‘België, maar dan zonder essentiële zaken’

België bestaat. Maar het is veel minder één land dan niet-Belgen wel denken. Vlamingen en Walen hebben al eigen parlementen en regeringen met eigen premiers. En nu willen de Vlamingen ook een eigen Vlaamse grondwet.

De Belgische taalstrijd vraagt soms het uiterste van technici. De bestemmingsaanduidingen voorop de bussen in Brussel zijn al tweetalig. Brussel-Noord wordt afgewisseld door Bruxelles-Nord. Zo gaat het wanneer de bussen door het tweetalige Brussel rijden. En zo gaat het wanneer ze door de officieel Nederlandstalige gemeenten rondom de Belgische hoofdstad rijden.

Sommige inwoners van die gemeenten ergeren zich daaraan. Ze willen dat de opschriften van de bussen alléén Nederlandstalig zijn, zodra ze de gemeentegrens passeren. Terecht, oordeelde de Vaste Commissie voor Taaltoezicht onlangs. Ze stelde dat er een technische oplossing te vinden moet zijn voor dit probleem.

België bestaat nog, het vierde vorig jaar zelfs zijn 175-jarig bestaan. Maar het is veel minder één land dan niet-Belgen vaak denken. De Vlamingen en de Walen hebben al eigen parlementen, eigen regeringen, met eigen premiers. En nu willen de Vlamingen ook een eigen Vlaamse grondwet. Het is geen idee van extreemrechts. Alle grote Vlaamse partijen – Belgische partijen bestaan niet – hebben de afgelopen maanden een concept ingeleverd.

„Het Vlaams Parlement bepaalt, als vertegenwoordiger van het Vlaamse volk, de institutionele, politieke en sociale organisatie van de Vlaamse natie.” Zo zal artikel 1 luiden als het aan de christen-democraten ligt. De tekst telt 32 pagina’s. Het woord België komt er één keer in voor. De socialisten hebben het daar vaker over. Ze stellen als beginzin voor: „Er is in de Vlaamse Gemeenschap geen onderscheid van standen.”

Beneden de taalgrens wordt weinig enthousiast gereageerd op de constitutionele bedrijvigheid van de Vlamingen. Een Franstalige politicus zei zich zorgen te maken over „de wil om te breken met de solidariteit”. Een ander sprak zelfs van „dynamiet”.

Maar splitsing van België is niet de bedoeling, zegt Norbert De Batselier, de socialistische voorzitter van het Vlaamse parlement. Hij blies het idee voor een Vlaamse grondwet – een oud idee – de afgelopen jaren nieuw leven in. „Ik ben geen separatist”, zegt hij.

Maar waarom dan een Vlaamse grondwet? De Batselier: „In Wallonië leeft het idee dat Vlaanderen gelijk is aan het Vlaams Belang. Dat is niet zo. Ik dacht: als we een grondwet maken dan kunnen we daar een aantal democratische accenten in leggen. Geen discriminatie op basis van geslacht, ras of afkomst bijvoorbeeld. We willen ermee laten zien dat die waarden evengoed bij ons leven.”

Maar De Batselier wil ook graag, net als veel andere Vlaamse politici, dat Vlaanderen meer bevoegdheden krijgt. Op het terrein van arbeidsmarktbeleid en gezondheidszorg bijvoorbeeld. „Je kunt dat nog een paar jaar tegenhouden”, zegt hij, „Maar dan vrees ik dat de radicalisering doorslaat en dat de vraag over België zelf komt.”

De radicalisering. Norbert De Batselier doelt onder meer op het ‘lentemanifest’ dat zo’n 75 prominente Vlamingen enkele weken geleden publiceerden. Die vroegen ook om méér Vlaanderen. Vorig jaar kwamen enkele Vlaamse economen en captains of industry al met een ander manifest. Daarin ze pleitten voor radicale splitsing van België. Het arme Wallonië kost het rijke Vlaanderen zo’n 10 miljard euro per jaar, becijferden ze.

De socialisten en de liberalen willen een beetje meer bevoegdheden voor Vlaanderen, de christendemocraten – koplopers in de peilingen – willen véél meer zeggenschap. „We hebben één geneesmiddel voor twee ziektebeelden”, zegt de christendemocraat Luc Van den Brande, oud-premier van Vlaanderen en mede-auteur van een ontwerp-grondwet.

Vlaanderen, legt Van den Brande uit, heeft veel langdurig werklozen, Wallonië kampt vooral met jeugdwerkeloosheid. Zulke verschillende problemen los je niet op met centrale maatregelen. „We zitten nu met collectieve loonafspraken die gelden van Oostende tot Arlon. Ja, zul je zeggen, nogal logisch als je één land bent. Maar het is eigenlijk niet goed, voor Vlaanderen én Wallonië.”

Wat betreft de gezondheidszorg, zegt Luc Van den Brande, „zijn er verschillende preferenties”. „De Franstaligen willen de gezondheidszorg zo veel mogelijk binnen de muren van zorginstellingen organiseren. Wíj geloven in extramurale zorg. Dat is geen kwestie van beter en slechter, maar anders.”

Nu is het zo, zegt Luc Van den Brande, dat de federale overheid bepaalt wat Vlaanderen, Wallonië en Brussel (dat ook een eigen regering heeft) mogen doen. In zijn voorstel wordt dat straks omgedraaid: de ‘deelstaten’ bepalen wat België nog mag doen.

Voordat het zo ver is zal er nog wel moeten worden onderhandeld met de Franstaligen in België. Formeel heeft Vlaanderen namelijk nog geen bevoegdheid om een grondwet te maken. Wel zou het Vlaamse parlement de grondwet kunnen vatten in de vorm van een resolutie, die dan na de verkiezingen van 2007 formeel de status van constitutie zou kunnen krijgen.

Áls de Franstaligen ermee instemmen. Nu werd onlangs bekend dat zes Franstalige socialisten een ontwerp-Waalse grondwet hebben gemaakt. Maar die is van een andere orde dan de Vlaamse concepten. Daar staat in: „Wallonië schrijft zich in in de schoot van de Belgische staat, in een geest van samenwerking, solidariteit en federale loyaliteit.” De meeste Franstalige partijen willen van geen grondwet weten, Waals óf Vlaams.

Willen de Vlaamse politici af van België? Néé, antwoordt Luc Van den Brande. „Ik zie wel een totaal ander België. België is een dynamisch gegeven.” Maar wát blijft er in zijn visie over van België? Luc Van den Brande wil géén Vlaams leger, zegt hij, en géén Vlaams wetboek van strafrecht. Ook het pensioenstelsel kan wat hem betreft Belgisch blijven. Wel wil hij een Vlaamse justitie-organisatie, Vlaamse kinderbijslag en meer Vlaamse ‘fiscaliteit’. Het onderwijs is al Vlaams.

De „essentiële zaken” zullen komen te liggen bij „de drie G’s”, vat hij samen. Dat wil zeggen: de gemeente, de gemeenschap (Vlaanderen, Wallonië) en het geheel (Europa). Luc Van den Brande: „België is tussenschakel, net als de provincie en de Benelux. België zal – in onderlinge overeenstemming – zeker een functie blijven vervullen.”

    • Jeroen van der Kris