‘Chávez is geen Bolívar’

Hugo Chávez spiegelt zich voortdurend aan de Venezolaanse vrijheidsstrijder Simón Bolívar.

Venezolaanse historici gruwen van de parallel.

Volunteer participants pose naked during a photo session with U.S. photographer Spencer Tunick near a statue of Venezuela's national hero Simon Bolivar in Caracas March 19, 2006. REUTERS/Jorge Silva REUTERS

Hugo Chávez doet geen stap zonder ‘zijn’ Simón Bolívar. Toen de president van Venezuela deze maand een nachtje logeerde in het chique Savoy-hotel in London, liet hij een schilderij van El Libertador aan de muur spijkeren. Op audiëntie bij paus Benedictus XVI schonk hij de kerkvorst eerder al een portret van Bolívar. In het onderschrift een citaat uit het testament van de 19de-eeuwse onafhankelijkheidsstrijder: „Ondanks alles zal ik altijd rooms-katholiek blijven.”

Historici in eigen land gruwen van de wijze waarop hun linkse staatshoofd zich spiegelt aan de Venezolaanse Vader des Vaderlands. „De Bolívar van vandaag is niet langer de persoon die aan het begin van de 19de eeuw heeft geleefd. Hij is een standbeeld geworden dat van alle kanten wordt beklommen”, sneerde de vooraanstaande historicus Guillermo Morón vorig jaar.

„Chávez oefent dagelijks op het terugbrengen van Bolívars teksten tot citaten die lukraak uit hun verband zijn gerukt. Hij geeft ze een betekenis die ze nooit hebben gehad en die ze heden ten dage ook nooit zouden kunnen hebben”, e-mailt de Venezolaanse historica Inés Quintero.

Net als veel andere liberale creolen uit zijn tijd was Bolívar (1783-1830) ontevreden met de koloniale bemoeienis uit Madrid. Onder zijn militaire leiding werden Venezuela, Ecuador en Peru onafhankelijk van de Spaanse overheersers. Als staatsman legde hij de basis voor de jonge republiek Venezuela.

Chávez identificeert zich sterk met de anti-imperialistische nalatenschap van de 19de-eeuwse bevrijder. Hij citeert de liberaal veelvuldig om zijn fel anti-Amerikaanse ‘socialisme voor de 21ste eeuw’ te propageren. Bij de armen in Venezuela slaat die boodschap sterk aan. Hetzelfde geldt voor de sociale ‘Bolivariaanse’ projecten die de president met oliedollars financiert.

Historica Quintero ergert zich er mateloos aan. „Ik denk dat Bolívar moet worden gezien als man van zijn tijd”, schrijft ze. „Hij zocht politieke antwoorden die stoutmoedig en origineel moesten zijn. Het was voor hem niet makkelijk om in een hiërarchische en ongelijke Spaans-Amerikaanse samenleving, een republiek te stichten op liberale principes.”

Quintero en Morón staan niet alleen in hun kritiek. In februari protesteerde de doorgaans zeer terughoudende Academia Nacional de la Historia de Venezuela tegen het zoveelste Bolivariaanse initiatief. Chávez wilde per wet een extra ster toevoegen aan de bestaande boog van zeven witte sterren op de nationale vlag. En hoewel de generaal zo’n achtste ster in 1817 inderdaad per decreet beval, voorzag ook Chávez al enige controverse. Tijdens aflevering 241 van zijn zondagse talkshow Aló Presidente zei hij: „Ik zie dat ik sommige onvaderlandslievende leden van de oligarchie hiermee pijn doe, dus zet ik vaste koers op een achtste ster op de vlag.”

Zulke veranderingen „dragen bij aan desoriëntatie, aan de verzwakking en verstoring van de cohesie die de gehele staat nodig heeft”, reageerde de academie streng. Tevergeefs. In maart stemde het regeringsgezinde Congres met het voorstel in.

De Bolívar-discussie is niet nieuw, vertelt Quintero. Bolívar kent vele geestdriftige hagiografen. Die kennen hem zulke bovenmenselijke kwaliteiten toe dat feit en fictie rond zijn persoon anno 2006 nog amper te onderscheiden zijn. Sinds 1968 is het in Venezuela per wet verboden ‘Bolívar’ als politieke merknaam te voeren. Desondanks verwezen politici ook in de afgelopen decennia nog dankbaar naar zijn daden en decreten.

Chávez’ verering van El Libertador is evenmin van gisteren. Al in het begin van de jaren tachtig verzamelde Chávez als luitenant-kolonel een groep onderofficieren om zich heen. In een geheime loge brainstormden de militairen over een nieuw Venezuela, gebaseerd op de ‘erfenis’ van Bolívar. Hun Bolivariaanse staatsgreep, in 1992, faalde jammerlijk.

Via de stembus werd Chavez in 1998 alsnog president. Uitte hij zijn Bolívar-verering in het begin van zijn carrière vooral retorisch; als president schraagt hij zijn verering met een wet. In 1999 stemden de Venezolanen per referendum in met zijn voorgestelde grondwetswijziging. Het land heet voortaan officieel La República Bolivariana de Venezuela.

„Ook al is het constitutioneel allemaal in de haak”, in zijn „Bolivariaanse delirium” vliegt Chávez regelmatig uit de bocht, stelt Quintero.

Chávez roept bij historici ook weerstand op met zijn bewering dat Bolívar een zambo was; een kind van een Indiaanse moeder en een zwarte vader. Quintero: „Bolívar kwam uit een blanke, creoolse familie, hij groeide op met de waarden die bij deze bevoorrechte klasse hoorden. Dat is uit alles af te leiden en er is niets dat het tegendeel bewijst. Het idee van Bolívar als zambo dient geen ander doel dan dat de zambo Chávez zichzelf met hem op één lijn wil stellen.”

In het nabije buitenland profileert Chávez zich vooral met de Bolivariaanse droom van één verenigd continent. Nadat Evo Morales in december de Boliviaanse presidentsverkiezingen won, kreeg hij op bezoek bij bondgenoot Chávez een replica van Bolívars zwaard cadeau. Samen met het socialistische Cuba en het arme Bolivia vormt het olierijke Venezuela sinds kort de ‘volkshandelszone’ ALBA, vernoemd naar Bolívar.

Andere grootmachten op het continent, Brazilië voorop, voelen zich ongemakkelijk bij de Bolívar-cultus. In maart werd de jaarlijkse carnavalscompetitie van Rio de Janeiro gewonnen door een sambaclub die ‘Latijns-Amerikaanse eenheid’ als thema uitdroeg.De winnende praalwagen vervoerde een enorme pop van Bolívar. Het carnavalsteam bleek gesponsord door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVSA. „Banaal”, reageerde Venezuela’s academie van historici.