De gevaren van het nieuwe atoomtijdperk

Vroeger hadden kernwapens een beschavende werking. Nu de tucht van de Koude Oorlog is verdwenen, zijn de risico's veel groter, meent Sergei Karaganov. De wereld is toe aan een nieuw ‘concert der naties’.

De ruzie over het Iraanse atoomprogramma zal ingrijpende gevolgen voor de wereld hebben, maar ze mag ons niet het zicht benemen op een algemener probleem van de verspreiding van kernwapens, dat inmiddels werkelijkheid is geworden.

De toestand in Pakistan vormt waarschijnlijk de ernstigste dreiging die van de proliferatie uitgaat, met het grootste gevaar dat terroristen of andere landen kernwapens in handen krijgen. In de feeststemming over het einde van de Koude Oorlog hebben de wereldleiders, vooral de Verenigde Staten, niet opgelet toen India en Pakistan kernwapens kregen. Sindsdien is de wereld minstens eenmaal langs het randje van de nucleaire afgrond gegaan en is vijfmaal een moordaanslag beraamd op president Musharraf, die in Pakistan borg staat voor relatieve stabiliteit. Intussen lijkt Pakistan met zijn groeiende sociale problemen een drukvat dat elk ogenblik kan ontploffen. Als dat gebeurt, kan niemand voorspellen waar de Pakistaanse kernkoppen neer zullen komen.

Noord-Korea heeft naar alle waarschijnlijkheid al een aantal kernkoppen bemachtigd. Volgens veel bronnen heeft Noord-Korea ook gevaarlijke technieken verkocht aan wie ze maar kopen wilde. Door de wereld te chanteren met zijn ineenstorting en hulp te ontvangen om het hoofd boven water te houden, heeft het bewind in Pyongyang zich tot nu toe kunnen handhaven.

Iran zelf heeft zodanig weten tijd te rekken dat het over drie, zes of negen jaar in staat is kernwapens te maken. Zal de wereldgemeenschap Teheran kunnen overtuigen dat het meer te winnen heeft door dit potentiële vermogen op te geven en zich te ontdoen van het stigma van een semi-schurkenstaat? Gezien het radicalisme van de huidige leiders is het niet duidelijk of zij serieus bereid zijn tot de big deal, die niet alleen voorziet in sancties – de stok – maar ook in wortels – de opheffing van de openlijke en stilzwijgende economische sancties, de beëindiging van de internationale semi-isolering en de instelling van multilaterale veiligheidsgaranties. De tijd om zo’n akkoord aan te bieden dringt, tenzij de huidige Amerikaanse regering besluit het Iraanse vraagstuk aan haar opvolgers over te laten. Anders is de kans groot dat ze de komende twaalf tot vijftien maanden halsoverkop haar toevlucht tot geweld zal nemen.

De benarde toestand wordt nog verergerd door de uitholling van het non-proliferatieregime, dat ten tijde van de Koude Oorlog tamelijk goed werkte. De VS hebben het onlangs weer een slag toegebracht met hun eenzijdige aankondiging van een grootscheepse nucleaire samenwerking met India, waarmee ze de status van dat land als kernmacht hebben aanvaard. Er zijn bijna geen argumenten meer over waarom andere landen niet het recht zouden hebben ook kernwapens te verkrijgen. De verzekering dat India een democratie is en daarom als kernmacht geen bedreiging vormt, klinkt voor regimes met kernambities niet overtuigend.

De traditionele geopolitieke en geo-economische wedijver in de wereld neemt toe. In het verleden was dit onvermijdelijk een voedingsbodem voor politieke confrontaties, soms uitlopend op oorlogen. Het huidige gevecht om energiebronnen is een krachtige katalysator van deze wedijver.

De protectionistische tendensen in de wereldeconomie nemen zienderogen toe. De besprekingen van de Wereldhandelsorganisatie over de liberalisering van de handel zijn voor maanden en misschien wel jaren vastgelopen. In Oost- en Zuidoost-Azië valt een toenemende nationalistische houding waar te nemen. In het Midden-Oosten en omgeving winnen destabiliserende tendensen terrein. Zelfs de Amerikaanse verliezen ten gevolge van de blunder in Irak hebben de Verenigde Staten niet kunnen overhalen hun eenzijdige benadering te laten varen. Europa trekt zich steeds meer in zijn schulp terug en de Verenigde Naties en andere multilaterale instrumenten om internationale geschillen te beslechten en oorlogen te voorkomen, verliezen aan macht.

Tegen deze achtergrond wordt de kans steeds realistischer dat nieuwe landen de beschikking krijgen over kernwapens en andere massavernietigingswapens. In principe hebben kernwapens een beschavende uitwerking op de elite van atoommogendheden. Dit gold voor de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten en is nu het geval bij de nieuwe atoomlanden.

Door het besef van de gevaren die aan het gebruik van kernwapens verbonden zijn, verdwenen gaandeweg de radicalere figuren en denkbeelden uit hun regeringen. Maar dit proces vergde 15 à 20 jaar en heeft de wereld meer dan eens aan de rand van de nucleaire afgrond gebracht.

Het nieuwe atoomtijdperk dat met de waterval van nieuwe kernmachten wellicht zal beginnen, kan gevaarlijker worden dan de eerste twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog. Verdeeld door onderlinge argwaan en tegenstellingen, en zonder de tucht van de twee kampen uit de Koude Oorlog, zullen veel landen gelijktijdig de beschikking over kernwapens kunnen krijgen.

Dit zal leiden tot een ‘kernconfrontatie met vele vectoren’, die onherroepelijk minder stabiel zal zijn dan de tweepolige rivaliteit. Angst en argwaan zullen nog lang blijven toenemen, evenals het gevaar van conflicten die tot gebruik van kernwapens zouden kunnen leiden.

Daarom mag geen inspanning worden nagelaten om te streven naar een strategische alliantie, een ‘nieuw concert van naties’ in de nieuwe eeuw teneinde de verspreiding van kernwapens naar nog meer landen en terroristen te voorkomen en de verbreiding van extreem nationalistische en godsdienstige opvattingen tegen te gaan.

Anders zal de komst van een nieuw atoomtijdperk nog waarschijnlijker worden en zullen landen zich daar één voor één bij moeten aansluiten. Als gevolg daarvan belanden ze wellicht in de rampspoed die ze in het eerste atoomtijdperk hebben weten te vermijden.

Sergei Karaganov is voorzitter van de Russische Raad voor Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. © RIA Novosti

    • Sergei Karaganov