Wees gastvrij voor pleegkinderen

Onder de slogan ‘Wij zoeken nog een hart met wat ruimte’ is Pleegzorg Nederland onlangs een campagne gestart om nieuwe pleeggezinnen te werven. Nu het kabinet geld uitgetrokken heeft om de wachtlijsten in de pleegzorg weg te werken, is het probleem niet langer dat de vastgestelde pleegzorgvergoedingen aan pleegouders niet uitbetaald kunnen worden, of dat er niet genoeg pleegzorgwerkers aangesteld kunnen worden om hen te begeleiden. Het enige probleem is dat er veel te weinig mensen pleegouder willen worden.

Zo’n duizend kinderen wachten momenteel op de mogelijkheid geplaatst te worden in een passend pleeggezin. Ondertussen neemt de animo om pleegouder te worden in Nederland steeds verder af.

Iedereen herinnert zich nog wel de commotie in 2004 nadat het meisje Savanna uit Alphen aan den Rijn dood in een autokofferbak was aangetroffen. Ze bleek te zijn overleden aan de gevolgen van mishandeling. Naderhand werd duidelijk dat veel te lang getalmd was met haar weg te halen uit haar ouderlijk huis.

Vraag is echter waar Savanna naar toe gebracht had moeten worden. Misschien was het voor haar nog gelukt een passend adres te vinden. Maar er zijn veel te weinig gezinnen om alle Savanna’s op te vangen. Wij vermoeden dat dat mede komt doordat rondom pleegzorg nogal wat misverstanden leven.

Je kunt van een pleegkind nooit zoveel houden als van een eigen kind.

Deze gedachte lijkt veel mensen intuïtief van pleegzorg te weerhouden. Toch is het ‘vreemde’ van een pleegkind in de praktijk vaak snel verleden tijd. Ook dan houden pleegouders doorgaans inderdaad niet op dezelfde manier van hun pleegkind(eren) als van hun eigen kind(eren). Dat is niet verwonderlijk: ook van eigen kinderen houden ouders niet op dezelfde manier. Ieder kind is nu eenmaal uniek. Je houdt van kinderen, ook van pleegkinderen, op de wijze die bij elk van hen past.

Vooral voor pleegkinderen die op wat latere leeftijd geplaatst worden, ervaart men soms inderdaad minder liefdesgevoelens. Dan is het goed te bedenken dat ‘liefhebben’ een werkwoord is. En voor werken geldt: hoe meer men het doet, hoe beter men erin wordt.

Een pleegkind kan je door de instanties zomaar weer ontnomen worden.

Veel kinderen worden ‘perspectiefbiedend’ geplaatst. Het is dan vrijwel zeker dat zij tot aan hun volwassenheid in hun pleeggezin blijven wonen. Soms kunnen de natuurlijke ouders van het pleegkind hun leven echter weer op orde krijgen, en daardoor weer zelf voor hun kind zorgen. In dat geval kan de prijs van het afscheid weliswaar hoog zijn, maar niet onverdraaglijk.

Dat ligt anders als de terugplaatsing achteraf onverantwoord blijkt, doordat het kind toch weer slachtoffer werd van mishandeling of verwaarlozing.

Sinds de dood van Savanna is op dit punt echter een duidelijke omslag gaande. Steeds nadrukkelijker wordt het belang van het kind gesteld boven dat van de natuurlijke ouders. Dat juichen wij toe. Kwetsbare kinderen zijn in het belangenspel van volwassenen al te vaak kind van de rekening geweest.

Wie een pleegkind opneemt, krijgt de narigheid van diens thuissituatie erbij.

Voor een uithuisplaatsing is inderdaad altijd een ellendige aanleiding. Maar dat kan geen reden zijn om ‘weg te kijken’. Het kind is er immers de dupe van. Daar komt bij dat de contacten met thuissituatie van een pleegkind niet alleen maar deprimerend zijn. Pleegouders ervaren deze vaak ook als verrijkend. Natuurlijke ouders zijn soms boos op jeugdzorginstanties wegens de uithuisplaatsing van hun kind. Maar ze zijn doorgaans juist dankbaar jegens degenen die hun kinderen opvangen. Verder krijgen pleegouders meer zicht op de tragiek die er vaak achter zit bij de natuurlijke ouders. Dat stimuleert weer om hen te helpen.

Je kunt beter een kind adopteren want een pleegkind wordt nooit van jezelf.

Bij velen lijkt er inderdaad een soort voorkeur te bestaan voor adoptie boven pleegzorg. Op zichzelf kan dat legitiem zijn, alleen niet om deze reden. Een kind is immers niet ons eigendom, maar ‘leengoed’ dat ons wordt toevertrouwd. Niet alleen bij pleegkinderen, ook bij adoptiekinderen blijft bovendien de relatie tot de natuurlijke ouders altijd een rol spelen.

Ons gezin is niet geschikt om pleeggezin te worden.

Dat kan natuurlijk zo zijn, en dan moet men dit ook nuchter durven vaststellen. Velen zullen het ook als een verdriet ervaren. Maar er worden geen perfecte gezinnen gevraagd. Er worden gezinnen gevraagd waar, naast liefde en aandacht voor elkaar, nog ruimte is in hart en huis voor een extra kind. Sommige (aspirant-)ouders kampen met een laag zelfbeeld, ook ten aanzien van hun functioneren als gezin; dat gaat objectief gezien soms minder slecht dan ze geneigd zijn te denken. Mogelijk zijn ze wel degelijk ‘geschikt’.

In de praktijk blijkt dat aspirant-pleegouders gemiddeld zo’n anderhalf jaar nodig hebben om toe te groeien naar daadwerkelijke aanmelding. Hopelijk kunnen bovenstaande overwegingen bij deze en gene hieraan bijdragen.

Hijltje Vink is moeder van zeven pleegkinderen, Gijsbert van den Brink vader van een pleegzoon.

    • Hijltje Vink
    • Gijsbert van den Brink