De andere beurshausse

Niet alleen op de aandelenbeurzen is het de laatsteweken onrustig, ook de beursorganisaties zelf zijn in beweging. Al enige jaren voltrekt zich met horten en stoten een consolidatiegolf onder de belangrijkste beurzen van de westerse wereld.

Al eerder waren vier aandelenbeurzen, die van Frankrijk, Nederland, België en Portugal, samengeklonterd tot Euronext. Daar houdt de fusiedrang niet op. Vorig jaar deed Deutsche Börse een bod op de London Stock Exchange (LSE), om daarna door zijn eigen aandeelhouders te worden teruggefloten. Ook Euronext flirtte met Londen, wat culmineerde in de overname van de Londense termijnbeurs Liffe.

Inmiddels heeft het Amerikaanse Nasdaq een fors belang opgebouwd in de London Stock Exchange. Nasdaqs traditionele rivaal, de New York Stock Exchange, doet nu een bod op Euronext. Deutsche Börse heeft ook een bod liggen. De beurs van Tokio kijkt „met interesse” toe, en die van Milaan laat doorschemeren zich graag bij Euronext te willen aansluiten.

De voorwaarden en calculaties van het Duitse en het Amerikaanse bod op Euronext zijn complex. In beide gevallen gaat het om een combinatie van contanten en eigen aandelen, waardoor de hoogte in het onstuimige beursklimaat per dag sterk kan variëren. Het bestuur van Euronext neigde ernaar zijn voorkeur uit te spreken voor de Amerikanen. Op de aandeelhoudersvergadering van Euronext deze week probeerden enkele grootaandeelhouders bij stemming juist een voorkeur vast te leggen voor de Duitsers.

Het is goed dat geen van beide preferenties het heeft gehaald. Als Euronext dan toch moet worden overgenomen, is het beter beide kemphanen tegen elkaar te laten opbieden of te wachten op een knock out-bod dat zo gunstig is dat de ander er niet van terug heeft.

Dat er een consolidatie aan de gang is in de beurzensector, zal het publiek wellicht een zorg zijn. Op het eerste oog lijken slechts weinigen er baat bij te hebben dat beursorganisaties groter worden door fusies en overnemingen. Maar waar het werkelijk om gaat – en waar de maatschappelijke en economische meerwaarde ligt – is in hoeverre een samengaan van de effectenbeurzen bijdraagt aan de vorming van een geïntegreerde kapitaalmarkt. Dat is abstracte materie, maar de effecten moeten niet worden onderschat. De Europese Commissie stelde in een rapport dat een soepele en eenduidige afwerking en vereffening van transacties in de nu nog gefragmenteerde EU de Europese economie jaarlijks een extra economische groei kan opleveren ter waarde van 81 miljard euro.

De vorming van grotere, geïntegreerde beurzen kan daar sterk aan bijdragen. Maar er moet wel een prikkel voor competitie blijven. De VS hebben een nationale kapitaalmarkt waar Europa voorlopig alleen maar van kan dromen. En toch zijn ook in Amerika verschillende grote partijen actief waarvan de onderlinge concurrentie een verzekering is van voortgaande innovatie.

Consolidatie in de Europese beurzensector is gewenst, maar laat het niet uitmonden in de vorming van één beurskolos.