Advies: afzien van landelijke politie

Jos Verlaan

Invoering van een nationaal politiebestel zoals beoogd door het kabinet zal leiden tot hoge kosten, verstarring bij de politie en veel bureaucratie. Ook het alternatieve model van de Raad van Korpsbeheerders, dat voorziet in verregaande samenwerking tussen de 25 regiokorpsen, maar met behoud van hun autonomie, voldoet niet.

Dat schrijft het consultancybureau Deloitte op basis van onderzoek naar beide voorstellen en een groot aantal interviews met sleutelfiguren op departementen, bij het openbaar ministerie en de politie. De opstellers van het advies Samenwerken aan veiligheid werken als zelfstandig adviseur voor de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.

Minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) stuurde eerder deze week het wetsvoorstel waarin staat dat de autonome status van de regiokorpsen en die van de korpsbeheerder (de burgemeester) wordt opgeheven. De regiokorpsen worden in dit voorstel samengevoegd onder verantwoordelijkheid van Binnenlandse Zaken.

Maar volgens Deloitte baseert Remkes zich op een te beperkte analyse. Bij nationalisering van de politie is de lokale component van het politiewerk onvoldoende gewaarborgd. Het voorstel van de korpsbeheerders voldoet ook niet, omdat landelijke prioriteiten daarin onvoldoende zijn gegarandeerd.

Deloitte heeft een eigen model ontwikkeld. De politietaken worden daarin verdeeld tussen de KLPD (Korps Landelijke Politiediensten) en de regiokorpsen waarvan een aantal moet fuseren. Het lokale gezag moet invloed houden, maar de rol van korpsbeheerder kan volgens Deloitte naar de korpschefs overgaan. Zij opereren dan onder een concernraad, waarvan de leden verantwoording afleggen aan de ministers. De korpschefs leggen verantwoording af aan de gemeenten en het openbaar ministerie in de regio’s.

    • Jos Verlaan