Cocaïne, celebrity en cash

Mike Skinner, alias The Streets, ‘gaf de verstotenen een stem’, maar heeft nu sterrenstatus. De hang naar zelfvernietiging blijft. „Ik gok om de verveling te bestrijden.

Mike Skinner foto Lex van Rossen 08-03-06 AMSTERDAM: MIKE SKINNER, THE STREETS FOTO LEX VAN ROSSEN Rossen, Lex van

Het optreden van The Streets op Lowlands 2004 was een aanfluiting. Voorman Mike Skinner zwalkte dronken over het podium en verhaspelde zijn teksten tot gebrabbel. Toen hij tussen de tweeduizend fans een aantal hoedjes ontdekte met zijn eigen Streets-logo erop, dacht hij dat er sprake was van ‘piraterij’ van zijn merchandise. Skinner werd woedend, schold het publiek uit en stormde weg. Dat die Streets-hoedjes gratis waren verspreid door zijn platenmaatschappij, drong pas tot hem door toen het concert voorbij was.

Mike Skinner, de 27-jarige rapper uit Birmingham, heeft over dit optreden een liedje gemaakt, Fake Streets Hats. In dat nummer, te vinden op zijn onlangs verschenen cd The Hardest Way To Make An Easy Living beschrijft Skinner zijn blunders: hoe hij dronken onder het podium belandde, en zichzelf de volgende dag terugvond in Londen, ‘in bed with a girl I have little memory of’. Zijn conclusie: ‘If you don’t like what’s going down/ You need to change something round’.

„Met dit liedje wilde ik me verontschuldigen aan het Nederlandse publiek”, zegt Skinner tijdens een recent bezoek aan Amsterdam. „Normaal zou ik wel weten hoe het zat met die hoedjes. Maar nu was ik zo onder invloed, dat het beest in me los kwam. De Nederlanders hebben me op mijn allerslechtst gezien.”

Sinds zijn debuut in 2002, Original Pirate Material, wordt Mike Skinner geroemd om de manier waarop hij het prozaïsche weer een plaats gaf in de popmuziek. Bij Skinner kom je iets te weten over de lad-cultuur: Britse jongens die zich klem drinken in de pub, en dan achter meisjes aangaan. Of zoals hij het destijds in een liedje noemde: Geezers Need Excitement. Dat zijn teksten worden uitgesproken op tongbrekende snelheid, zonder respect voor metrum of grammatica, wekt nog een andere associatie: met de waaghalzerij, ja hang naar zelfvernietiging onder working class-jongeren die denken dat ze toch niets te verliezen hebben.

Hello!

Deze aanpak bracht Skinner in elk geval aanzien en succes. Een literatuur-professor vergeleek Mike Skinner in The Guardian met Dostojevski: hier hoorde je ‘de stem van de verstotenen’. Maar Skinner laat zich ook vergelijken met roddelbladen als Privé of de Britse bladen Hello! en OK!; op de nieuwe cd vertelt hij te pas en te onpas hoeveel zijn levensonderhoud kost, hoeveel drugs hij waar heeft genomen. En Skinner is niet te beroerd om verdachtmakingen over Britse beroemdheden in zijn liedjes te verwerken. Hij is inmiddels zelf een celebrity.

De nieuwe cd gaat dan ook niet meer over het leven van de werkende jongere, maar over de gevolgen van de roem. De plotseling overgang van leven als berooide jongere in Birmingham naar de status van internationale popster in de Londense jetset bracht Skinner tot een gokverslaving en overmatig drank- en drugsgebruik. Vorig jaar is hij afgekickt.

Mike Skinner is een bleke Engelsman met veel diamanten. Zijn grote bruine ogen schieten rond alsof de hotelkamer vol mensen zit. „Het is een leven van uitersten”, zegt hij gelaten. „Ik heb bijna twee jaar aan mijn nieuwe cd gewerkt, in mijn eentje. Nu ben ik sinds een paar weken aan het rondreizen om over mijn cd te praten. Allebei gaat het na een tijdje vervelen. Eerst had ik genoeg van het alleen zijn, straks word ik weer moe van het praten.”

Toen Skinner zijn eerste cd maakte, deed hij dat in zijn slaapkamer, thuis bij zijn ouders. Inmiddels werkt hij overal ter wereld. „Ik ga naar de studio waar ik op dat moment ben. Voor deze cd heb ik opnamen gemaakt in New York, Italië, Londen. Overal werk ik mijn ideeën uit. Dat is het handige als je een éénmansband bent.”

Skinner – die bij live-optredens wel met meer muzikanten op het podium staat – is een slimme liedjesschrijver. De muziek bij zijn nummers is bedriegelijk simpel. Want tussen de knorrende synthesizers en de kale, elektronische drumroffels klinkt altijd wel ergens een onweerstaanbaar riedeltje, als een lentebries door de grauwe grotestadspoëzie.

