Bouw geen ‘oude’ kolencentrales op de Maasvlakte

Als er al kolencentrales op de Maasvlakte moeten komen, laten het dan de minst vervuilende zijn, bepleiten Ruud Lubbers en Mirjam de Rijk.

Wie had dit een paar jaar geleden gedacht? Maar liefst vier energiebedrijven (Nuon, Electrabel, Eon en RWE) hebben concrete plannen voor een kolencentrale op de Maasvlakte. Natuurlijk zouden wij het liefste zeggen dat die kolencentrales er helemaal niet moeten komen en dat je met energiebesparing en duurzame energie zoals zon en wind prima toe kan. Als het bedrijfsleven en overheid volop inzetten op energie-efficiëntie en het ontwikkelen van duurzame energie, is er langs deze twee lijnen veel te bereiken. Vooralsnog hebben we helaas nog fossiele brandstoffen nodig. Maar geen ouderwetse vervuilende kolencentrales.

Veel beter is een kolenvergassingscentrale (minder luchtvervuiling) gecombineerd met het opslaan van de kooldioxide (CO2) die vrijkomt bij verbranding (minder broeikaseffect). Een recent rapport van de internationale klimaatwetenschappers (het IPPC) becijfert dat deze techniek de komende vijftig jaar ongeveer een derde van de noodzakelijke mondiale reductie van de uitstoot van broeikasgassen voor haar rekening kan nemen.

Het is technisch goed mogelijk om de CO2 uit een energiecentrale op te vangen en ondergronds op te slaan op een veilige plek. Lege aardgasvelden zijn een geschikte opslaglocatie.

Het zou niet goed zijn als nu volstaan wordt met ouderwetse kolencentrales. Zo’n centrale heeft een jaarlijks CO2-uitstoot die gelijk is aan de uitstoot van 2,5 miljoen auto’s. Wat ons betreft zeggen kabinet, provincie en gemeente Rotterdam: prima, zo’n kolencentrale, maar alleen als het een schone is.

Dat kan door aan nieuwe kolencentrales ambitieuze milieueisen te stellen, zowel voor luchtkwaliteit als voor de uitstoot van broeikasgassen. Vergelijk het met de strenge eisen aan de zwaveluitstoot die in de jaren ’80 werden gesteld. De winst voor het leefklimaat was gigantisch en de kosten voor de industrie bleken veel lager dan gedacht. CO2-opslag en kolenvergassing kunnen dankzij Europa verplicht worden opgelegd omdat Europa eist dat de best beschikbare techniek wordt gebruikt.

De meerkosten van CO2-opslag moeten uiteindelijk volledig gedekt worden via het Europese systeem van CO2-handel dat ervoor gezorgd heeft dat CO2-uitstoot een prijs heeft. In de aanloopfase is het redelijk dat de overheid een deel van de meerkosten van de opslag vergoedt, mits dit niet ten koste gaat van de steun voor duurzame energie. Bovendien moet helder zijn dat de overheidsbijdrage aan CO2-opslag tijdelijk is. Uiteindelijk moet de gebruiker de prijs van de energie betalen – inclusief het afvangen van de CO2.

Voorop lopen in de ontwikkeling van schone kolencentrales is niet alleen goed voor de leefkwaliteit, maar biedt Nederland ook economische kansen. Want ook andere landen snakken naar de hiervoor benodigde technologie en Nederland heeft de mogelijkheid hier marktleider te worden.

Shell leverde in de jaren ’80 de technologie voor de – enige Nederlandse – kolenvergasser in het Limburgse Buggenum, en heeft inmiddels al twaalf kolenvergassers aan China verkocht.

Het ‘exporteren’ van de kolenvergassingstechniek en kennis over CO2-opslag, kan een flinke bijdrage leveren aan verbetering van het mondiale milieu, te beginnen in China. Want China zal de grote eigen kolenvoorraad blijven gebruiken. Kolenvergassing met CO2-opslag is dan hard nodig om de luchtvervuiling en CO2-uitstoot enigszins binnen de perken te houden.

Ruud Lubbers is oud-minister-president en inwoner van Rotterdam. Mirjam de Rijk is directeur van de Stichting Natuur en Milieu.