.Tony Blair is een zieltogende leider en de kiezers hebben van de oorlog in Irak een trauma overgehouden.

Volgens de zegsman van de New York Times zouden nog andere dan Oost-Europese landen gevraagd kunnen worden. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat in het Pentagon aan Nederland wordt gedacht, maar je weet het nooit. Wat zou het kabinet-Balkenende doen, wat zouden de kiezers willen? Zou het een onderwerp voor een referendum kunnen zijn?

Dat Iran binnen afzienbare tijd een gevaar kan vormen, zal niemand ontkennen. President Ahmadinejad heeft met succes alle internationale inspecties van zijn atoomindustrie getorpedeerd, hij wil Israël van de kaart vegen, en terwijl hij op alle mogelijke manieren laat weten dat hij het Westen aan zijn laars lapt, groeit zijn populariteit in het Midden-Oosten. Stuk voor stuk redenen om hem als vijand te beschouwen. Maar dat is niet het onderwerp van de discussie. Het ging en gaat over de beste manier om hem te bestrijden. Een ingreep met conventionele wapens is nu uitgesloten. Met de oorlog in Irak kunnen we er geen chaos bij hebben. De menselijke en materiële verliezen zijn onaanvaardbaar geworden, de publieke opinie wil het niet, de olieprijs is al hoog genoeg. Een economische boycot blijkt moeilijk te verwezenlijken, maar zou in ieder geval dichterbij kunnen worden gebracht als het Westen zich hier als een eenheid zou kunnen gedragen.

President Bush laat nu merken dat hij opnieuw voor de hem vertrouwde weg heeft gekozen. Hij organiseert weer een coalition of the willing, deze keer bestaande uit een paar landen die bereid zijn antiraketinstallaties op hun grondgebied te laten bouwen, waarvan over een jaar of vijf de deugdelijkheid moet worden bewezen.

Zoals de ervaringen met Irak leren, ontstaat als gevolg daarvan niet een coalitie, maar wel een verzameling van de unwilling die voornamelijk worden verenigd, niet door hun anti-Amerikanisme maar door hun anti-Bushisme. Ze willen niet worden betrokken in de gevolgen van Washingtons unilateralisme, of beter gezegd: Bushsime.

Dit Bushisme staat nu op het punt via het Midden-Oosten in de vorm van een gelegenheidscoalitie Oost-Europa te bereiken. Welke politieke uitdrukking het zal krijgen als het eenmaal zo ver is, weet nog niemand. De ervaring heeft geleerd dat we altijd rekening moeten houden met verrassingen die averechts uitpakken. Dat weten ook de Amerikaanse kiezers. De populariteit van de president schommelt nu rond de 30 procent. Amerikanen en Europeanen zijn op het ogenblik verenigd in een negatieve overeenkomst: ze kunnen er niet toe komen een alternatief voor het Bushisme te verzinnen. Een oppositie zonder denkbeelden: dat is op het ogenblik de onzichtbare kwaal van het hele Westen.