Australische troepen naar Timor

Australische commando’s zijn gisteren in Oost-Timor aangekomen met het doel een einde te maken aan het oplaaiende geweld tussen opstandige soldaten en regeringstroepen. De 150 commando’s hebben na aankomst het vliegveld in de hoofdstad Dili beveiligd in afwachting van de komst van in totaal 1.300 Australische militairen. Die moeten de orde in het straatarme land herstellen na weken van onrust. Nieuw-Zeeland, Portugal en Maleisië hebben ook toegezegd troepen te sturen. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan stuurt een gezant naar het land om de situatie te beoordelen.

Gisteren braken voor de derde achtereenvolgende dag gevechten uit in delen van Dili, waaronder een wijk vlakbij het kantoor van president Xanana Gusmão. Twee voormalige soldaten en een legercommandant werden gedood. Daarmee steeg het dodental na drie dagen van gevechten tot vijf. Tientallen buitenlanders hebben inmiddels het land verlaten. De chaotische situatie bracht de regering van Oost-Timor ertoe om steun van internationale troepen te vragen.

De afgelopen twee maanden was het onrustig in Oost-Timor. Door vuurgevechten en brandstichting zijn duizenden mensen gevlucht, op zoek naar veiligheid bij ambassades en religieuze instellingen.

De onrust begon in maart toen 600 Oost-Timoreze soldaten – bijna 40 procent van de totale strijdkrachten – werden ontslagen, omdat ze hadden geprotesteerd tegen vermeende discriminatie in het leger. Een aantal haviken onder hen dreigde met een guerrillaoorlog als ze niet weer werden aangenomen.

Oost-Timor is een van de armste landen ter wereld. Indonesië viel het land in 1975 binnen en verklaarde het een Indonesische provincie. Na decennia van onderdrukking sprak de bevolking van Oost-Timor zich in 1999 per referendum uit voor onafhankelijkheid. Delen van het Indonesische leger probeerden met terreurcampagnes de onafhankelijkheid te verhinderen. De komst van een door Australië geleide interventiemacht maakte een einde aan het geweld.In 2002 werd Oost-Timor formeel onafhankelijk. (AP, Reuters)