Bush en Blair erkennen fouten over ‘Irak’

De Amerikaanse president George Bush en de Britse premier Tony Blair erkennen dat er belangrijke fouten zijn gemaakt in de oorlog in Irak. Desondanks geloven beide leiders dat de invasie in 2003 „goed was”.

„We vonden niet de massavernietigingswapens die we verwachtten aan te treffen en dat heeft vragen opgeroepen of de offers die we in Irak brengen het wel waard zijn”, zei Bush na een overleg gisteren met Blair in Washington. Maar „ondanks tegenslagen en misstappen, geloof ik er sterk in dat we het goede deden en doen. Als Saddam Hussein nog de macht had, dan zou zijn regime rijker, gevaarlijker en bedreigender zijn voor de regio en de wereld.”

De twee leiders gaven toe dat er slechts langzaam vooruitgang wordt geboekt in Irak. Van het terugtrekken van troepen zal geen sprake zijn, totdat de Iraakse regering de veiligheid in Irak zelf kan verbeteren. Bush en Blair riepen de internationale gemeenschap op daarom de Iraakse regering te steunen, „welke twijfel mensen ook hebben over de invasie”.

President Bush, die zelden fouten heeft toegegeven, zei vooral spijt te hebben over de mishandelingen van Iraakse gevangenen door Amerikaanse militairen in de Abu Ghraib-gevangenis. „Daar hebben we lang voor moeten boeten”, zei hij. De president voegde eraan toe dat de daders zijn gestraft, „in tegenstelling” tot diegenen die mishandelingen pleegden in het Irak onder Saddam Hussein.

Ook heeft hij spijt van de harde woorden die hij gebruikte in de oorlog tegen terreur. Zo zei hij na ‘11 september’ Osama bin Laden „dood of levend” te willen hebben. Dat had in bepaalde delen van de wereld tot misverstanden geleid. „Ik heb geleerd dat ik mezelf misschien een beetje subtieler moet uitdrukken.”

Blair zei met name dat de coalitietroepen zich hadden vergist in het proces van ‘de-ba'athificatie’, waarbij alle politieke aanhangers van Saddam werden ontslagen. Daardoor ontstond een machtsvacuüm waarin de opstand kon groeien. (AP, Reuters)

washington: pagina 5