Morgen een vrije dag. Waarom in hemelsnaam?

Deze krant verschijnt morgen niet, en de meeste mensen hebben een vrije dag.

Christelijke feestdagen staan misschien ter discussie, maar niemand wil ze kwijt.

Fotoreeks van het fotografenduo Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek. Ouderlingen (cover), Relirockers en Juffen zijn onderdeel van de serie ‘Exactitudes’. Versluis en Uyttenbroek maakten in totaal tien religieuze fotoreeksen, die vanaf 18 juni tot 1 oktober te zien zijn op de tentoonstelling De God van Nederland. Hedendaagse fotografie in Museum Catharijneconvent in Utrecht. Meer informatie: catharijneconvent.nl en exactitudes.com Versluis, Ari; Uyttenbroek, Ellie

Afgelopen zondagavond hield de Grote Laurenskerk in Rotterdam een Cantatedienst, de traditionele zangdienst op de vierde zondag na Pasen. Uitgevoerd werd het Himmelfahrtsoratorium van Johann Sebastian Bach. De kerk zat vol: voor dit soort muziekuitvoeringen is altijd veel belangstelling.

Morgen, Hemelvaartsdag, verwacht dominee Bert Kuipers beduidend minder mensen. Dat zei Kuipers in zijn preek tijdens de dienst: „De Cantate vanavond richt zich op Hemelvaartsdag, dat vieren we komende donderdag. Dan moeten we eerlijk zijn, die Hemelvaartsdag, dat is niet de meest bezochte feestdag in het kerkelijk jaar. Donderdagmorgen om negen uur zitten we hier met een paar handenvol liefhebbers. De doorzetters, zou ik haast zeggen.”

Hemelvaart: een slecht bezochte kerkelijke feestdag, maar wel een bij wet geregelde, erkende feestdag. Net als Kerst, Pasen en Pinksteren. Want zo staat het in het Burgerlijk Wetboek: „Algemeen erkende feestdagen in de zin van de wet zijn: de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en de vijfde mei.”

Van die ‘algemeen erkende feestdagen’ worden in de wet alleen de christelijke feestdagen „met de zondag gelijkgesteld” – verplichte vrije dagen dus. Omdat Kerst, tweede Paas- en Pinksterdag en Hemelvaart gelden als zondag, verschijnt bijvoorbeeld deze krant morgen niet, maar op Koninginnedag – géén zondag – weer wel. (Op zondag wordt overigens door sommigen wél gewerkt. En de krant van aanstaande vrijdag wordt gemáákt op Hemelvaartsdag.)

Hoe kan het eigenlijk dat religieuze feestdagen vrije dagen zijn? Is het niet vreemd dat bijna het hele land vrij heeft op een dag waarvan de christelijke betekenis steeds minder mensen iets zegt?

„Na de kerstening heeft de christelijke kerk feesten ingesteld rond de belangrijkste momenten uit het lijdensverhaal”, zegt Eveline Doelman van het Meertens Instituut voor ‘onderzoek en documentatie van de Nederlandse taal en cultuur’. „Zo kon de kerk de heilsleer verkondigen en tegelijk de gelovigen die boodschap in een jaarlijkse feestcyclus steeds opnieuw laten beleven.” Om dezelfde reden ontstonden de heiligendagen: feesten ter verering van heilig verklaarde gelovigen.

In de Middeleeuwen maakte de kerk zich sterk voor het houden van een twééde vrije feestdag, gekoppeld aan de drie ‘hoofdfeesten’ Kerst, Pasen en Pinksteren. Eveline Doelman: „De gedachte daarachter was dat die vrije dagen de gelovigen in staat stelden tot meer dan één kerkgang. Daarnaast boden ze de mogelijkheid tot enige vrije tijd.” Op de tweede dagen werden verhuizingen gepland, bezoeken afgelegd of markten bezocht.

Met de opkomst van het protestantisme en, later, de markteconomie verdwenen veel heiligendagen. Maar de belangrijkste christelijke feestdagen bleven – in Nederland inclusief de ‘tweede dagen’ van Kerst, Pasen en Pinksteren.

