Kippentenen

Nok, de overblijfmoeder van groep 1, zou enkele andere moeders inwijden in de Thaise keuken. Ze had alles fantastisch voorbereid. Op haar keukentafel lagen de ingrediënten al mooi uitgestald: frisgroene peultjes, donkergroene slierten kousenband, kleine rode pepertjes, stengels serehgras, glanzende limoenblaadjes. In porseleinen kommetjes zaten twee bijna identieke currypasta’s. We mochten ruiken en raden welke vers was en welke uit een potje. Dat bleek niet moeilijk. De zelfgemaakte was grover van structuur en rook veel frisser en krachtiger.

Op het menu stonden Thod man pla (gebakken viskoekjes), Keng kiao waan neua-yaang (groene curry met rundvlees) en – het recept van vandaag – Kai Phat met ma-moeang him maphan (gebakken kip met cashewnoten).

„Kho hai sanoek na kha!” („Ik wens jullie veel plezier toe!”) zei Nok en daarom ging het denk ik fout. We dronken witte wijn alsof we, buiten de tweemaaldaagse gang naar het schoolplein, never nooit buiten de deur kwamen. Van uitgelaten werden we aangeschoten en, aan het einde van de avond, ronduit lazarus. Kortom, onze houding blonk die avond niet uit in leergierigheid.

Toch heb ik er wel een paar dingen van opgestoken. Dat je kip eerst droog moet bakken om vocht kwijt te raken en pas daarna de olie toevoegt. Dat je voor een curry eerst kokosmelk in de wok schenkt en als deze kookt de kruidenpasta toevoegt in plaats van andersom.

Maar vooral heb ik geleerd dat wat hier voor de Thaise keuken doorgaat, iets anders is dan wat Thaise mensen eten. Terwijl wij zaten te smullen van de viskoekjes, curry en kip, schepte Nok haar eigen bord vol met een olie-achtige roodbruine saus. Na enig protest mochten wij ook proeven van wat een pittige curry met kippentenen bleek te zijn. Heerlijk. Volgende keer ga ik minder witte wijn drinken, beter opletten en Nok het recept voor die kippentenen ontfutselen.

Voor 2 personen:

100 g kipfilet, in reepjes

2 eetlepels olie

3 Chinese paddenstoelen, geweekt en gehalveerd

1 rode paprika, in reepjes

1 ui, in partjes

1 winterpeen, in lucifers

75 g peultjes

1 eetlepel sojasaus

1 eetlepel rietsuiker

2 eetlepels oestersaus

75 g ongezouten cashewnoten

2 lente-uitjes, in stukjes

Verhit de wok op hoog vuur. Voeg de kipfilet toe en bak omscheppend tot de kip droog wordt. Voeg de olie toe en bak de kip bruin. Voeg de paddenstoelen toe en bak 2 minuten mee. Voeg de paprika, ui, winterpeen en peultjes toe en roerbak een paar minuten. De groenten moeten knapperig blijven. Voeg het grootste deel van de suiker, sojasaus en oestersaus toe en schep alles goed om. Proef of er nog iets bij moet – de basissmaken van dit gerecht, zoet en zout, moeten in balans zijn. Voeg de cashewnoten en bosui toe en schep alles nog een keer om. Serveer met pandanrijst.

Ken jij de Aziatische keuken van binnenuit? Deel je verhalen en recepten op www.nrc.nl/kokenetc