Tour de France als decor

Wired to win, surviving the Tour de France is spectaculair, maar biedt weinig nieuws.

Over doping – en de invloed daarvan op de hersenen – zwijgt de film.

Beeld uit Wired to win, surviving the Tour de France .

Toch even schrikken. Tijdens een afdaling in de Franse Pyreneeën gaan de wielrenners in de film in vliegende vaart rechts de bocht om. En wat doet de kijker? Die gaat rechtdoor en vliegt het ravijn ... over.

De schrikreactie geeft wel aan dat je als kijker van de film Wired to win, surviving the Tour de France midden in het wielerspektakel zit. Door het immense filmdoek van 840 vierkante meter in het Haagse Omniversum zijn de beelden van de Tour de France, gedraaid in 2003, adembenemend.

Maar ziet de Tour-fan iets nieuws? Nee, hij zal het vooral met fraaie beelden moeten doen. Kosten noch moeite zijn gespaard voor deze film die eind volgende maand zijn Europese première in Den Haag beleeft, maar het blijft een productie uit Amerika. En daar ligt de wielerkennis niet voor het opscheppen. Vandaar ook de uitleg van de betekenis van de gele en groene trui in de Tour de France.

De film is vooral aantrekkelijk voor die televisiekijkers die de Tour graag volgen vanwege de mooie plaatjes. Van een serieus verhaal is nauwelijks sprake. De renners Baden Cooke en Jimmy Casper worden tijdens de Tour van 2003 gevolgd. De eerste slaagt er in om de groene sprinterstrui mee naar Australië te nemen, de tweede is minder gelukkig. De Fransman Casper komt tijdens de eerste etappe, net als de toenmalige Rabo-renners Levi Leipheimer en Marc Lotz, ten val bij een massasprint. Uiteindelijk zal hij, de dag na de beklimming van de Galibier, opgeven.

Buiten beeld blijven de inspanningen die nodig zijn om de film te maken: voor een grootbeeldfilm – de beelden omgeven letterlijk de kijker in het Omniversum – wordt gebruik gemaakt van een zogeheten IMAX-camera. Dit reusachtige apparaat, dat door twee man bediend moet worden, is er niet echt voor gemaakt om 200 wielrenners in vliegende vaart te volgen. Door het technische kunststukje – een filmploeg van zestig man was in Frankrijk nodig – zijn de kosten vergelijkbaar met een serieuze Hollywood-productie.

Mede met het oog op de financiering kent Wired to win ook een wetenschappelijke invalshoek. Neurologen leggen via animaties uit hoe hersenen omgaan met de weinig aanlokkelijke taak om de Tour uit te rijden. Waarom zorgt het brein er eigenlijk niet voor dat de renner bij de eerste tegenslag de strijd staakt? Als Casper een dag na zijn val de Tour vervolgt met een nekkraag, weet hij dat er nog zo’n 3.000 kilometer zijn af te leggen.

Lichaamseigen stoffen als adrenaline en endorfine komen in de film aan bod, over mogelijk dopegebruik – en de invloed daarvan op de hersenen – wordt gezwegen. Aanvankelijk zou de Amerikaan Tyler Hamilton de hoofdrol spelen. Aan het scenario lag het niet, want de toenmalige CSC-coureur brak zijn sleutelbeen tijdens de massale valpartij in Meaux en vervolgde zijn heldhaftige race tot in Parijs. Het leek een droom voor regisseur Bayley Silleck. Het werd een nachtmerrie. Een jaar later namelijk, toen de film nog werd gemonteerd, werd Hamilton beschuldigd van bloeddoping. Voor dat gegeven was in het scenario geen plaats en de Amerikaan werd afgevoerd.

Wired to win, surviving the Tour de France. Omniversum, Den Haag; vanaf 13 juni.

    • Erik van der Walle