Ook de beleving van die tweede dagen en Hemelvaart, het minst belangrijke van de vier feesten, is gebleven, zegt Gerard Rouwhorst, hoogleraar liturgiegeschiedenis aan de Katholieke Theologische Universiteit van Utrecht. „Het zijn de vrolijke, minder kerkelijke dagen. Liturgisch gezien hebben ze niet echt een uitgesproken eigen karakter.” Het zijn de dagen van de familiebezoeken, de meubelboulevards en de wandelingen door de natuur.

Deze sociale betekenis van de christelijke feestdagen lijkt nu hun redding: ze staan regelmatig ter discussie, maar niemand wil ze kwijt.

Gerard Rouwhorst: „Traditioneel gezien hebben de christelijke feestdagen altijd een dubbele betekenis gehad, religieus en sociaal. Maar nu de religieuze betekenis steeds meer naar de achtergrond verdwijnt, worden het bredere, maatschappelijk gedragen feestdagen. Iedereen heeft dan vrij. Dat is fijn natuurlijk, maar ook gewoon praktisch.”

Deze verschuiving is zichtbaar in de benaming van de feestdagen. Gerard Rouwhorst: „Het worden voorjaarsfeesten. Krokusvakantie, tulpvakantie: dat soort termen doen denken aan de tweede betekenis van de christelijke feestdagen. Die tweede betekenis is hun nieuwe legitimatie geworden. In plaats van ons te laten leiden door de christelijke kalender, laten we ons nu leiden door de seizoenen.”

Dat laatste is lastiger bij islamitische religieuze feestdagen. De data daarvan verschuiven elk jaar elf dagen. Het Suikerfeest en het Offerfeest kunnen in mei vallen, maar ook in augustus of november.

Het regelmatig opklinkende pleidooi om tweede Paasdag, tweede Pinksterdag of Hemelvaart in te ruilen voor een islamitische feestdag, strandt tot nu toe op dit verschil. Maar ook „het opdringen van een religieuze feestdag van niet-christenen aan alle Nederlanders” leidt vaak tot „negatieve reacties”, schreef CDA-staatssecretaris Karien van Gennip van Economische Zaken vorig jaar in een ingezonden stuk in het dagblad Trouw.

In dat artikel pleitte Van Gennip voor religious holidays naar het voorbeeld van de Verenigde Staten. Geen extra vrije dagen, maar wel vrij op de dagen van jóúw religieuze feesten: „Aan het begin van ieder jaar kun je aan je werkgever doorgeven welke twee dagen je vrij wilt hebben. In de jaren dat ik in de VS woonde en werkte, nam bijvoorbeeld mijn joodse collega tijdens Chanoeka een dag verlof. Ik reserveerde Goede Vrijdag.”

Haar oproep viel nauwelijks in goede aarde. Werkgevers noemden het voorstel „goedbedoeld” maar, zo schreef werkgeversorganisatie VNO-NCW: „Het gaat prima nu. We hebben nog nooit gehoord dat mensen geen vrij konden krijgen.”

Dit laatste komt door het ‘Suikerfeestarrest’ van de Hoge Raad uit 1984. Dat arrest bepaalt dat wie vrij wil op een religieuze feestdag die geen algemeen erkende, christelijke feestdag is, daarvoor een snipperdag op mag nemen. In principe tenminste, want het mag niet als „de gang van zaken in het bedrijf door de afwezigheid ernstig wordt geschaad”.

Maar ook de vakbonden reageerden niet bijster enthousiast. Natuurlijk, een mooi voorstel. Maar er zijn negenhonderd cao’s – en maar één Burgerlijk Wetboek. Kon het daar niet in worden geregeld?

Maar dat was niet de bedoeling van de staatssecretaris. Zij wilde, zegt haar woordvoerder, „mensen laten nadenken over het belang van religie voor de samenleving, ook op het werk.” De wet wordt dus niet veranderd. Voorlopig blijft alles zoals het al eeuwen is.

    • Gretha Pama