Trotse Surinaamse jongens met judohart

De een staat aan de top, de ander is onderweg. Guillaume en Dex Elmont zijn dé Nederlandse judotalenten van dit moment. „Het moest er een keer uitkomen.”

Judoka’s Guillaume (links) en Dex Elmont gelden volgens bondscoach Maarten Arens als medaillekandidaat bij de Europese kampioenschappen in Finland. Foto Jørgen Krielen © Jorgen Krielen/Amsterdam/11-05-2006/ Guillome(l) en Dex Elmont Krielen, Jorgen

De grootste Nederlandse judotalenten van de laatste jaren. Zo omschrijft mannenbondscoach Maarten Arens Guillaume en Daxenos (‘Dex’) Elmont. Arens kent de broers, die in 1999 overstapten naar de Haarlemse sportschool Kenamju, sinds hun juniorentijd. Samen met coaches Cor van der Geest en Louis Wijdenbosch bracht hij hun de tactische kneepjes van het seniorenjudo bij. „Het zijn rustige, bescheiden jongens”, weet Arens.

De oudste, vijfvoudig Nederlands kampioen Guillaume Elmont (24), vestigde vorig jaar zijn status als internationaal topjudoka met het veroveren van de wereldtitel in Kairo. Bij dat toernooi eindigde Dex Elmont (22) als 21-jarige op een verdienstelijke zevende plaats. Vorig jaar werd hij voor het eerst Nederlands kampioen. Met de winst bij het A-toernooi van Rotterdam, zijn eerste wereldbekerzege, bevestigde de jongste Elmont in maart de stijgende lijn in zijn ontwikkeling.

„Guillaume staat aan de top, Dex is onderweg”, vat Arens samen. Wat hem betreft gelden beide broers als medaillekandidaat bij de Europese kampioenschappen in Finland. Dex komt vrijdag in actie in de klasse tot 66 kilogram, Guillaume (-81 kg) een dag later. „Alles moet wel kloppen op zo’n dag. Voor Guillaume komt zijn studie dit jaar op de eerste plaats. Hij zal goed moeten zijn, maar is kanshebber voor de titel. Dex heeft een goed jaar gehad en is echt in vorm.”

Kenamju-coach Cor van der Geest beaamt de progressie van de jongste broer. „Dex heeft het laatste half jaar een grote stap gemaakt.” Van der Geest heeft zich in het verleden meer beziggehouden met het coachen van Guillaume, maar kent beide broers goed. „Het zijn trotse Surinaamse jongens. Guillaume is wat eigenzinniger, Dex wat makkelijker. Maar ze luisteren goed.”

Volgens Van der Geest zijn de broers „geen slopers”. „Ze zijn explosief en moeten het van momenten hebben.” Dat de Elmonts „technisch goed geschoold” zijn, vergemakkelijkte Van der Geests werk als coach. „Ze hebben door hun vader in de basis goed leren judoën. Maar hun studie mag daar niet onder lijden. ‘So what?’ als je door een topsportcarrière een paar jaar langer doet over je studie. Maar daar hebben ze moeite mee.”

„We zijn een echte judofamilie, maar school kwam altijd op de eerste plaats”, zegt Ricaldo Elmont over de opvoeding van zijn zoons. Beiden studeren aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dex is tweedejaarsstudent geneeskunde; Guillaume hoopt dit jaar af te studeren als psycholoog. Vader Ricaldo is meervoudig Surinaams kampioen en werd uitgeroepen tot ‘Surinaams judoka van de (twintigste) eeuw’. Maar hij heeft zijn zoons nooit onder druk willen zetten om in zijn voetsporen te treden.

„Ik ben geen vader die zegt: ‘Je moet zus en je moet zo.’ Ik heb gekeken naar wat ze kunnen en hun de ruimte gegeven het zelf in te vullen.” Uit eigen ervaring kent hij de druk die topsport met zich meebrengt. Hij wilde dan ook geen eisen stellen aan zijn zoons. „Ze moesten het zelf leuk vinden.”

Het was zijn vrouw Madzy die besloot de jongens „op judo te doen”. Dex was vier jaar oud en Guillaume zes, toen ze begonnen te „stoeien” op de sportschool van Henny Pleizier in Amsterdam Zuid-Oost. Pa Ricaldo was nauw betrokken bij de judolessen van zijn zoons, die zowel over links als over rechts kunnen aanvallen. „Ik heb hun allround judo bijgebracht en de nadruk gelegd op techniek.” Met succes, want in 1999 stapten Dex en Guillaume bij gebrek aan goede sparringpartners over naar Kenamju.

„Een bewuste stap. Op de club in Amsterdam was geen tegenstand meer”, herinnert vader Elmont zich. Hij kende de reputatie van Kenamju en wist dat de begeleiding van zijn zoons in Haarlem in goede handen was. Over de rol van Arens en Van der Geest is Elmont goed te spreken. „Maarten en Cor hebben veel gedaan. Cor stimuleert ook dat ze hun mening geven.”

En om een mening zitten de broers Elmont ondanks hun ingetogen aard niet verlegen. Het zijn intelligente jongens, zegt vader Elmont over zijn zoons die beiden nog thuis wonen. Guillaume is de meest introverte. „Hij is erg slim en observeert vooral. Alles draait bij Guillaume om eerlijkheid en vertrouwen. Dexie is toegankelijker, maar heeft alles ook goed in de gaten. Tegen hen schreeuwen werkt niet. ‘Geen grote bek tegen mijn kinderen’ heb ik als voorwaarde gesteld.”

De aanpak bij Kenamju leverde al snel succes op. Beiden wonnen de Europese titel bij de junioren: Guillaume in 2000, Dex drie jaar later. De doorgaans lastige overstap naar het seniorenjudo hebben ze achter de rug. Dex behaalde bij het A-toernooi van Rotterdam zijn eerste aansprekende internationale titel in het seniorencircuit. Hij staat vooralsnog in de schaduw van zijn oudere broer, die vorig jaar naast de wereldtitel ook het prestigieuze A-toernooi van Parijs won. Zijn erelijst vermeldt verder de wereldbekertoernooien van Rome, Praag en Rotterdam.

Hoogtepunt blijft de machtsgreep van Guillaume bij de WK. Daarmee revancheerde hij zich voor de uitschakeling in de eerste ronde tijdens de Olympische Spelen van Athene. En nam hij naar eigen zeggen wraak na de verloren halve finale van de EK in Rotterdam (2005), waar hij titelfavoriet was.

Van zijn status als begenadigd talent zonder overwinning op een internationaal titeltoernooi is Guillaume Elmont definitief verlost. „De Spelen kwamen nog te vroeg voor Guillaume. Maar de Europese kampioenschappen waren een échec. Achteraf heeft het goed uitgepakt, want hij was scherp voor de WK. Na de wereldtitel zijn we twee weken geleefd. We hadden geen privacy meer, maar de aandacht en waardering van al die mensen was wel heel leuk”, blikt vader Ricaldo terug.

Voor Van der Geest waren de WK het bewijs dat zijn pupil mentaal gegroeid was en beschikte over „de onvoorwaardelijkheid die nodig is om kampioen te worden”. Voor Arens was de wereldtitel een bevestiging van wat hij allang wist. „Guillaume is een fantastische judoka. Bij de junioren zag ik al dat er zoveel in zat. Het moest er alleen een keer uitkomen op een groot toernooi.”