Dat contrast zit ook in de vocalen: Skinners kwebbelende zanglijnen worden afgewisseld met de zoetgevooisde melodieën van de animatieserie Leo the Lion. Skinners stijl heeft inmiddels navolging gekregen. Alex Turner, van de Arctic Monkeys, noemt hem als voorbeeld, zoals ook te horen is in hun met tekst volgepropte liedjes. „Voor andere mensen klinkt mijn manier van praten en zingen als onnavolgbaar. Maar ik kan het niet ánders”, zegt Skinner. „Al zou ik het willen.”

Dat zijn teksten openhartig zijn, vindt hij vanzelfsprekend. „Op deze cd ben ik nog weer iets openhartiger dan op mijn eerdere cd’s. Ik vertel wat ik meemaak, de hoogtepunten én de dieptepunten. Ik denk dat mensen respect hebben voor eerlijkheid. En als ze dat niet hebben, kan het me ook niets schelen” Is hij er ooit huiverig voor? „Nee, waarom zou ik?”

Brandy

The Hardest Way To Make An Easy Living gaat over de dood van zijn vader, twee jaar geleden (in Never Went To Church), over zijn gewoonte om hotelkamers hardhandig te verbouwen (Hotel Expressionism), over zijn liefde voor brandy (Prangin’ Out). De single When You Wasn’t Famous behandelt de ‘vogelvrijheid’ van hedendaagse beroemdheden: hoe kun je nog ergens coke snuiven als er altijd en overal iemand met zijn telefoon een foto van je kan maken? Om die vervolgens te verkopen aan The Sun of een andere tabloid, zoals supermodel Kate Moss vorig jaar overkwam.

De ‘drie c’s’ van Skinners universum zijn cocaïne, celebrity en cash. Geld is al sinds het begin van zijn carrière een rode draad in Skinners oeuvre: van de titel van de vorige cd (A Grand Don’t Come For Free, uit 2004) tot de vele bedragen en kosten die op de nieuwste worden opgesomd.

„Geld is de laatste jaren een wezenlijk onderdeel van mijn leven geworden, dus schrijf ik daar óók over. Maar het gaat niet zozeer om de bedragen zelf, het gaat om wat ik met dat geld allemaal doe: dingen die aardig wat geld kunnen kosten. Gokken, auto’s kopen, kleren. Je gaat je een beetje schuldig voelen als je ineens veel geld krijgt. Het nieuwe liedje Memento Mori gaat daarover.”

In dat nummer, waarin ‘mori’ wordt uitgesproken zodat het rijmt op ‘bye’, zingt hij sarcastisch: ‘Memento Mori, Memento Mori/ It’s latin and it says we must all die/ But I tried it for a while/ It’s a load of boring shite/ So I buy buy buy buy buy buy.’

„Het is niet echt moeilijk om veel geld te hebben”, zegt Skinner in zijn hotelkamer. „In ieder geval niet om uit te geven.” Hij kijkt ironisch: „Dat maken ze je tegenwoordig heel eenvoudig.”

Een van zijn hobby’s is spread betting. Deze manier van gokken kun je doen per internet of telefoon, op cricket-uitslagen of paardenrennen. „Je kunt heel veel geld ineens winnen, of verliezen. De inzet verandert constant, gedurende het spel. Ik doe het om dat risico. Dat is spannend”, zegt hij. Maar is het ook leuk?

„Ik gok om de verveling te bestrijden. Ik ben altijd dol geweest op risico’s en gevaar. Op allerlei gebieden. Nu heb ik bijvoorbeeld een eigen platenlabel. Dat is ook een soort gokken: neem ik wel de juiste beslissing?”

Op dat label, The Beats, zitten artiesten als Mitchell Brothers, Professor Green en Example. Voor deze rappers maakt Skinner ook nummers. Hoe verdeelt hij de buit? „Als ik een stel liedjes heb gemaakt ga ik ze verdelen. De beste hou ik.” Hij lacht: „Want voor mijzelf ben ik het allerbelangrijkst.”

De nummers van The Streets zijn een index van de eigentijdse spreektaal: van de geezers (gozers) uit zijn begintijd, tot prang op zijn laatste cd. „Prang betekent cocaïne”, zegt hij. „Zo noemen ze het tegenwoordig in Londen. Prang betekent ‘exploderen’, en coke geeft je een explosief gevoel. Dus dat klopt wel.”

The Hardest Way To Make An Easy Living is verschenen bij Warner Music. Concert van The Streets: 28 mei, Paradiso, Amsterdam.

    • Hester Carvalho