Peppi en Kokki

Vorige week nam ik zoon mee naar de de bioscoop. De Kleine IJsbeer, goedgekeurd voor alle leeftijden en gebaseerd op een braaf peuterboek, leek een veilige keus voor een jongetje van bijna vijf en zijn moeder. Maar helaas; net als in de meeste jeugdseries spraken ook in dit dieptepunt van kindercinema alle schildpaddenbaby’s en ijsberenkinderen op een toon die deed vermoeden dat ze zojuist een paar gram cocaïne hadden weggesnoven. Zoons lijfje verkrampte bij elke monstervis of reuzenleguaan die dolby-versterkt uit het niets opdook. „Zullen we maar gaan?” opperde ik, maar hij kneep in mijn arm en schudde dapper en/of koppig van nee.

Afgelopen winter probeerde ik een guur weekend op te vrolijken door Finding Nemo te huren. Zoon hield het precies drie minuten vol. Tegen de tijd dat de haai verscheen, zat hij zachtjes te kermen onder een dekentje. Ook de gemene zwerm bijen in Knorretje’s grote film, een door Walt Disney vakkundig verkracht Winnie de Pooh-verhaal, achtervolgde hem nog wekenlang in zijn nachtmerries.

Angst voor zo’n beetje alles op tv heeft hij – net als zijn olifantengeheugen – van mij. Ik hield het vroeger al niet uit bij Peppi en Kokki. Die moesten altijd opdraaien voor iets wat ze helemaal niet gedaan hadden en waren dan een tergend lange aflevering bezig iedereen te overtuigen van hun onschuld. Halverwege trok ik het meestal niet meer en vluchtte naar mijn kamer, nagegniffeld door mijn oudere zus. Nog steeds vind ik het geen ontspannende aangelegenheid; toekijken hoe een eenzaam slachtoffer – na een eindeloze achtervolging en veel hartritmeverstorend getrommel – een mes in de weerloze rug geplant krijgt.

Zoon houdt het meest van situaties waarin glashelder is wie de held is en wie de boef. En na een minuut of vijf moet die in de boeien geslagen zijn en afgevoerd. Dat is de spanningsboog die hij aankan en ik snap dat. Je moet mij ook niet voor de tv zetten als er een spoeddebat is met minister Verdonk over de kwestie Hirsi Ali. Dan hoor je na vijf minuten alleen nog maar zacht gekerm vanonder een dekentje.

    • Roos Ouwehand