Kamer wil toch snel spoor naar Noorden

Den Haag, 24 mei. - De meerderheid in de Tweede Kamer wil toch een snelle treinverbinding tussen Schiphol en het Noorden. Dit bleek gisteren bij een demonstratie van boze noordelijke bestuurders in Den Haag vóór de aanleg van een nieuwe spoorverbinding. Eerder namen kabinet en Kamer afstand van de Zuiderzeelijn.

Volgens CDA-fractieleider Verhagen geldt nog steeds de afspraak dat het Noorden kan beschikken over de 2,7 miljard euro, die was gereserveerd voor de Zuiderzeelijn. „Dat geld moet beschikbaar blijven voor alternatieve ontsluitingen” , vindt Verhagen. Zijn fractie zal volgende week tijdens overleg met minister Peijs (Verkeer, CDA) benadrukken dat niet alle varianten voor een snelle verbinding zijn onderzocht. Dat moet alsnog gebeuren, aldus Verhagen. Ook de PvdA-fractie wil een nieuwe afweging. „We moeten niet nu al concluderen dat er geen snel spoor naar het Noorden komt”, zei PvdA-leider Bos tegen de demonstranten. De VVD sloot zich later bij dit standpunt aan.

Het begrip ‘Zuiderzeelijn’ staat voor een nieuw aan te leggen hogesnelheidslijn dan wel magneet- of zweefbaan tussen Groningen en Schiphol. Later zijn in de afwegingen ook varianten als een supersnelle intercity over grotendeels bestaand spoor in beeld gekomen.

Eind 2004 kwam de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI), geleid door het Kamerlid Duivesteijn (PvdA), tot de conclusie dat het project niet goed was voorbereid. Eerder al had de Tweede Kamer besloten de voorbereiding te stoppen. In april van dit jaar kwam het kabinet op voorstel van minister Peijs tot het besluit dat moest worden afgezien van de aanleg van een nieuwe spoorverbinding. Een deel van de gereserveerde miljarden kan volgens haar worden besteed aan verbetering van het openbaar vervoer in het Noorden, inclusief de treinverbindingen en aan nieuwe wegen.