Twaalf jaar oud, gefolterd en vermoord

In Bagdad werd gisteren het gemartelde lijk gevonden van een 12-jarige jongen. Zijn behandeling is kenmerkend voor de sektarische doodseskaders die steeds actiever worden.

Bagdad, 24 mei. - Sektarische doodseskaders in de Iraakse hoofdstad Bagdad schrikken er niet voor terug kinderen te vermoorden. De familie van de 12-jarige Hani Saadoun wordt getraumatiseerd door die werkelijkheid sinds het verminkte lichaam van de shi’itische jongen gisteren werd teruggevonden. Het was gedumpt in het hoofdzakelijk sunnitische district Dora, in het zuiden van Bagdad.

Hani’s familie raakte in paniek nadat de jongen een dag eerder niet was thuisgekomen voor het middageten. Tegen de tijd dat zijn lichaam gevonden werd, achtergelaten langs een weg zoals tegenwoordig dagelijks met talrijke lijken gebeurt, was hij niet meer dan een cijfer in de statistieken van de overvolle lijkenhuizen in Irak.

De schok werd des te groter toen de familie de details van de moord te horen kreeg. Het lichaam van de jongen droeg de kenmerken van de sektarische vergeldingsliquidaties die zijn opgelaaid na de aanslag op de shi’itische Gouden Moskee in Samarra in februari. De jongen had kogelgaten in zijn hoofd en in zijn borst. Hij was geblinddoekt en zijn handen waren samengebonden op zijn rug. Hij was gruwelijk gemarteld. Hij was geslagen met kabels, had elektrische schokken gekregen en zijn lichaam was achter een auto door de straten gesleept.

Getuigen vertelden de familie dat de jongen op weg naar zijn werk was klemgereden door gewapende mannen in drie auto’s. Hani Saadoun zou zijn vader helpen op diens parkeerplaats. De jongen had een dag vrijaf van school en wilde graag wat zakgeld verdienen. Normaal zouden zijn vader of zijn oudere broers hem vergezellen, maar die dag hadden zij dringende zaken te regelen thuis en dus ging de jongen voor het eerst alleen naar de parkeerplaats.

De familie begrijpt niet waarom hij vermoord werd. „Wat heeft hij gedaan? Hij was twaalf jaar. Hij was geen generaal of een minister”, zegt een neef. Volgens zijn oom, een televisiecameraman die anoniem wenste te blijven uit angst voor vergelding, ging het duidelijk om „een sektarische moord”. Hoewel al duizenden kinderen zijn ontvoerd voor losgeld of omgekomen bij bomaanslagen, zijn er tot nu toe nog maar weinigen het slachtoffer geworden in de ‘vuile oorlog’ van sektarische vergeldingsacties. De moord op Saadoun weerspiegelt een nieuw niveau van wreedheid.

De nieuwe Iraakse premier, Nuri al-Maliki, heeft gezworen er alles aan te doen om het geweld de kop in te drukken. Maar zijn veiligheidsdiensten zijn niet altijd even krachtdadig. De oom van Hani zei dat het leger en de politie niet wilden helpen om het lijk van de jongen te halen in Dora omdat het er te gevaarlijk is. „Zijn vader moest familieleden en buren bijeen roepen om het lichaam te gaan halen”, aldus de oom. „De jongen had niets te maken met sektarisme of met politiek. Het was gewoon een jongen.” (Reuters)