Gevechten laaien op in Oost-Timor

Voor de tweede opeenvolgende dag zijn vanochtend in de buurt van de Oost-Timorese hoofdstad Dili vuurgevechten uitgebroken tussen regeringssoldaten en opstandige militairen. Gisteren vielen bij schermutselingen twee doden. Inwoners van Dili en omgeving vrezen voor het uitbreken van gewelddadigheden op grote schaal. De Oost-Timorese regering heeft Australië, Nieuw Zeeland, Portugal (de vroegere kolonisator) en Maleisië gevraagd militairen en politieagenten te sturen om te helpen de rebellerende milities te ontwapenen.

De vijandelijkheden zijn vermoedelijk terug te voeren op spanningen tussen bevolkingsgroepen uit het westen en oosten van het land. Oost-Timor, dat in mei 2002 formeel onafhankelijk werd van Indonesië, heeft van oudsher een sterk gefragmentariseerde samenleving. In maart werden bijna 600 militairen, eenderde van het totale leger, ontslagen nadat ze een maand lang hadden gestaakt tegen de ‘onrechtvaardige werkomstandigheden in het leger’.

De ontslagen militairen komen uit het oosten en voelen zich gediscrimineerd. Vanochtend werd er geschoten in de buurt van een kazerne in een westelijke buitenwijk van Dili. In april kwamen bij botsingen in de hoofdstad zelf al twee burgers en twee militairen om het leven.

President Xanana Gusmao zei eerder vanochtend dat het leger alles op alles zal zetten om de opstandige ex-militairen uit te schakelen die de hoofdstad Dili belagen vanuit de omliggende heuvels. „De bevolking van Oost-Timor accepteert de aanvallen van majoor Alfredo Reinado op onze soldaten niet”, zei de president in een verwijzing naar de leider van de rebellen, een eveneens in maart ontslagen officier.

Australië wil troepen sturen om te helpen de orde te handhaven, maar alleen als de regering in Dili daarom vraagt, zei de Australische premier John Howard vanochtend vanuit Dublin, waar hij op bezoek is. De 1.000 tot 1.300 Australische soldaten kunnen binnen 48 uur ter plaatse zijn. (AP, Reuters, AFP)