Opinie

    • Youp van ’t Hek

Bezoekbejaarden

Mijn oude tante woonde bijna tachtig jaar in de Amsterdamse binnenstad. Geboren in de Jordaan en getogen aan het Singel. Ze heeft de Jordaan zien veryuppen en de grachten zien vergordelen. Op een paar groentejuweliers en slagerettes na zijn alle levensmiddelenwinkels verdwenen. De straatjes zitten vol met winkeltjes met cadeautjes voor mensen die alles al hebben. Mexicaanse pleeborstels, maffe oezepoezeplacemats en andere overbodige hebbedingetjes.

Het oude Amsterdam heeft niks meer met het oude Amsterdam te maken. Er wonen nog weinig oude tantes. De meesten zijn dood en hun huizen zijn overgenomen en doorverkocht door handige vastgoedjongens. De prijzen van de huizen en appartementen zijn dusdanig hoog dat de meeste mensen die er wonen zelden of nooit thuis zijn. Ze moeten knoeperhard werken om hun stulpje te kunnen financieren.

Daarbij is het voor de bewoners beter dat ze er nooit zijn, omdat ze niet in het bezit zijn van een parkeerkaart. Er is voor dit felbegeerde document een wachtlijst van enkele jaren en die wachtlijst wordt alleen maar langer omdat elke bezitter van zo’n kaart de meest ingewikkelde trucs uithaalt om die kaart te kunnen behouden. Ze worden voor veel geld weer doorverhuurd aan derden. De handel in illegale parkeerkaarten tiert welig. Logisch, want de parkeertarieven zijn onbetaalbaar en derhalve staat je autootje beter in de gratis parkeergarage van je advocatenbunker aan de Zuidas dan naast een geldslurpende automaat op de Herengracht.

Mijn oude tante had er last van. Niet van de parkeertarieven. Zij was slecht ter been en had een welverdiende invalidenkaart. Maar ook weer wel van de parkeertarieven. Zij kreeg steeds minder bezoek. Haar vriendinnen, die stuk voor stuk waren aangewezen op een bescheiden pensioentje en dito AOWeetje, konden het parkeren bij haar voor de deur niet betalen. Als ze kwamen, wilden ze een aantal uren blijven en dat werd echt te kostbaar. Op een gegeven moment kon mijn tante het huis niet meer uit en het bezoek het huis niet meer in. Ze kon wel bellen met de bejaardenwerker van de binnenstad. Die kwam dan langs. Met de auto? Ik geloof het wel. Was het parkeren voor hem dan niet te duur? Nee, want hij had een zogeheten hulpverlenerskaart op zijn achterruit en hij kon zijn auto neerzetten waar hij wilde. Zijn organisatie betaalde de veertig euro’s die aan de kaart verbonden waren. Wie zo’n kaart allemaal hebben? Dokters, verpleegkundigen, mensen van de thuiszorg, vroedvrouwen en andere hulpverleners. En prinsen! De zoontjes van Van Vollenhoven en hun prinsesjes!

Zij rijden voor Tafeltje dekje, verwisselen steunkousen bij oudjes die niet meer kunnen bukken, brengen medicijnen rond, herstellen gehoorapparaten, helpen oma’s om op het internet te komen, kijken met opa’s naar de WK voetbal en bij sommige ouderen klussen ze wat bij. Maken hun huisje drempelvrij, zodat ze iets later dan gemiddeld hun heup breken. Ik wist het ook niet. Maar dat doen ze al jaren.

Daarom hebben ze ook zo’n hulpverlenersparkeerkaart. Ze brengen bijna bij alle bejaarden wekelijks een vers bloemetje, draaien hier en daar een wasje en ze doen sommigen zelfs af en toe in bad. Je denkt toch niet dat een Van Vollenhoven, familie nota bene van Trix & Lex, de gore moed heeft om een hulpverlenersparkeerkaart te regelen omdat hij anders op een wachtlijst zou komen. Of dat hij het zou doen omdat hij te veel zou moeten betalen? Of dat hij geen zin zou hebben om de auto op een desolaat industrieterrein te zetten. Een Van Vollenhoven is goed voor miljoenen per persoon en daarbij staat Trix altijd garant. Dus die 40 euro voor die maandkaart is echt geen punt. Nee, ze dweilen, soppen, voeren, wassen, poetsen, schrobben en timmeren voor de laatste gordelbejaarden. Daarom doet mijn tante, die al lang dood is, een goed woordje voor ze in de hemel. Dat als ze na zoveel liefdadigheid op aarde in de hemel komen, dat ze daar dan ook nog eens een mooie parkeerplaats krijgen.

En als ze hem per ongeluk toch ten onrechte hebben, dan zal dit nobele volk grootmoedig zijn kaarten afstaan. Aan wie? Aan bezoekbejaarden. Bezoekbejaarden die de visite aan de laatste oude tantes niet meer kunnen dokken.

    • Youp van ’t Hek