‘Zijn we niet schattig?’

Dirty Pretty Things is de nieuwe band van Carl Barât, na The Libertines met de omstreden Pete Doherty.

Het album Waterloo to anywhere ligt nu in de winkel.

The Dirty Pretty Things in Paradiso met v.l.n.r.: Gary Powell, Didz Hammond, Anthony Rossomando en Carl Barât. Foto Lex van Rossen 1-4-2006, DIRTY PRETTY THINGS LONDON CALLING PARADISO FOTO LEX VAN ROSSEN ROSSEN, LEX VAN

De sfeer in de kleedkamer is uitbundig, achter de schermen van het London Calling-festival in Paradiso. „There’s gonna be a show tonight,” zingen de bandleden elkaar keihard toe. „A show tonight, a show tonight!” De show in kwestie is al geweest, en bleek de triomf van het festival. Niet alleen omdat de Dirty Pretty Things opzwepende, rauwe, sexy rock & roll spelen, maar ook om de voorgeschiedenis.

De vorige keer dat we zanger/gitarist Carl Barât in Amsterdam troffen, hing er een donkere wolk boven zijn hoofd. Het voortbestaan van zijn groep The Libertines hing eind 2004 aan een zijden draadje, sinds zijn beste vriend Pete Doherty wegens vergaande drugsproblemen uit de band was gezet. Carl stond er alleen voor om het tweede Libertines-album met interviews te ondersteunen. Gitarist Anthony Rossomando werd als vervanger aangetrokken voor de moeizame tournee die erop volgde.

Carl was trots op de muziek die hij in de nadagen van The Libertines had gemaakt, maar er viel een last van zijn schouders toen hij een punt achter de band kon zetten. Van een afstand volgde hij de controverse rond Pete Doherty en de in een boulevardkrant gepubliceerde foto’s van vriendin Kate Moss, die in de opnamestudiostudio bij Doherty’s nieuwe band Babyshambles betrapt was op het snuiven van coke. Barât begon in betrekkelijke rust zijn nieuwe band Dirty Pretty Things met Rossomando, Libertines-drummer Gary Powell en Didz Hammond, voormalig bassist van The Cooper Temple Clause.

Debuutalbum Waterloo To Anywhere vat de draad op waar The Libertines hem lieten liggen. Bang bang you’re dead, heet de single van Dirty Pretty Things. Carl, Didz, Anthony en vooral de straalbezopen Gary vieren feest in de catacomben van Paradiso. Ze zijn in opperbeste, misschien iets te uitbundige stemming voor een interview. Is hun bandnaam niet al te onnadenkend gekozen; er was toch al een sixties-rockgroep die The Pretty Things heette? Carl: „We leven in het hier en nu, nietwaar? Die Pretty Things van jou waren een stelletje slappelingen. Wankers! Wij noemen onszelf Dirty Pretty Things omdat die naam de lading denkt. Kijk naar ons: zijn we niet schattig? Als we niet zo leuk waren geweest om naar te kijken, hadden we onszelf wel Very Dirty Things genoemd.”

Hoe beleefde Carl het Nederlandse live-debuut van Dirty Pretty Things, vergeleken bij zijn ervaringen met The Libertines? „Ik heb er plezier in, dat is het grote verschil. De eerste keer met Pete was opwindend, omdat alles nog nieuw was. Daarna ben ik in Engeland door de hel gegaan, eigenlijk al sinds Pete in mijn flat had ingebroken en hij naar de gevangenis moest. Ik heb hem weliswaar bij de gevangenispoort opgewacht, maar met The Libertines is het nooit meer goed gekomen. Het voelt geweldig om met nieuwe songs en nieuwe mensen naar Nederland te komen.”

Was het al te lichtvaardig, dat hij net als Pete de naam Libertines in zijn arm heeft laten tatoëren? „Ik heb er geen spijt van. Het is een onderdeel van mijn leven, mijn opvoeding, mijn voorgeschiedenis. De muziek was goed, hoewel we soms meer aandacht aan de uitwerking hadden kunnen besteden. Maar met Dirty Pretty Things zijn we evenmin maandenlang in de studio blijven rondhangen om het geluid glad te schaven.”

Carl pakt er een Britse sensatiekrant bij, waar de comeback van Kate Moss als topmodel wordt besproken. „Ik ben blij dat die hele tabloid-onzin mij niet is overkomen”, verzucht hij. „We hebben expres niet met Mick Jones [Libertines-producer en voormalig Clash-gitarist-JV] gewerkt, omdat hij me aan de frustraties van toen doet denken. Mick had eigenlijk te veel begrip voor de vrijheden die Pete zich veroorloofde. Ons album is ook in alle vrijheid gemaakt, maar dan met volledige aandacht voor de muziek en de nieuwe nummers die opeens weer uit mijn pen vloeien.’

Het Waterloo uit de cd-titel is dus geen slagveld in Napoleontische zin? „Napoleontisch?”, schreeuwt Carl, „Wat is dat voor pretentieus onzinwoord? Van puinhoop naar glorie, dat bedoelen we ermee.”