Ziekenhuis Gaza voor zware keuzes

In het Shifaziekenhuis in Gazastad is aan alles tekort. Door de internationale boycot van de Palestijnse Autoriteit is er geen geld meer voor geneesmiddelen of salarissen.

Een Palestijnse vrouw wacht in het Shifaziekenhuis in Gazastad op haar man die nierdialyse ondergaat. De Palestijnse gezondheidszorg kampt met grote tekorten aan geneesmiddelen door de internationale boycot. Foto AFP A Palestinian woman sits waiting for her husband to finish a dialyses sessions at the al-Shifa hospital in Gaza City 01 May 2006. Seventeen trucks loaded with food stuff and medicines donated by neighboring Jordan drove through the Karni Crossing between Israel and the Gaza Strip today, bringing much needed aid. The Arab League approved 150,000 dollars in emergency medical aid to the cash-strapped Palestinian Authority yesterday, secretary general Amr Mussa said. AFP PHOTO/Samuel ARANDA AFP

Ghadi Abu Safar maakt, half-liggend op haar bed in het Shifaziekenhuis van Gazastad, klievende, kappende handbewegingen over de plaats waar haar rechterborst zat en vervolgens over haar keel. Erg lang zal de 68-jarige in Egypte geboren Palestijnse hier niet meer zijn, de borstamputatie bood tijdelijk respijt, maar de kankercellen zijn uitgezaaid naar haar longen.

„Dan zie ik mijn man tenminste weer. Hij is al op vakantie gegaan in de hemel. Hopelijk heeft hij het daar beter naar zijn zin dan wij hier en is hij in een goed humeur.” Haar dochter en schoondochter, die om de beurt een etmaal bij haar slapen, giechelen om haar grapjes.

Het tumult van de straat dringt door tot de verstilde afdeling oncologie. Er wordt buiten geschoten en geschreeuwd. Eerder op de dag is een zwaar gewonde Fatahgeneraal binnengebracht, nu gaat het om een leider van Islamitische Jihad die is geliquideerd door de Israëlische luchtmacht en een toevallig passerende familie, waarvan de grootmoeder, de moeder en een jongen van vijf zijn gedood door rondvliegende granaatscherven.

Het nieuws dat alleen een meisje de militaire actie heeft overleefd en zwaar gewond met een gebroken ruggengraat is aangekomen in het Shifa bereikt ook Ghadi en andere patiënten in het vuilgroene zaaltje razendsnel. „Of je gaat dood door een raket van een Apachehelikopter of door gebrek aan Atropine”, allitereert hoofdverpleger Farrad Jabbar.

De staf van de afdeling oncologie geeft Ghadi alleen nog pijnstillende medicijnen: de schaarse chemokuren zijn uitsluitend voor kansrijkere patiënten. Radiotherapie is onmogelijk, want het Shifaziekenhuis noch de 60 kleinere klinieken in de Gazastrook mogen de noodzakelijke bestralingsapparatuur in hun bezit hebben van de Israëlische regering.

De patiënten, het verplegend personeel en de medische staf van het Shifaziekenhuis weten zich het slachtoffer van de internationale boycot tegen de door Hamas gedomineerde Palestijnse Autoriteit. Het grootste staatsziekenhuis (700 bedden, 1.200 verplegers, artsen en technische medewerkers) verkeert al maanden in een crisis. Dr. Ibrahim al-Habbash, algemeen directeur: „De situatie is geleidelijk aan zeer kritiek geworden. Zeventig procent van onze problemen is financieel van aard, dertig procent komt door de voortdurende afsluitingen van de grenzen, waardoor we geen geneesmiddelen kunnen invoeren.”

De Palestijnse Autoriteit ontvangt geen Europese en Amerikaanse hulp meer. Habbash krijgt geen geld van de minister van Gezondheidszorg om in Israël geneesmiddelen aan te schaffen, omdat zijn minister geen budget krijgt van de minister van Financiën. „En de geneesmiddelen die we verplicht moeten en nog kunnen kopen via een Israëlische agent krijgen we zelden meer op tijd. Wij zijn afhankelijk van de vraag of de grens open is of niet. De Israëliërs behandelen aan de grens bij Karni medicijnen alsof het bananen zijn of Coca-Cola.”

„We moeten uiterst zuinig omgaan met de beschikbare geneesmiddelen en moeilijke keuzes maken”, vertelt Farad Jabbar, hoofdverpleger op de kankerafdeling. Ghadi komt niet in aanmerking voor behandeling in Israël, want ze beschikt niet over de juiste politieke connecties en zij kan ook niet meer naar Egypte. Er is geen geld voor de busreis en de behandeling in Kairo. Het pensioentje dat haar man, een agent van de veiligheidsdienst, heeft achtergelaten, wordt als gevolg van de financiële crisis van de Palestijnse Autoriteit al drie maanden niet uitbetaald.

Dochter Sahar slaapt vannacht bij haar moeder in bed, want het enige vrije bed in de kamer heeft geen matras. Op het derde bed zitten drie gesluierde vrouwen rondom een 5-jarig meisje met lymfklierkanker. „Iedere chemokuur is beter dan geen chemokuur, maar we beschikken niet over de juiste middelen. Zij moet naar Israël of Egypte maar ik vrees dat het niet zal lukken, de familie heeft niets te verkopen”, vertelt Farad.

De tekorten betreffen niet alleen geneesmiddelen, maar ook medisch materiaal: slangen en filters voor de dialyseapparatuur, laboratoriumkits, injectienaalden, verband, pleisters, schroeven en gips. Op instructie van Habbash zijn alle behandelingsprotocollen aangepast en teruggebracht tot de hoogstnoodzakelijke zorg. Geen van de artsen en verplegers heeft salaris ontvangen.

„We glijden in de Gazastrook onmiskenbaar en onstuitbaar af op een humanitaire crisis”, zegt ook John Ging, de nieuwe directeur van de VN-organisatie voor de hulp aan Palestijnse vluchtelingen( UNRWA). De Israëlische regering ontkent dat, maar volgens de Ierse diplomaat, die VN-missies in Kosovo en Afrika heeft geleid, spreken de feiten voor zich.

„Het is moeilijk de ernst van de situatie over te brengen, omdat er sprake is van een langzame verslechtering van een toch al tamelijk desperate situatie. En daarbij verbaas ik mij iedere dag over de veerkracht en het optimisme van de Gazanen. Maar niettemin: we zijn alarmerend dicht bij een grote, humanitaire crisis. Israël begint dat ook in te zien”, aldus Ging. Van de 1,4 miljoen Palestijnen in de Gazastrook worden 635.000 door zijn organisatie gevoed, geschoold en in leven gehouden.

Dat aantal zal stijgen, omdat van de 73.000 politiemannen, veiligheidsagenten, leraren en medisch personeel, die nu al maanden zonder salaris leven, een groot aantal de vluchtelingenstatus heeft en in aanmerking komt voor UNRWA-hulp.

Ging: „Door het stopzetten van de internationale hulp aan de publieke sector en de sluiting van de grens voor exporten wordt er een half miljoen dollar per dag aan de economie onttrokken. Dat lijkt weinig, maar is voor Gaza heel veel geld”.

Met de Europese Unie zoeken de VN naar mogelijkheden om via omwegen de gezondheidszorgsector in het bijzonder overeind te houden. „Iedereen is er zich van bewust dat de situatie kritiek is en dat er voor het openen van de grensovergang Karni heel snel een oplossing gevonden moet worden.” Voor Ghadi Abu Safar is het al te laat.

    • Oscar Garschagen